Benut deze bestuurscommissies als een kans

Dessie Lividikou (SP) trekt na twee jaar stadsdeelraad in Oost de conclusie: het is een mislukt avontuur geweest (Parool 4-3). De stadsdeelraden hebben, zo betoogt Lividikou, de kloof tussen burger en politiek eerder vergroot dan verkleind. Een wat makkelijk punt, zeker wanneer ondersteund door twee bij elkaar gezochte voorbeelden en bovendien de koe in de kont kijken. De stadsdeelraden zijn immers ter ziele. Nee, interessanter is de vraag: hoe nu verder?

Wanneer de deelraden worden vervangen door bestuurscommissies ontstaat een nieuwe vorm van ‘verlengd’ bestuur. Hoewel ook de SP in deze nieuwe lokale bestuursvorm eigenlijk niets ziet, neemt ook Lividikou haar partij deel aan de verkiezingen. Ook zij staat dus voor de opgave: hoe ziet goed lokaal bestuur in de commissies er straks uit?

Volgens Lividikou moeten de bestuurscommissies na 19 maart ‘de burger eindelijk eens echt zeggenschap en invloed gaan geven’. Een waardevolle oproep, die steun zal vinden van links tot rechts. Wat dit concreet betekent, blijft bij Lividikou echter vaag. Op welke manier speelt de bestuurscommissie de op papier prachtige functie van ‘spin in het web’? Duidelijk is dat een goede commissie in ieder geval moet durven kiezen en goed moet kunnen luisteren. Op velen plaatsen in de stad zijn ondernemers en burgers namelijk samen in staat om goede afspraken te maken, zonder politieke inmenging. Dit kunnen spelregels zijn rondom een plein, een nieuw bestemmingsplan voor een park of zelfs een Algemene Plaatselijke Verordening (APV). In Zandvoort stelden betrokkenen, eerst moeizaam maar later succesvol, de afgelopen jaren gezamenlijk een APV op. Nieuwe vormen van inspraak en instemming dus, maar altijd met oog voor mensen die geen deel uitmaken van gedegen netwerken.

Jarenlange procedures, vergunningen, bestemmingsplannen en bezwaren doen Lividikou verzuchten dat de politiek in de weg zit in plaats van behulpzaam is. En hoewel niemand wil bepleitten dat iedereen die in Amsterdam een steiger wil aanleggen dat ook direct moet kunnen doen: een beetje meer flexibiliteit is op zijn plaats. De vraag is wanneer wel en wanneer niet? Middels flexibele bestemmingsplannen wordt ook in Oost waar dat kan al geëxperimenteerd. Dit biedt kansen wanneer de commissie, op afstand maar toch aanwezig, de kaders waarbinnen deze flexibiliteit mogelijk is vaststelt. Lokale kennis is dus cruciaal.

Betrokkenen voelen het wanneer partijen elkaar voornamelijk in de haren zitten en burgers een keuze laten die uiteindelijk geen keuze blijkt. Een bestuurscommissie zou dus a la Zandvoort een gesprek tussen bewoners, sportclubs en ‘vrienden van’ moeten faciliteren. Lokale democratie is een dialoog in de gemeenschap. Gezamenlijk tot een oplossing komen,  omdat uiteindelijk vaak blijkt dat deelbelangen te verenigen zijn. Dit gebeurt pas wanneer betrokkenen daadwerkelijk met elkaar in gesprek gaan en de kaarten op tafel leggen.

De rol van de lokale politiek zal dus vaker slechts die van scheidsrechter zijn. Betrokkenen weten dan dat hun eigen gemaakte afspraken ook echt gelden. Samen, als participerende burgers, de koe bij de horens vatten en komen tot betere besluiten. Maar niet overal is dit mogelijk en politiek maatwerk is dus geboden. Politiek blijft nodig in lokaal bestuur. Te vaak overdonderen de met bestemmingsplannen of APV ervaren ondernemers de onwennige bewoners en is de balans zoek. Bovendien is nog lang niet iedereen even mondig of in het netwerk opgenomen en is de drempel voor zwakkeren in de samenleving om mee te doen vaak te hoog. Voorwaarde voor burgerinitiatieven is dat ook zij mee kunnen doen.

Wanneer is gepaste afstand op zijn plaats en wanneer moet het lokaal bestuur als coach of als eindverantwoordelijke betrokken blijven? Op alle terreinen, van zorg tot ruimtelijke ordening, zal die vraag de komende jaren de hamvraag zijn. De lokale politiek moet dan durven kiezen en goed kunnen luisteren.

Arjan Miedema is kandidaat bestuurscommissielid voor de PvdA in Amsterdam Oost.