De EU zal sociaal zijn of zij zal niet zijn

Begin mei maakten we met Jong WBS een reis naar het Verenigd Koninkrijk om argumenten voor- en tegen de Brexit, het eventuele uitreden van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie, te bestuderen. Deze reis heeft me behoorlijk aan het denken gezet. Niet alleen over de Brexit, maar ook over de ontwikkeling van de EU over de afgelopen jaren. De steun voor de Europese Unie is met name onder de arbeidersklasse – de traditionele achterban van de sociaaldemocratie – laag en zakt nog verder weg. Dit probleem moet worden opgelost voordat nationalisme de EU de nek omdraait.

bron afbeelding: Flickr/ Thijs ter Haar

Afkeer van de sociaaldemocratie door onze traditionele achterban

Er waart sinds de jaren tachtig een neoliberaal spook door Europa. Doordat de sociaaldemocratie veel te weinig weerstand heeft geboden tegen dat spook, en zich er zelfs tot op zekere hoogte aan heeft geconformeerd, is het gevaar groot dat een ander spook door Europa gaat waren: het spook van het oude populistisch extreem nationalisme. Bijna overal in Europa zijn extreem nationalistische partijen in de laatste jaren aan het opkomen en inmiddels groeien zij als kool. Denk aan onze eigen Wilders met de PVV, het Verenigd Koninkrijk met de UK Independence Party, Frankrijk met het Front National en aan België met het Vlaams Belang en de Nieuw Vlaamse Alliantie. Zelfs in Duitsland is een dergelijke partij, Alternative für Deutschland geheten, aan een opmars bezig.

Het klinkt volkomen logisch, maar juist de sociaaldemocratie moet opkomen voor de zwaksten in de samenleving. Dit wordt door een onbegrijpelijke manier nog weleens vergeten. Dat is op deze site al vaak betoogt, laatst nog door Jordy Rutten in zijn artikel over TTIP. Doordat onze traditionele achterban zich in de steek gelaten voelt en geen zekerheid meer ervaart over haar eigen toekomst, is men bevattelijk voor extreemrechtse, nationalistische en racistische retoriek.

De Europese Unie is geweldig, maar veel te liberaal

Ik geloof zelf heilig in een sterke EU. Naast een garantie op vrede binnen Europa, is een verenigd Europa ook essentieel om überhaupt in de nabije toekomst nog iets voor te kunnen stellen op het wereldtoneel. De wereldeconomie ontwikkelt zich dusdanig dat Europa steeds minder voor zal stellen. Dat is op zich helemaal niet erg; ook landen die tot nu toe in veelal bittere armoe hebben geleefd krijgen een kans op ontwikkeling naar een menswaardiger bestaan. Wel zorgt een dergelijke verschuiving ervoor dat de individuele Europese landen los van elkaar weinig meer voor zullen stellen. Zelfs Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zullen niets meer zijn dan middelgrote landen in de wereld qua politieke en economische macht. Dit gaat betekenen dat landen in Europa individueel de politieke agenda van de wereld veel moeilijker kunnen beïnvloeden en ook veel moeilijker voor haar eigen belang op kan komen. Ook kunnen landen onderling makkelijker worden uitgespeeld door wereldmachten als China, Rusland en de Verenigde Staten. Het behoeft geen uitleg dat dit een kwalijke zaak is voor Europa.

Het wonderlijke met het EU- project is dat het vooral een liberaal vrijhandelsproject is. Met name de hoogopgeleide mensen met goede banen profiteren hiervan. Zij krijgen niet met de nadelen te maken. Het is natuurlijk erg prettig om zonder grenscontroles heel Europa door te reizen en bijna overal met de Euro te kunnen betalen. En het is natuurlijk mooi dat mensen uit Letland en Roemenië hun economie door meer vrijhandel zien groeien en de kans hebben overal in de EU te gaan werken. Ook is het fijn dat de middenklasse goedkope Polen en Bulgaren kan inhuren om hun huizen op te laten knappen. Alleen zorgen die  Pool  en Bulgaar er wel voor dat de vrachtwagenchauffeur en de schilder zijn baan op de tocht voelt staan, of al heeft verloren. Ook zorgen gastarbeiders voor overvolle volkswijken.

In Schiedam, waar ik woon, is in met name de wijk Oost een groot probleem met huisvesting van Midden- en Oost-Europese gastarbeiders. Gastarbeiders worden daar vaak door uitbuiterige uitzendbureaus in te kleine huizen met soms meer dan tien personen gestopt, met eenpersoonsbedden die vaak door twee personen worden beslapen. Los van de armoedige leefomstandigheden voor de mensen zelf geeft deze overbevolking natuurlijk ook overlast voor de wijk. De oorspronkelijke bevolking in die wijken klaagt over overlast, gebrek aan sociale cohesie en verpaupering. De mensen die kunnen verhuizen uit de wijk. Door gebrek aan rijksmiddelen, een bijna failliete woningbouwcoöperatie die van de staat nog verder financieel moet worden ‘afgeroomd’ en een gemeente die alle decentralisaties met bijbehorende bezuinigingen van het rijk moet doorvoeren, ontbreekt het van alle kanten aan middelen om iets aan deze situatie te doen. Dat de bewoners van deze wijk bevattelijk worden voor extreem rechts, is dus niet verwonderlijk.

Een krachtig sociaaldemocratisch Europees tegengeluid

Willen we als sociaaldemocraten niet nog meer van onze achterban verliezen aan extreem rechts, dan is het zaak tegemoet te komen aan de zorgen van die achterban. We moeten in Europa op zoek naar een nieuw compromis, naar een nieuwe visie op de EU. Dit moeten we samen doen met de liberalen en de confessionelen, omdat deze drie partijen traditioneel het EU-project trekken. Dit spel moet door de sociaaldemocraten keihard worden gespeeld. Als er namelijk geen socialere EU komt, met meer zekerheid voor de onderkant van de samenleving, dan zal de steun voor de EU steeds verder afbrokkelen. Een EU kan niet bestaan zonder een sociale EU. Dit zal rechts-extremistische nationalistische partijen namelijk alleen maar groter maken, en alle andere partijen kleiner. Een verkiezingsoverwinning van Le Pen in Frankrijk voor de presidentsverkiezingen is daarmee niet langer slechts een doemscenario. Een Brexit kan de EU nog wel hebben – de Britten doen toch nu al slechts gedeeltelijk mee – een Frexit slaat echter het fundament onder de EU weg. Het is dus ook in het belang van liberalen en confessionelen dat we een nieuwe visie op de EU ontwikkelen.

Het klinkt in deze tijd van nationalisme vreemd, maar Europa heeft in mijn ogen behoefte aan krachtigere EU op sommige vlakken. Een EU die de rechten van de zwaksten ook beschermt is per definitie sterker dan de huidige EU. Het moet ook een EU zijn die landen die afwijken van de waarden waar de EU voor staat veel sterker terecht kan wijzen. Denk aan correcties op ondemocratisch gedrag in Hongarije en Polen. Maar denk ook aan een gemeenschappelijk Europees vluchtelingenbeleid, waarbij afgedwongen kan worden dat vluchtelingen veel eerlijker over Europa kunnen worden gespreid. Ook moet gedacht worden aan minimumtarieven voor vennootschapsbelasting en kapitaalbelasting. Het mag niet meer zo zijn dat landen van de EU met elkaar concurreren om de laagste tarieven, wat op dit moment het geval is. Hierdoor moeten arbeiders een hoger belastingtarief betalen en moeten zij het doen met schralere maatschappelijke voorzieningen.

Aan de andere kant moet de EU zich niet bezig houden met neoliberale hobby’s die prima op lidstaatniveau kunnen worden afgedaan. Voorbeelden hiervoor zijn gedwongen privatisering van bepaalde bedrijven zoals energiemaatschappijen en een verbod op sociale huurwoningen voor mensen boven een bepaald inkomen. Dit zijn zaken die werkelijk geen enkel gezamenlijk belang dienen en lokale democratie juist uithollen.

Per saldo vereist dit pakket een krachtiger Europa en de inlevering van een stuk autonomie van lidstaten. Aan de andere kant zou er juist op andere onderwerpen weer autonomie naar landen terug kunnen komen. Ik ben er echter van overtuigd dat er alleen zo een EU kan ontstaan waarvan zowel de boven- als de onderkant van de samenleving de vruchten van kan plukken. Vooral de onderkant moet zo meer zekerheid krijgen op een goed leven. Nationalistische en xenofobische partijen krijgen zo veel minder voedingsbodem om op te groeien. Op deze manier kunnen twee spoken tegelijk worden verslagen: het spook van het neoliberalisme en het spook van het nationalisme.