De Kloof: Immigranten en de ‘echte’ Nederlanders

In aanloop naar de presentatie van het boekje van de Zomerschool op 26 januari, presenteert Jong WBS enkele essays van de deelnemers. Alle essays gaan in op het thema van de Zomerschool: De Kloof. Vandaag, Hamid Rhezouani over de kloof tussen immigranten en de 'echte' Nederlanders.

bron afbeelding: https://static.pexels.com/photos/62468/pexels-photo-62468.jpeg

In een gesprek in het landelijk dagblad Trouw stelt Malik Azmani (Tweede Kamerlid VVD) dat nieuwkomers wat hem betreft pas na 10 jaar een Nederlands paspoort kunnen aanvragen. Ook wil hij dat nieuwkomers de Nederlandse taal leren op B1/B2-niveau van het gemeenschappelijk Europees referentiekader. “Het gaat mij erom dat Nederlanders denken: 'O, jij bent ook een van ons, want je spreekt de taal,'” aldus Azmani.

Met deze uitspraak slaat hij flink de plank mis. Ik weet uit eigen ervaring, en van de ervaringen van vele anderen, dat acceptie en inclusie vooral te maken hebben met iemands etnisch-raciale voorkomen, iemands religieus-culturele identiteit en de uiting van deze identiteit. Beheersing van de Nederlandse taal levert nauwelijks een bijdrage aan de mate waarin immigranten kunnen meedoen aan de Nederlandse samenleving. “De Nederlandse taal verbindt ons allemaal” is een mantra dat we al jaren horen, maar er klopt geen snars van.

"Ik kom uit Oegstgeest en eet iedere dag hagelslag"

Het is voor donkere mensen heel moeilijk om in contact te komen met blanke Nederlanders. Dit heeft deels te maken met het feit dat veel mensen met een immigrantenachtergrond geen netwerk hebben binnen de Nederlandse samenleving. Het heeft echter ook te maken met een Volksgeist tegen donkere mensen. Donkere jongemannen worden geassocieerd met criminaliteit, diefstal, gewelddadig jihadisme, korte lontjes, lage opleiding, seksueel geweld en terrorisme. Deze vooroordelen werpen een barrière op in het contact tussen verschillende bevolkingsgroepen.

Mensen met een immigrantenachtergrond worden vaak geconfronteerd met de vraag “Waar kom je (oorspronkelijk) vandaan?” Deze vraag is niet alleen vervelend omdat men mensen op basis van uiterlijk wegzet als ‘de ander’, maar ook omdat de vraagsteller vaak een sappig ‘buitenlands’ antwoord verwacht. Als je antwoordt “ik kom uit Marokko en ik eet iedere ochtend couscous,” dan hangt men aan je lippen. Als je antwoordt “ik kom uit Oegstgeest en ik eet iedere dag een boterham met hagelslag,” dan haakt men meteen af. Dit soort vragen zijn extra pijnlijk voor donkere mensen die niet of nauwelijks een band hebben met het buitenland.

Geen Arabisch, geen status

Ook binnen de gemeenschappen van etnische minderheden kan het tot problemen leiden wanneer het uiterlijk niet in overeenstemming is met de religieus-culturele identiteit en de uiting van deze identiteit. Persoonlijk merk ik dat ik binnen de Marokkaans-islamitische gemeenschap een lage sociale status heb als gevolg van mijn gebrekkige talenkennis (ik spreek geen Arabisch of Tamazight) en gebrekkige moskeebezoek. Men heeft veel respect voor mensen die binnen een willekeurige discussie met veel retorische stemverheffing een koranvers kunnen reciteren. Het is daarom binnen deze gemeenschap belangrijk om een goede, vrome, authentieke moslim te zijn met een sterke taalvaardigheid in het Arabisch.

De Nederlandse samenleving is volledig gesegregeerd. Donkere mensen wonen in zwarte wijken en blanke mensen wonen in witte wijken. Donkere kinderen gaan naar zwarte scholen en blanke kinderen gaan naar witte scholen. Ook binnen de alledaagse omgang is etnische segregatie duidelijk zichtbaar. In de universiteitsbibliotheek studeren Marokkanen samen met andere Marokkanen; Koerden studeren samen met andere Koerden; en blanke Nederlanders studeren samen met andere blanke Nederlanders. Er vindt geen menging plaats. Interraciale huwelijken zijn een zeldzaam fenomeen.

Het lijkt wel alsof iedere bevolkingsgroep in Nederland zijn eigen planeet heeft. De mensen met een onduidelijke etnische, religieuze of culturele identiteit zweven als eenzame rotsblokken in de leegte van het heelal, de leegte van de etnische kloof in Nederland.