De Portugese lente – Deel 2: Balans van 5 maanden linkse regeringssamenwerking

Jong WBS´er Artur Patuleia analyseert de recente Portugese politieke ontwikkelingen in een diepgravend tweeluik. Vorige week publiceerden we Deel 1: De Aanloop. Vandaag publiceren we het tweede deel. Kunnen de sociaaldemocraten, in samenwerking met andere linkse partijen, het land doen herrijzen na 4 jaar gedwongen bezuinigingsbeleid?

bron afbeelding: Wikimedia Commons/ FraLiss

Maatregelen van het kabinet Costa

“In democratie bestaat altijd een alternatief”. Dit waren de woorden van António Costa, de leider van de PS, kort nadat het rechtse kabinet in het parlement weggestemd was. Twee weken daarna werd het kabinet Costa geïnstalleerd. Zoals de premier het verwoordde: “een muur is gevallen,  een taboe is voorbij” en de linkse samenwerking werd voor het eerst een feit in de Portugese politiek.

Na 9 dagen mandaat werden de privatiseringen van de openbaar vervoersystemen van Lissabon en Porto teruggedraaid. Deze systemen zullen in de toekomst door de democratisch gekozen stadsregio’s beheerd worden. De prijzen van de kaartjes zullen nagenoeg niet toenemen, terwijl ze in de trojkajaren met gemiddeld 26% omhoog zijn gegaan. Ook zal er worden geïnvesteerd in het openbaar vervoer, waar de afname van kwaliteit en aanbod tussen 2011 en 2015 een reductie van 100 miljoen passagiers veroorzaakt heeft. Daarnaast werd ook de privatisering van de TAP (de Portugese luchtvaartmaatschappij) in de eerste weken van de regering teruggedraaid, zodat de overheid een meerderheidsbelang in het luchtvaartbedrijf behoudt.

Ook het onderwijs werd in de eerste weken aangepakt. Het vorige kabinet had een onderwijsvisie gericht op examens, waarin zelfs kinderen van 9 jaar nationale examens moesten afleggen (een examen dat tijdens de dictatuur van vóór 1974 als symbool gold voor het regime). Deze visie van het vorige kabinet maakte dat voorbereiding voor het examen belangrijker was dan het leerproces, en het bevorderde sociale uitsluiting vanaf jonge leeftijd. Om van het onderwijssysteem weer een sociale mobiliteitsmotor te maken, zijn de nationale examens tot en met groep 8 afgeschaft. Daarnaast zal de overheid tot aan groep 6 de schoolboeken zonder kosten verschaffen.

De meest structurele maatregelen van het kabinet zijn reeds in het eerste begrotingsvoorstel te vinden. Over de begroting werd op 23 februari 2016 in het parlement gestemd. Voor het eerst in de parlementaire geschiedenis hebben BE (Linkse Blok) en PCP (Communistische Partij) een positieve stem uitgebracht over een begrotingsvoorstel van een andere partij. De begroting is op zich een goede weergave van de sociaaleconomische prioriteiten van het kabinet:

  • De magere economische groei is tot nu toe gerelateerd aan interne consumptie. Helaas is dit te wijten aan krediet. Om van deze afhankelijkheid af te komen, en tegelijkertijd verdere groei te stimuleren door inkomenstoename, nam het kabinet de volgende maatregelen:
    1. verhoging van het minimumloon (van 505 Euro naar 530 Euro);
    2. terugdraaiing van de verschillende recent ingevoerde belastingen op arbeid;
    3. herstel van de lonen van de ambtenaren en van de laagste pensioenen, waarop in de trojkajaren bezuinigd werd.
  • Meer investeringsvertrouwen. Van het totaal aan bedrijven bestaat 99% uit het midden- en kleinbedrijf  (MKB), dat sterk gericht is op de interne markt. De hogere interne consumptie heeft nu al een positief effect gehad op het ondernemersvertrouwen  en zal naar alle verwachting tot nieuwe banen en investeringen leiden. Dit alles gebeurt in combinatie met het verstrekken van faciliterende MKB-kredietmogelijkheden (in samenwerking met de Europese Commissie en de European Investment Bank).
  • Een nieuw economisch model, gebaseerd op meer gekwalificeerde medewerkers, hogere productiviteit, een faciliterende overheid, en internationaal georiënteerde en innovatieve bedrijven. Voorbeelden van dit beleid zijn een programma tot reorganisatie van de overheid,  internationalisering van bedrijven en de keuze om Europese cohesiefondsen voornamelijk te richten op innovatie. Daarnaast is er voor het eerst in jaren een toename van de begroting voor onderzoek en beurzen voor hoger onderwijs .
  • Balans in het overheidsbudget door sociaal rechtvaardige maatregelen. De economische situatie is niet positief na de financiële wereldcrisis en de trojkajaren. Het economisch potentieel van het land is immers flink afgenomen door emigratie, gebrek aan investeringen in innovatie en wetenschap, en sluiting van bedrijven. Links wil dus middels de bovengenoemde 3 prioriteiten een evenwicht in de overheidsbegroting tot stand brengen, de overheidsschulden reduceren, en de structurele hervormingen uitvoeren ten behoeve van een degelijke economische sector. Dit zal gepaard gaan met sociaal rechtvaardige belastingmaatregelen, zoals:
    1. reductie van de belastingen op arbeid (met uitzondering voor de 0,3% grootste verdieners);
    2. de verplichting tot betaling van OzB-belasting voor vastgoedinvesteringsfondsen;
    3. extra belastingen op de financiële sector;
    4. erfbelasting (nog in discussie);
    5. BTW-reductie op de horeca, welke gecompenseerd wordt door een toename op de belastingen op accijns.

Verder is het sociaal minimum aangepast ten behoeve van een toename van het pensioeninkomen (dit in tegenstelling tot de 600 Miljoen euro aan bezuinigingen op pensioenen die het vorige kabinet bij de Europese Commissie had aangekondigd). Ook is de toegang tot het nationale zorgsysteem minder kostbaar geworden, wat een positieve impact zal hebben op de gezondheid van de lagere inkomens.

Daarnaast wil het kabinet betere banen bevorderen. Niet alleen door inkomenstoenamen, maar ook door extra bevoegdheden te geven aan cao’s, en schijnconstructies bij flexibele arbeidsrelaties aan te pakken.

Ook in de financiële sector zijn de verschillen merkbaar met het vorige kabinet. In tegenstelling tot de vroegere laissez faire -houding, met als gevolg kosten voor de belastingbetalers, werkt dit kabinet  samen met de grote aandeelhouders, de kleine crediteurs en de Portugese centrale bank om oplossingen te vinden voor de financiële instituties die nog niet gesaneerd zijn.

Als het gaat om immateriële zaken heeft het kabinet de restricties op de abortuswet van het vorige kabinet teruggedraaid, en mogen nu ook homostellen kinderen adopteren. Daarnaast is er weer een Minister van Cultuur, die de sector weer in de goede richting moet leiden. Het proces van de schilderijen van de Catalaanse schilder Juan Miró is een goed voorbeeld van het cultureel beleid van het vorige kabinet. Na de nationalisatie van de bank BPN in 2008 had de Portugese staat ineens 85 schilderijen van Juan Miró in eigen bezit. Een positief neveneffect zou je kunnen zeggen om het culturele erfgoed uit te breiden, maar het vorige kabinet heeft er alles aan gedaan om ze te verkopen. Uiteindelijk ging de veiling op het laatste moment niet door na juridisch verzet van parlementariërs van de oppositie. Als eerste maatregel heeft de minister van Cultuur tentoonstellingen voor het algemeen publiek van deze schilderijen in Porto en Lissabon aangekondigd.

Hoe verder? Uitdagingen voor de linkse coalitie.

De eerder genoemde maatregelen zijn niet zonder slag of stoot ingevoerd. Kort nadat het eerste begrotingsvoorstel gepresenteerd werd zette de Europese Commissie vraagtekens bij de gekozen economische aanpak. De rating agencies hebben deze zorgen vertaald in negatieve vooruitzichten op de rating van Portugese staatsobligaties. Mocht DBRS, de enige rating agency die de Portugese overheidsschuld niet de status van junk geeft, de kredietrating devalueren, dan zou Portugal niet meer onder het Quantitative Easing programma  van de Europese Centrale Bank mogen vallen. In rap tempo en nog voordat het kabinet een enkele economische maatregel van de begroting had ingevoerd, stegen de rentes op de overheidsobligaties tot zorgwekkende niveaus (boven de 4%). Uiteindelijk heeft de Europese Commissie ingestemd met het begrotingsvoorstel, maar met specifieke wijzigingen, zoals een belastingverhoging op specifieke producten (accijns) en de handhaving van de huidige sociale verzekeringspremies (in tegenstelling tot een voorgestelde reductie). Dit zorgde direct voor renteverlaging en stabielere vooruitzichten van de rating agencies.

Uit de notulen van het college van Europese commissarissen is later gebleken dat enkele commissarissen van de Europese Volkspartij (EVP) liever de begroting zouden willen zien stranden. Nadat de linkse samenwerking een feit was, had rechts in Portugal alleen nog maar de hoop dat de Europese Commissie tegen de begroting  zou stemmen. De op angst inspelende kreet "het beleid voldoet niet aan de Europese normen en aan de rating agencies, en dus zal er een nieuwe bail-out plaatsvinden" is tegenwoordig het meest gebruikte politieke argument van rechts. Wel of niet bewust, zijn rechts Portugal en de meerderheid van de Europese Commissie op een zelfde lijn terechtgekomen: beiden zien deze nieuwe economische visie en politieke samenwerking als een bedreiging voor het neoliberale "there is no alternative" bezuinigingsbeleid van de afgelopen jaren. Een succes in Portugal zou niet alleen aantonen dat het Europees beleid van de afgelopen jaren verkeerd ontworpen was, maar zou zelfs tot andere samenwerkingen op links kunnen leiden, wat de Europese rechtse hegemonie van de afgelopen jaren zou kunnen bedreigen.

De grootste bedreigingen voor dit beleid zitten niet zozeer in interne spanningen tussen de linkse partijen, maar voornamelijk in externe factoren. Een hardere hand vanuit Brussel is een van de meest voor de hand liggende scenario’s, hoewel dit aan de publieke opinie moeilijk uit te leggen zal zijn, aangezien de trojka en het samenwerkende rechtse kabinet geen enkele begrotingsdoelstelling verwezenlijkt hebben. Een andere bedreiging zit in de mogelijke devaluering van de Portugese staatsschuld door DBRS of het uitbreken van een crisis op Europees of op wereldniveau. Daarnaast dient het debat over de schuldenlast geïnitieerd te worden. Een land met 128% van het bbp aan overheidsschuld (voornamelijk geaccumuleerd sinds de financiële wereldcrisis van 2008), en een groeiperspectief tussen 1% en 2% heeft een lastige toekomst voor zich. In combinatie met de bestaande kapitaalstromen in de Eurozone zal dit telkens tot interne devaluatie leiden. Over dit concrete onderwerp willen de Portugese linkse partijen een discussie in een Europees kader initiëren.

Portugal heeft de afgelopen maanden laten zien dat er een alternatief bestaat op een bezuinigingsbeleid dat de eurozone anemische groei, lage inflatie en hoge werkloosheid bezorgd heeft. De andere Europese landen zullen kritisch moeten zijn over de afgelopen jaren, niet alleen over het economisch beleid, maar ook over de fundamentele democratische crisis die door de interventies van de trojka zijn veroorzaakt. Ontwrichtende maatregelen zonder enige democratische legitimiteit zijn sociaaleconomisch funest gebleken voor deze landen en hebben zelfs tot nieuwe politieke constellaties geleid. Het is nu dus juist aan een links kabinet om zaken met betrekking tot de begroting en het financieel systeem op orde te brengen en tegelijkertijd een sociaal rechtvaardig beleid te voeren.

Het Portugese voorbeeld laat zien dat de politiek op nationaal niveau, zelfs bij het nakomen aan de Europese afspraken, bemoeilijkt wordt door de Europese instituties. In de bestaande Europese kaders zullen sociaaldemocratische partijen telkens moeilijkheden ondervinden om aan de ene kant de liberale visie van de Europese Commissie na te komen (arbeidsmarkt, handel, bezuinigingen, Euro, overheidsschulden), en aan de andere kant het mandaat na democratische verkiezingen op nationaal niveau te kunnen uitvoeren. Voorbeelden van deze spagaat zijn duidelijk te zien in Nederland en Frankrijk, met de electorale afbraak en vertrouwenscrisis in respectievelijk de PvdA en de PS, en de opkomst van protestpartijen (respectievelijk PVV en FN). Ook voor de nieuwe Portugese politieke realiteit vormt het technocratisch Europa de grootste bedreiging voor het bestaan van het kabinet. Deze wrijving tussen nationale en Europese machten, die de nationale democratieën op het spel zet en de protestpartijen zoveel steun bezorgt, dient door de Europese sociaaldemocraten gezamenlijk aangepakt te worden. De disfunctionaliteiten van de euro moeten daarom teruggedrongen te worden (bijvoorbeeld door compensatie van interne handelsbalansen) en de begrotingsregels dienen volgens de cohesiebehoeftes opgesteld te worden. Zonder deze hervormingen zullen zwakkere landen steeds grotere moeilijkheden ondervinden om structurele economische veranderingen door te voeren (denk aan een structurele transitie naar een kenniseconomie of betere dienstverlening vanuit de overheid). De huidige situatie in het eurosysteem zal de bestaande economische noord/zuid kloof nog verder vergroten, met de politieke en socio-economische consequenties van dien. Tegelijkertijd zal het verdere instabiliteit brengen in de EU, met onvoorspelbare gevolgen.

Met de ruk naar het midden van de afgelopen drie decennia hebben de sociaaldemocratische partijen zich op Europees niveau in een lichtere versie van de liberale en conservatieve partijen getransformeerd, met als gevolg dat het progressieve en vernieuwende karakter niet meer vanzelfsprekend is. De verliezers van de marktwerking zien steeds minder de sociaaldemocraten als garantie voor een eerlijk bestaan, gelijke kansen, goed werk, en verticale sociale mobiliteit. Dit heeft geleid tot een versterking van de protestpartijen, afkeer van het politieke systeem, minder zekerheid over het individuele bestaan en, zoals te zien is in de vluchtelingenkwestie, een identiteitsangst. Het Portugese voorbeeld laat zien dat door het zoeken van nieuwe politieke samenwerkingskaders, buiten de traditionele middenpartijen, de sociaaldemocratische partijen weer een speerpunt kunnen vormen in het bevorderen van beleid met sociale rechtvaardigheid en toekomstvisie.

In het nummer “Tanto Mar”, kort na de Anjerrevolutie, vroeg de Braziliaanse zanger Chico Buarque voor Brazilië, toen nog een militaire dictatuur, om een beetje van het democratische Portugese zaad. De komende tijden zullen uitwijzen of het zaad van de Portugese kabinetsformatie naar andere Europese landen overwaait.