Duurzaamheidscafé: Afval bestaat niet

Via via kom je nog eens ergens. Uit mezelf zou ik niet zo snel het plan opvatten om eens een avond te gaan luisteren naar praatjes over de circulaire economie. Aangezien ik er ook niets op tegen heb en word meegevraagd door vrienden, is dat toch precies hoe ik mijn woensdagavond doorbreng.

We zijn niet de enigen. De opkomst bij deze editie van het Duurzaamheidscafé is groot en het publiek zeer gemêleerd. Een goed teken. Organisator Micha Lubbers maakt met iedereen even een persoonlijk praatje om ze welkom te heten en pakt vervolgens de microfoon om de avond in te leiden en de sprekers aan te kondigen.

Als eerste is het de beurt aan Paul Teule, econoom aan de UvA en EUR. Hij doet onderzoek naar manieren waarop de economie kan groeien, zonder daarbij een steeds groter beroep te doen op ons ecosysteem. Een van de manieren om duurzaam te groeien is overschakelen naar een uitleeneconomie. De uitleeneconomie vermindert productie- en transactiekosten en leidt tot minder afval, omdat niet iedereen meer zélf een product koopt, maar dingen bij elkaar leent. Een boor wordt bijvoorbeeld maar 12 minuten van zijn leven gebruikt. In al die andere minuten kun je dus net zo goed de buren blij maken, al dan niet tegen betaling. Websites om dergelijke leenhandel mogelijk te maken bestaan al. Ook initiatieven als Couchsurfing, Airbnb (aanrader!) en Car2Go passen in de uitleeneconomie, net als constructies waarin een bedrijf geen lampen meer koopt, maar lichturen, en de leverancier eigendom blijft van de lampen.

Minder troep, minder kosten en toch toegang tot meer producten. Klinkt goed. Ik ben zelf overigens ook de trotse bezitter van een boor. Hij ligt inmiddels alweer acht maanden opgeslagen in de garage van mijn ouders.

Menno van der Veen (van adviesbureau Tertium) heeft het over een andere overgang, die naar de biobased economie. Slechts drie mensen in de zaal durven te zeggen dat ze weten wat dit begrip inhoudt: een economie die zo veel en efficiënt mogelijk gebruik maakt van plantaardige grondstoffen. Volgens Menno is de overheid volop bezig om van Nederland een biobased economie te maken. De overheid vindt ook dat de burger zich hier verder niet over hoeft te bekommeren, het gebeurt vanzelf. Bij Tertium vinden ze echter dat je de burger juíst moet betrekken bij dit soort veranderingen. Daarom doen ze kwalitatief onderzoek naar wat de gemiddelde Nederlander vindt, hoopt en vreest als je hem vraagt naar de wereld in 2030. Uit de vele resultaten van dit onderzoek, My 2030’s geheten, is een van de opvallendste toch wel dat de helft van de mensen de biobased economie wel ziet zitten, terwijl de andere helft er niet in gelooft of denkt dat het te duur is.  Ik ben benieuwd hoe Tertium de resultaten terugkoppelt aan de overheid en wat de reactie is.

Tot slot Bert van Son over een praktische toepassing van de circulaire economie, die ook uitgaat van het idee dat de consument een product wil gebruiken en niet per se bezitten. Bert is oprichter van Mud Jeans, een modemerk dat duurzame kleding maakt en afgedragen kleding weer verwerkt tot nieuwe. Dit gebeurt nu vooral met jeans. Om te zorgen dat de oude jeans weer bij Mud Jeans terugkomen, hebben ze een leaseconcept bedacht. In plaats van er een te kopen, lease je een spijkerbroek voor een laag bedrag per maand. Ben je ‘m zat, dan stuur je ‘m terug en lease je eventueel de volgende. Mud Jeans blijft zo eigenaar van de grondstoffen en kan deze opnieuw gebruiken. Het gebruik van afval als grondstof is uiteraard niet de enige manier waarop Mud Jeans duurzaam bezig is. Ze gebruiken alleen biologisch katoen, de fabrieken voldoen allemaal aan de duurzaamheidskeurmerken (o.a. geen kinderarbeid) en ook voor de (was)labels en knopen is een duurzaam alternatief bedacht. Dit businessmodel is onlangs beloond met de eerste prijs in de Circle Challenge, uitgeroepen door de organisatie The Circle Economy.  Ook handig: Mud Jeans heeft een gratis reparatieservice. Uit je broek scheuren was nog nooit zo voordelig.

Soms heb ik het gevoel dat de term duurzaamheid weinig meer lijkt te zijn dan een obligaat toegevoegde term om klant/publiek/lezer tevreden te stemmen. Maar de sprekers en het publiek van het Duurzaamheidscafé zijn duidelijk mensen die er écht mee bezig zijn, niet omdat het erbij hoort, maar omdat het nodig is.

Mijn conclusie: veel leuker dan een gewoon caféavondje. Nu graag een app waarmee al dit soort initiatieven makkelijk op te zoeken zijn!