Een betere wereld begint bij een utopie

In de politiek lijken de grote verhalen te zijn uitgestorven. Van links tot rechts lijkt het geloof weg te zijn dat we onze toekomst en samenleving zelf in de hand hebben. Maar dat hebben we zeker. Tijdens een boekenclub van de Jong WBS hebben we Rutger Bregmans boek Gratis geld voor iedereen besproken. Het boek stelt dat we weer moeten dromen van een betere wereld; dat we nu moeten werken aan een utopie voor de toekomst. Natuurlijk liggen er altijd wetten in de weg en praktische bezwaren, maar dat betekent niet dat je moet stoppen met dromen over een mooier bestaan. Noem het: een utopie.

bron afbeelding: Pixabay.com

Juist hoger opgeleiden blijken standvastiger in hun overtuigingen dan lager opgeleiden. Dat niet alleen, hoger opgeleiden hebben ook de neiging om argumenten te zoeken die hun eigen denkbeelden bevestigen. Het is natuurlijk geen fijn idee als je eigen opvattingen niet waar blijken te zijn. In de psychologie heet dit cognitieve dissonantie. Waar wil ik heen met dit psychologisch gegeven? In eerste instantie een aantal jaar terug in de tijd. In het boek van Bregman wordt beschreven dat de crisis, die uitbrak na de val van Lehman Brothers in 2008, blootlegde dat er iets mis is met het kapitalistisch systeem met minder regels. Oud-voorman van de Amerikaanse centrale bank Allan Greenspan volharde toch in zijn lof voor het systeem: het heeft goed gewerkt en er is geen alternatief. Niemand heeft blijkbaar vóór de uitbraak van de crisis een utopie kunnen ontwikkelen die als geldig alternatief dient voor het neoliberale systeem, of niemand is in staat geweest om een dergelijke utopie goed te verkopen. Bregman noemt dit de grootste cognitieve dissonantie sinds de jaren dertig van de vorige eeuw. Het voorwerk was niet gedaan. Hoewel veel mensen roepen dat het anders moet, dromen weinig van een wereld waarin het anders is. Zonder utopie wint de status quo. Altijd.

Het is natuurlijk heel makkelijk om te roepen dat het anders moet. Jesse Klaver doet een goede poging met zijn boek over het ‘economisme’.[1] Hoewel ik eerlijk moet zeggen dat ik zijn boek nog niet heb gelezen, voert een bepaald kritiekpunt de boventoon: ‘Hoe moet het dan wel?’. Daarom geef ik een voorzet van hoe het anders kan naar aanleiding van het boek van Bregman. Naar mijn mening is het juist goed om ergens in te geloven. Volhard wat mijn part in je eigen gelijk, zolang je het maar onderbouwt.

Volgens Bregman heeft iedere utopie een fiscale paragraaf. Door te belasten wat je stom vind en te ontzien wat je goed vind kan je sturen op een betere wereld. Belasting heffen is dus door en door moreel. Daarom vraagt Bregman zich terecht af: waarom belasten we arbeid zoveel en bijvoorbeeld kapitaal en grondstoffen zo weinig? Dat terwijl niet arbeid, maar banen schaars zijn. Een werkloze als onvrijwillig belastingontwijker. Dit lijkt ook te zijn doorgedrongen bij het kabinet, dat onlangs heeft besloten om de belasting op arbeid te verlagen. Dapper, omdat arbeid door Bregman wordt bestempeld als ‘de gans die het makkelijkst te plukken is’. Ik juich deze ontwikkeling toe. Maar toch is het een eenzijdig verhaal. Nederland is namelijk nog altijd wereldwijd een belastingparadijs. Noem het een race to the bottom, met Nederland als de absolute bottom! Wij zijn de spil in het web dat belastingsontduiking heet. Als toppunt gaat Rutte deze week met Bono van U2 op de foto. Niks tegen deze man, maar hij is met zijn U2, dat puur om belastingtechnische redenen in Nederland zit, echt hét symbool van het Nederlands belastingparadijs. Dat belastingparadijs wat de staat zogenaamd geld oplevert. Volgens mij geldt dit vooral fiscale advocaten en trustkantoren. Maar dat wordt er natuurlijk niet bij gezegd.

Dus meneer Rutte, als je inderdaad wil belasten wat we niet willen en wil ontzien dat wat we wel willen: hef belasting op deze grote bedrijven. Als is het maar een klein bedrag. Gaan ze weg, dan gaan ze weg. Het is onbegrijpelijk dat Nederland wereldwijd een van de grootste bijdragers is aan belastingontwijking. Bovendien toont het van weinig utopisch denken. Laten we dus vooral blijven geloven in een betere wereld. Zonder voorwerk is er geen alternatief wanneer we dat echt nodig hebben.

[1] Jesse Klaver, De mythe van het economisme. Amsterdam 2015.