De Kloof: Een intolerante elite

In aanloop naar de presentatie van het boekje van de Zomerschool op 26 januari, presenteert Jong WBS enkele essays van de deelnemers. Alle essays gaan in op het thema van de Zomerschool: De Kloof. Vandaag, Jordy Rutten over de kloof tussen globaliseringswinnaars en verliezers.

bron afbeelding: pixabay

 

 

De globalisering haalt hard uit. Heel erg hard. Waar zij aan de ene groep kansen en mogelijkheden biedt, betekent zij voor de andere groep vrijwel uitsluitend een grote bedreiging. Helaas is het zo dat die twee grote groepen, de globaliseringswinnaars en –verliezers, in toenemende mate opgesloten raken in hun eigen belevingswereld. De enige manier om die patstelling te doorbreken is een genereuze handreiking van de globaliseringswinnaars.

Het is al lang geen nieuw fenomeen meer: de oude arbeidersklasse begint terug te vechten. Al sinds de jaren ’90 wordt de Europese onderklasse structureel geminacht door degenen die pretenderen haar belangen te verdedigen. Met het aantreden van een reeks nieuwe regeringsleiders in Europa verscheen een verse generatie sociaaldemocratische politici ten tonele. Nadat Europa jarenlang gebukt ging onder rechtse en conservatieve bezuinigingsregeringen, brachten politici als Kok, Blair en Schröder de hoop met zich mee dat zij konden herstellen wat in de voorafgaande jaren van vermarkting en hyperliberalisatie afgebroken was.

Aanvankelijk leek dat ook zeker het geval. Mooie, progressieve stappen voorwaarts als de invoering van het minimumloon in Groot-Brittannië of het homohuwelijk in Nederland leken inderdaad de indruk te wekken dat Europa goed aan de weg aan het timmeren was. Maar gaandeweg nam de arrogantie van de macht toe en toonden veel politici steeds openlijker de verachting voor hun eigen kiezers.

In sneltreinvaart werd de bevolking van Europa voor steeds meer voldongen feiten gezet. Zaken als een voortdenderende Europese eenwording, een maniakale afbraak van de verzorgingsstaat, het kritiekloos doordrukken van een overduidelijk falend multiculturalisme en de grootschalige privatisering van essentiële overheidsdiensten werden tegen de wil van de meerderheid van de bevolking in doorgedrukt. Centrumrechtse en centrumlinkse regeringen wisselden elkaar af, maar zetten wel steeds dezelfde projecten voort. De enige variatie zat in de kleur saus waarmee de falende projecten werden gemaskeerd: dan eens blauw, soms wat rood en vaak wat paars.

Het bekritiseren van deze projecten was een doodzonde. Degenen die bezwaren hadden bij de privatisering van overheidsdiensten werden weggezet als hopeloos ouderwets. Vraagtekens bij de schaduwzijden van grootschalige immigratie maakte je direct tot een racist. Critici van de razendsnelle Europese integratie werden afgeschilderd als nationalisten. De oude onderklasse in de arbeiderswijken, die nu juist de nadelen ondervond van de lievelingsprojectjes van de Europese elites, werd als ongeschoold geteisem afgedaan dat slechts kon redeneren vanuit de onderbuik.

De NRC-lezer, de bakfietsmoeder en de hoogleraar antropologie, onaangetast door de schaduwzijden van hun wereldvisie, telden de zegeningen van deze nieuwe fenomenen. Zij konden zich niet verplaatsen in het gemopper van de werkloze metselaar. Deze zou slechts redeneren vanuit de onderbuik. Hij begreep de voordelen van al hun projecten niet. Hij was kortzichtig, dom, conservatief, ouderwets en xenofoob. De elite zette de kritiek weg als achterlijk, want alleen zo hoefde zij zich niet in een inhoudelijk debat over het al dan niet falen van hun projecten te mengen.

Sindsdien heeft een belangrijke ontwikkeling plaats gevonden. Grote delen van het electoraat voelden zich steeds minder serieus genomen en zijn in opstand gekomen. Gelukkigerwijs niet middels fysiek geweld, staatsgrepen of revoluties, maar via de democratische weg. Ondertussen is de situatie echter wel zo ernstig, dat de aloude arbeidersklasse iedere kans zal aangrijpen om de favoriete projectjes van de elites te dwarsbomen.

Toen op 23 juni 2016 een meerderheid van de Britse kiezers ervoor koos om de Europese Unie te verlaten, deed zij dat tegen het advies in van 9 van de 10 economen, president Obama, hoge functionarissen uit de Britse veiligheidsdiensten en een meerderheid van de Britse volksvertegenwoordigers. Dat het establishment zich zo eensgezind achter een verblijf in de EU heeft geschaard, heeft er nu juist toe geleid dat veel ontevreden kiezers voor een vertrek hebben gestemd.

In Frankrijk staat het Front National inmiddels al maandenlang bovenaan in de peilingen, in Oostenrijk kent de FPÖ angstaanjagende successen bij de nationale presidentsverkiezingen en in Duitsland ziet de AfD haar leden- en kiezersaantallen met de dag stijgen. In Nederland gaat Wilders nu al een ongekend lange tijd aan kop in de peilingen en stemt de bevolking in overgrote meerderheid een associatieverdrag met Oekraïne weg. Dit doen de Europeanen niet omdat zij massaal hun verstand hebben verloren, maar omdat een groot deel van het electoraat terugvecht tegen een elite die haar heeft verwaarloosd. Iedere kans om een middelvinger te tonen wordt aangegrepen.

De gemiddelde Europeaan is van nature niet radicaal of extremistisch. De Europese onderklasse stemt niet met plezier op de grootste schreeuwlelijk wiens tronie het stembiljet vervuilt. Zij doen dit om uiting te geven aan een enorme onvrede. Onvrede over een gesloopte verzorgingsstaat, een steeds onoverzichtelijkere samenleving, een falend Europees project en de vermarkting van talloze overheidsdiensten. Zij proberen middels een tegenstem, haar enige echte machtsmiddel, de projecten van de elite te verstoren om nu eens eindelijk aandacht te vragen voor hun terechte bezwaren op alle blunders die de afgelopen decennia zijn begaan.

De globaliseringswinnaars hebben hun feestje ongestoord mogen vieren. De hoogopgeleiden, de kapitaalkrachtigen en de machtigen hebben nu al geruime tijd hun favoriete projectjes ten uitvoer kunnen brengen. Met hun posities in het bedrijfsleven, de ambtenarij, de wetenschap en de politiek hebben zij de koers van dit continent sterk kunnen bepalen. De oorlog die zij voerden tegen de opvattingen en de belangen van de onderklasse wordt pas evident nu die laatste terug begint te vechten met het enige machtsmiddel dat zij heeft: het kiesrecht.

Iemand die de oprechte ambitie heeft om de overbekende kloof te dichten, zal dit moeten erkennen. Het waren de hoogopgeleide, progressieve globaliseringswinnaars die de beleidsmatige oorlog verklaard hebben aan de globaliseringsverliezers. Alleen zij kunnen de strijd ook weer tot bedaren brengen. Het wordt hoog tijd om niet meer met meel in de mond te spreken over het serieus nemen van de kiezer, maar dit ook echt eens in de praktijk te brengen.

Iedere keer dat wij het woord ‘onderbuik’ nog gebruiken, groeit de kloof namelijk weer een stukje.