De tweedeling-boemerang

Eind augustus vond de zomerschool van de Jong WBS en de JS plaats. Het was zeer inspirerend, met goede sprekers en intelligente gedachtes rondom het thema ‘Mind the Gap: tweedeling in Nederland’. Vooraf werd aan de deelnemers om een bijdrage gevraagd. De opdracht was dit jaar wat vrijer geformuleerd dan voorgaande jaren. Drie essays zijn in de prijzen gevallen. Vandaag publiceren we het essay dat op de tweede plaats is geëindigd.

bron afbeelding: Wikimedia Commons: Collectie SPAARNESTAD PHOTO/NA/Anefo/Eric Koch. Nationaal Archief.

Nederland is een hokjesland. Wij houden ervan om de samenleving in te delen in diverse groepen en geven die groepen vervolgens allerhande namen. Klassiek is de classificatie van een groep als ‘zuil’. In Verzuiling, pacificatie en kentering in de Nederlandse politiek beschrijft Lijphart dat de Nederlandse samenleving uit vier zuilen bestaat: een katholieke, een protestants-christelijke, een socialistische en een algemene zuil. Hoewel er nagenoeg geen contact bestond tussen de zuilen en er dus een vierdeling van de maatschappij bestond, waren er weinig onderlinge spanningen.  Er was sprake van een pacificatiedemocratie, vanwege een sterke organisatiegraad binnen de zuilen en nauw overleg en afstemming tussen de top van de verschillende zuilen.[1]

Na het instorten van de zuilen wordt pacificatie ingeruild voor een polarisatiestrategie. De bevolking valt uiteen in twee groepen: links en rechts. Beide groepen hebben een grote afkeer van elkaars politieke leiders. Joop staat lijnrecht tegenover Haya, Harm en Hans.[2] Ondanks deze spanningen is de politieke betrokkenheid groot. Vooral PvdA en CDA slagen erin om de toen nog bestaande arbeidersklasse aan zich te binden, veelal door slimme rekrutering en nauwe contacten met bijvoorbeeld de vakbonden.[3]

De Boring Nineties

In de boring nineties speelt de tegenstelling tussen links en rechts nagenoeg geen rol meer. De PvdA schudt de ideologische veren af en links-liberalen vervangen de drie H’s. Kleurloos paars komt aan de macht. Bovendien lijkt het iedereen zo voor de wind te gaan, dat van een twee-, drie- of vierdeling geen sprake is. Nederland, polderland: niemand zorgen, iedereen obligaties. Toch sluimert er iets. In diezelfde jaren negentig wijst Jan Marijnissen bijvoorbeeld al op de groeiende sociale tweedeling. In een fotoboek Nederland in Tweeën laten Karel Glastra van Loon en Roel Visser een scherp contrast zien tussen bevolkingsgroepen:  nieuw geld aan de champagne bij de TEFAF tegenover een gezin in een troosteloze snackbar in Charlois.[4] Vanuit wetenschappelijk perspectief luiden Mark Bovens en Anchrit Wille enkele jaren later de noodklok. Zij betogen dat de tweedeling tegenwoordig niet zo zeer in inkomenskenmerken moet worden geduid, maar veel meer in opleidingsniveau. In het boek Diplomademocratie beschrijven zij hoe lager opgeleiden uit de politiek zijn verdwenen.[5]

Oproepen om de tweedeling te slechten blijken tevergeefs. Het wethouderssocialisme is verworden tot het besturen als technocratische managers.[6] Lokale politici staken liever geld in nog een infrastructureel megaproject.[7] Kritiek vanuit kritische PvdA-leden wordt doorgaans afgeserveerd als fact free politics. Vanuit electoraal oogpunt was de technocratische bestuursstijl niet onbegrijpelijk. De lager opgeleiden zijn zo vervreemd van de politiek, dat van stemmenverlies bij verkiezingen toch geen sprake is. Het apathische manageralisme heeft lange tijd geen electorale consequenties.

Anders dan in tijden van verzuiling, polarisatiestrategie of in de boring nineties, heeft de apathie tegenwoordig wel ingrijpende gevolgen. Je zou zelfs kunnen spreken van een tweedeling-boemerang: de langdurige apathie slaat als een boemerang terug op het gezicht van de huidige politicus en politieke partij. De boemerang gaat gepaard met enerzijds grote electorale consequenties en anderzijds significante maatschappelijke gevolgen. De electorale gevolgen zijn evident: de klassieke grote partijen – en in het bijzonder de PvdA – verliezen verkiezing na verkiezing. De maatschappelijke gevolgen zijn eveneens duidelijk: grote groepen mensen scharen zich achter politieke standpunten die vijftien jaar geleden ondenkbaar waren. Enkele voorbeelden: georganiseerde ‘AZC nee’-volkswoede, de winst van het Brexit-kamp en de koppositie in de peilingen van een ‘minder Marokkanen’-partij. Een mogelijke katalysator van de tweedeling-boemerang is de opkomst van het internet. Sociale media maken het voor de van de politiek vervreemde burger gemakkelijker om medestanders te vinden. Via Facebook-groepen als ‘Nederland mijn vaderland’ en ‘AZC Alert’ mobiliseren de voorheen vervreemde burgers zich. Populistische partijen aan de linker- en rechterzijde van de PvdA vissen in deze (nieuwe) electorale vijver.

Scenario's

De opstand der horden stopt niet met een institutionele wijziging, verhuizing van het partijkantoor of de plichtmatige verwijzingen naar het ‘Van Waarde’-plan in elke politieke speech. Voor het herstel van de PvdA is nodig dat men echt laat zien dat politiek ertoe doet en dat zij de kwaliteit van het bestaan kan verbeteren.[8] Becker en Voerman schetsen vier toekomstscenario’s. Ten eerste kan de partij proberen een brede electorale basis autonoom proberen te hervinden. Het is onwaarschijnlijk dat dit scenario werkelijkheid wordt. Ten tweede kan de huidige (sociaal)liberale koers zelfstandig worden voortgezet in combinatie met frequente leiderswisselingen. De huidige electorale jojobeweging met een dalende tendens zal zich dan voortzetten. Een derde scenario pakt rampzalig uit voor de PvdA: een overname van de lager opgeleide vleugel door de SP, de hoger opgeleide vleugel door D66/GroenLinks en ontevreden kiezers uit Zuid-Nederland door de PVV. Het vierde scenario is het meest hoopvol: het aangaan van een los samenwerkingsverband met SP, GroenLinks en maatschappelijke partners op o.a. het gebied van arbeid, duurzaamheid en onderwijs. Volgens Becker en Voerman zou dit de ‘beste overlevingsstrategie’ kunnen zijn, maar zij wijzen er ook op dat een praktische vertaling nog ontbreekt.[9]

De boemerang is teruggekomen en heeft de eerste schade aangericht. Is de PvdA total loss en na de volgende verkiezing niet meer de grootste op links? Zo veel somberheid is misplaatst. Een gecontroleerde opdoffer van de boemerang kan zuiverend werken: als kleinere partij zal de bereidheid tot samenwerking groter zijn. Tegelijkertijd bestaat het risico dat na een ongecontroleerde klap de PvdA zodanig decimeert dat anderen haar niet meer zien staan.

[1] A. Lijphart, Verzuiling, pacificatie en kentering in de Nederlandse politiek, Amsterdam: Amsterdam University Press 2007 (9e druk).

[2] Zie M. Verheijen, Harm van Riel. Een rechtse provo, Amsterdam: Boom 2016.

[3] S. Otjes, ‘Wat is er over van de rode familie? De bijzondere relatie tussen PvdA en NNV/FNV’, in F. Becker & G. Voerman, Zeventig jaar Partij van de Arbeid, Amsterdam: Boom 2016.

[4] K. Glastra van Loon & R. Visser, Nederland in tweeën? - een fotografisch tijdsbeeld, Rotterdam: Ketchup-Press 1997.

[5] Zie M. Bovens & A.C. Wille, Diplomademocratie: Over de spanning tussen meritocratie en democratie, Amsterdam: Uitgeverij Bert Bakker 2011.

[6] Klassiek is in dit verband: G. van Westerloo, Niet spreken met de bestuurder, Amsterdam: De Bezige Bij 2005.

[7] Zie P. Nieuwenhuijsen, ‘De PvdA in de steden. Een geschiedenis van het naoorlogse wethouderssocialisme’, in F. Becker & G. Voerman, Zeventig jaar Partij van de Arbeid, Amsterdam: Boom 2016, p. 237-247.

[8] Zie F. Becker  G. Voerman, ‘Behaalde resultaten zijn geen garantie voor toekomstig succes’, in F. Becker & G. Voerman, Zeventig jaar Partij van de Arbeid, Amsterdam: Boom 2016, p. 31.

[9] Ibid, p. 32.