Brandhaard Burundi

Voor het eerst in de geschiedenis heeft een land de beslissing genomen zich terug te trekken uit het Internationaal Strafhof. President Pierre Nkurunziza, een man die eerder al homoseksualiteit en hardlopen strafbaar stelde, probeert zich op deze manier te onttrekken aan het internationale rechtsstelsel. In zijn land Burundi zijn standrechtelijke executies en moordpartijen inmiddels aan de orde van de dag. Waarom grijpt niemand in?

bron afbeelding: Flickr/ AMISOM Public Information

Europa is momenteel vooral bezig met wat zich in Oekraïne en Syrië afspeelt. Dat zijn conflicten die betrekkelijk dichtbij plaatsvinden en een grote weerslag hebben op ons als Europeanen. Dit is ook de reden dat er sprake is van toegenomen aandacht voor de zorgelijke situatie in Libië. Deze dynamiek leidt er ook toe dat andere conflicten, niet minder gruwelijk in schaal of intensiteit, vaak nauwelijks publieke en politieke aandacht krijgen. De oorlog in Jemen is zo’n voorbeeld van een conflict waar Europa zich nauwelijks bewust van lijkt te zijn. De media-aandacht voor de situatie aldaar is over het algemeen vrij beperkt en het politieke kapitaal dat geïnvesteerd wordt in een mogelijke oplossing is ook niet indrukwekkend.

Conflicten in Sub-Sahara Afrika krijgen wellicht nóg minder prioriteit op de mediale en politieke agenda. Sowieso is de Europese kijk op Afrika wat beperkt, maar het totale gebrek aan interesse voor conflicten als die in de Centraal-Afrikaanse Republiek, Zuid-Soedan of de Democratische Republiek Congo is echt schokkend. Men beschouwt Afrikaanse conflicten als eeuwigdurend, onvermijdelijk en ondoorgrondelijk. Velen denken simpelweg dat ze de moeite van het oplossen niet waard zijn. Dat alle recente, zorgelijke signalen uit Burundi dan ook grotendeels langs ons heen gaan, hoeft dus niet te verrassen.

Tot aan 2005 verkeerde Burundi in een toestand van burgeroorlog. Zeker 300.000 mensen vonden de dood in een conflict dat grotendeels langs etnische lijnen verliep. Hutu’s en Tutsi’s stonden recht tegenover elkaar. Over het algemeen wordt de benoeming van Pierre Nkurunziza tot president als het officiële einde gezien van deze bloedige, lange episode in de nationale historie. Zijn partij, de CNDD-FDD, was voortgekomen uit een fusie van de politieke en de militaire vleugels van de rebellenbeweging, die als winnaar uit dit bloedige conflict tevoorschijn kwam. Nkurunziza werd niet rechtstreeks door de bevolking gekozen, maar benoemd door het parlement. De afgevaardigden van CNDD-FDD waren in beide kamers in de meerderheid en benoemden braaf hun frontman tot staatshoofd.

Als staatshoofd is Nkurunziza vervolgens aan de slag gegaan met de ene repressieve maatregel na de andere. De oppositie werd steeds hardhandiger onderdrukt. In 2009 werd homoseksualiteit verboden. In 2010 werd hij voor het eerst door de bevolking tot president gekozen. Omdat de oppositie de autoriteiten niet vertrouwde en de verkiezingen boycotte, kon Nkurunziza rekenen op 91% van de stemmen. In 2014 werd een algeheel verbod op hardlopen afgekondigd. Op basis van deze wet zijn oppositieleden tot levenslange gevangenisstraffen veroordeeld.

Nkurunziza gelooft dat hij door God uitverkoren is om het Burundese volk te leiden. Het hoeft dus niet te verbazen dat hij begin 2015 bekend maakte zich opnieuw verkiesbaar te willen stellen voor het presidentschap, nu voor een derde termijn. Artikel 96 van de Grondwet van Burundi stelt dat de president gekozen wordt, middels het algemeen kiesrecht, voor een periode van vijf jaar. Dat mandaat mag één keer hernieuwd worden. Furieuze tegenstanders van Nkurunziza wezen op het expliciete grondwettelijke verbod op een derde presidentstermijn. Nkurunziza en zijn partij stelden echter dat hij in 2005 benoemd was door het parlement en in 2010 herkozen werd. Hij heeft dus slechts één keer een mandaat gekregen in de zin van de grondwet. Dat hiermee de eerste vijf jaar van zijn presidentschap ongrondwettelijk verklaard werden, deerde hen niet. Deze vreemde redenatie maakt het immers mogelijk Nkurunziza nog eens naar voren te schuiven.

Grootschalige protesten braken uit. De bevolking van Burundi was de autoritaire leider spuugzat en kwam in opstand. Het constitutionele hof besloot dat Nkurunziza inderdaad niet deel mocht nemen aan de verkiezingen voor een derde termijn. Direct na deze beslissing werden de leden van hof bedreigd en werd de beslissing teruggedraaid. Na een gefaalde couppoging nam de repressie nog verder toe. Oppositieleiders, officieren, intellectuelen en journalisten verdwenen. Inmiddels zijn de meldingen van verkrachtingen, martelingen en moordpartijen talrijk.

Iedere VN-resolutie aangaande Burundi wordt stelselmatig geblokkeerd door China en Rusland. De Afrikaanse Unie had eerder toegezegd een vredesmacht te zullen sturen, maar heeft deze beslissing later teruggedraaid. De krankzinnige reden voor deze draai luidde dat de president van de republiek Burundi wel eens ongelukkig zou kunnen zijn met een internationale troepenmacht die zijn moordpartijen zou stoppen.

In plaats daarvan was er op dezelfde AU-top brede steun voor een Keniaanse resolutie waarin voorgesteld werd dat Afrikaanse staten zich zouden onttrekken aan de jurisdictie van het Internationaal Strafhof in Den Haag. Niet geheel toevallig is het de Burundese regering van Nkurunziza die als eerste gehoor geeft aan deze oproep en zich nu ook daadwerkelijk terugtrekt uit het strafhof. In eenzelfde sfeer is de beslissing genomen geen VN-inspecteurs meer tot het land toe te laten.

De situatie in Burundi lijkt ondertussen uitzichtloos. Het heeft er alle schijn van dat dit conflict nog lang niet over is en in intensiteit en gruwelijkheid slechts zal toenemen. De moordpartijen, verkrachtingen en politieke repressie zijn alomtegenwoordig in het dagelijks leven. 300.000 mensen zijn de terreur in het land inmiddels ontvlucht, voornamelijk naar Tanzania. Pierre Nkurunziza probeert de opstand tegen zijn heerschappij af te schilderen als een etnisch conflict. Nkurunziza, zelf een Hutu, verkondigt dat de Tutsi-minderheid de natie wil ontwrichten.

De president laat geen VN-waarnemers meer het land in, trekt zich terug uit het internationaal strafhof, laat politieke tegenstanders verdwijnen en stookt zeer doelbewust een etnisch conflict op. Er zijn vaker situaties geweest waarbij de wereldgemeenschap dergelijke signalen heeft genegeerd. Na afloop heeft men zich dan steeds hardop afgevraagd: “Hoe hebben we dit kunnen laten gebeuren?’’ Nou, hoe? Zo dus.