Een pijnlijke les uit Portugal: Nederland is te rijk

Op 4 oktober 2015 ging Portugal naar de Stembus. Na vier jaar rechts beleid onder minister-president Coelho, stond het land er belabberd voor. Onder Coelho steeg de werkloosheid, kromp de economie, werd het minimumloon bevroren, kwam een op de vier kinderen onder de armoedegrens te leven, verlieten een recordaantal hoogopgeleide jongeren het land en nam het begrotingstekort ongekend toe. Na de verkiezingen besloten drie linkse partijen dat ze moesten samenwerken. Ze konden hun land niet nog meer ellende bezorgen. In Portugal waren een rechtse regering en een bezuinigingsverslaafde trojka dus de oorzaak van de linkse samenwerking. Wat Nederland van Portugal kan leren is dat linkse samenwerking heel goed kan werken, maar dat het gevoel van urgentie cruciaal is. De vraag is of Nederland die urgentie echt voelt.

bron afbeelding: Het Portugese Parlementsgebouw (foto: Wouter Welling)

In Portugal kreeg in 2015 de sociaaldemocratische PS 32% van de stemmen. De radicaal-linkse partij Links Blok kreeg 10% van de stemmen en de communistische partij 8% van de stemmen. Samen vormden ze onder leiding van de charismatische premier António Costa iets unieks: het enige volledig linkse kabinet van de EU. De gehele Europese politiek en media wist het vooraf al zeker: dit zou een drama worden. We zijn nu anderhalf jaar verder. Wat interessant is, is dat het erg goed gaat in Portugal. Het linkse beleid lijkt te werken. En daar hoor je helaas bijna niemand over.

De Portugese super-"Maarten van Rossem" vertelt

Hoe ging het Portugese roer om? Eén van de interessantste mensen om het verhaal aan je uit te leggen is Francisco Louçã. Louçã is een internationaal gewaardeerd professor in de economie, oud partijleider van het Linkse Blok en heeft zijn eigen talkshow op de Portugese televisie. Ik ging bij hem op bezoek en werd overdonderd door de energie van deze man. Louçã is niet zomaar een tv-presentator, politicus of professor die je met je betweterige Nederlandse retoriek dingen kan wijsmaken. Hij is een soort Maarten van Rossem on intellectual steroids. Het interessante aan deze man is dat hij het Europese economische denken een spiegel voorhoudt en laat zien dat het anders kan.

Als je het verhaal van Portugal wil snappen, stelt Louçã, dan moet je begrijpen dat het land een wezenlijk andere geschiedenis heeft dan ieder ander West-Europees land. Tot 1974 was Portugal een fascistische dictatuur. Door de geweldloze Anjerrevolutie van 1974 werd het een democratie. Snel daarna startte de dekolonisatie, waardoor meer dan anderhalf miljoen mensen uit de oud-koloniën naar Portugal kwamen; en dat op een bevolking van 9 miljoen. Vervolgens werd na vijftig jaar fascisme en een centraal geleide economie, de vrije markt geïntroduceerd. In 1986 werd Portugal lid van de Europese Economische Gemeenschap en in 1992 tekende het, samen met Nederland, in Maastricht het verdrag dat de Europese Unie oprichtte en vrij baan gaf voor de Euro.

Portugal had voor 1974 veel grote koloniën (foto: Wouter Welling)

Portugal is een land dat in sneltreinvaart moest moderniseren

Portugal maakte in twintig jaar mee waar Noordwest-Europa tweehonderd jaar over deed. Zoals Louçã aangeeft, zijn de democratische en economische hervormingen razendsnel gegaan. Misschien wel te snel. Dit biedt volgens hem wel unieke kansen, zodat Portugal de rest van Europa een spiegel voor kan houden. De effecten zijn daar namelijk heftiger en de tegenstellingen groter.

Als ik hem vraag waarom het linkse kabinet zich tegen de maatregelen van de Troika keerde, reageert hij fel:

“Alle linkse partijen snapten dat in het jonge Portugal dat de EU nooit gaat werken als de Europese Commissie bestuurd wordt door de volgende directeur van een offshore bedrijf. Als het interne kapitaalverkeer in de EU alles beslist, dan moet je snappen dat mensen het op een gegeven moment niet meer pikken en iets sociaals willen. Dan moet links een alternatief hebben om het rechtse alternatief van racisme te blokken.”

Hij legt uit dat we in een globaliserende wereld leven en dat er simpel gesproken twee manieren zijn om hiernaar te kijken: door een culturele identiteitsbril en door een sociaaleconomische bril. In Portugal domineert het sociaaleconomische verhaal, terwijl men in het Noorden denkt dat cultuur en identiteit een grotere rol spelen bij maatschappelijke vraagstukken.

Op sociaaleconomisch gebied werden de linkse partijen tot 2015 altijd gezien als partijen die geen oplossing hadden voor globaliseringsvraagstukken. Het neoliberale verhaal presenteerde zich als het enige verhaal. Dit is volgens Louçã een rare denkfout. De problemen zijn sociaaleconomisch. Juist op dat gebied heeft links een alternatief verhaal. Sociaal-culturele problemen zijn immers in veel gevallen een afgeleide van sociaaleconomische. Volledig vrije markten zonder sociale rechten is een rechts idee dat nooit werkt. Het is een links doel om dat aan te pakken.

Gelukkig boden de rechtse partijen in Portugal een kans, stelt Louçã, door er echt een ontegenzeggelijke puinhoop van te maken. Links bood hierbij een alternatief voor het rechtse beleid, en het werkt.

Francisco Louçã, (foto: Wikimedia Commons)

Reken maar raak: linkse samenwerking werkt!

Het is interessant om te zien dat de Portugese regering momenteel populair is onder de bevolking en ook goede cijfers kan laten zien. Portugal heeft in 2016 een van de laagste begrotingstekorten van de EU (2,1%) en was in het derde kwartaal van 2016 het Eurozoneland met de hoogste economische groei. Daar stonden de rechtse partijen en de Europese instituties nogal somber van te kijken: het is een land dat vol tegen het algemeen geaccepteerde verhaal ingaat en toch prachtige resultaten laat zien. Onderhand heeft het IMF zelfs toegegeven dat het met zijn adviezen voor Portugal er echt naast zat.

Maar het gaat verder. De regering heeft het minimumloon verhoogd, de belasting voor de hoogste belastingschijf verhoogd en die voor de laagste belastingschijf verlaagd. Kinderbijslag is inkomensafhankelijk geworden en het percentage hernieuwbare energie is verhoogd naar 69% van de totale energieproductie.

Natuurlijk is de gehele Europese economie enigszins aangetrokken en heeft Portugal onder andere geprofiteerd van afnemend toerisme in andere landen. Echter, dat het beleid van het linkse kabinet aan de sterke groei bijdraagt, wordt aan beide kanten van het politieke spectrum niet meer tegengesproken.

Waarom doet de EU alsof er niks aan de hand is?

OK. Het gaat goed in Portugal, maar wat hebben wij hieraan? Een les die te leren valt is dat links schijnbaar een gezamenlijke vijand nodig heeft en moet accepteren dat ze het over de bestrijdingswijze van die vijand niet helemaal eens gaan worden.

Een bezoek aan het Portugese Ministerie van Financiën bood me dit idee. Ik kan het iedere Nederlandse politicus aanraden. Adviseurs van de Portugese Minister van Financiën, Mario Centeno, vertelden dat ze in Brussel niet snapten dat na de verkiezing van Trump en de Brexit er niet zomaar een probleempje was ontstaan. Ze beschreven hoe de dag na de verkiezing van Trump, de Portugese delegatie in een EU-meeting mocht uitleggen of ze de 3% begrotingstekort net wel of net niet zouden halen. Ze sloegen steil achterover. Lezen die Europese ambtenaren weleens een krant? Het was alsof ze moesten praten over een deur die het mogelijk niet helemaal goed deed, terwijl het huis in brand stond.

In Portugal waren alle linkse partijen op dit front al verenigd, maar de Brexit en Trump boden hen nog een steun in de rug. Het sterkte de linkse samenwerking, doordat ze zag wat rechts falen in andere landen voor ellende bracht.

Het Portugese kabinet kan onderhand rekenen op steun van 63% van de bevolking. Dat komt volgens de adviseurs van de Portugese Minister echt omdat ze snappen dat meegaan in het financiële gebabbel in de marge geen optie is. Een gezamenlijk en krachtig links verhaal, waarvan mensen de effecten direct merken in hun leven, is het enige alternatief voor een neoliberaal economisch beleid, of een beangstigende identiteitspolitiek.

Links Nederland, voelen jullie de urgentie?

Dan terug naar Nederland. Wat kunnen we leren van dit tot nu toe geslaagde experiment in Portugal?

Wat in Portugal is gebeurd, is uniek in Europa. Drie partijen die elkaar jarenlang op iedere vierkante centimeter bestreden om de stem van een vergelijkbare groep kiezers, besloten samen te werken. Ze erkenden dat ze verschillende dingen belangrijk vonden, maar erkenden ook dat ze alles liever wilden dan nog vier jaar het land failliet bezuinigen. En het werkt. Het experiment laat zien dat een links kabinet mogelijk is en ook nog echte vooruitgang voor het land betekent.

In Nederland hebben we een ironisch nadeel: onze economie draait goed. In Portugal ging iedere discussie over sociaaleconomische zaken, omdat het verdomd slecht ging met die economie. De Nederlandse welvaart staat ons toe om continu te verzanden in gezwets over identiteit. Links Nederland ziet (nog) geen echte puinhoop voor zich. Pas wanneer links een immorele rechtse puinhoop voor zich ziet, zal samenwerking zich opdringen. Dus, zeg het maar, is Portugal too poor for identity politics? Of is Nederland te rijk voor sociaaleconomische politiek?

Dit stuk kwam tot stand na een bezoek dat ik dankzij JongWBS aan Lissabon mocht brengen.