Fuseren is niet de oplossing

De Nederlandse verkiezingen zijn meedogenloos. Er zijn meer partijen dan ooit en de kiezer lijkt ook met steeds meer gemak te switchen tussen al deze partijen. Iemand die meer dan twee verkiezingen op rij op dezelfde partij stemt, wordt steeds meer een zeldzaamheid. Dit is niet persé goed of slecht, maar het zorgt er wel voor dat de kans op grote nederlagen een stuk groter is dan vroeger. Gelukkig werkt het ook andersom en is de verliezer van vandaag ook weer sneller de winnaar van morgen.  Zolang ons kiessysteem hetzelfde blijft en we nog altijd maar op één partij mogen stemmen, zal dit voorlopig niet snel veranderen. Dat de linkse partijen nu historisch laag staan, betekent niet dat er geen werk aan de winkel is, maar een fusie, waar nu veel voor wordt gepleit, is niet de oplossing.

Geen garantie voor succes
De redenering voor een fusie is vaak dat de zetelaantallen van de linkse partijen, opgeteld tot één grote partij, meer zoden aan de dijk zullen zetten. Ten eerste is het de vraag of een fusiepartij bij nieuwe verkiezingen de kiezers van de oude partijen weet te behouden. De PvdA, immers ook een fusiepartij, behaalde na de Tweede Wereldoorlog, bij haar eerste verkiezingen, minder zetels dan de drie fusiepartijen (SDAP, VDB en de CDU) waaruit ze was ontstaan. Ze werd dan ook niet de grootste partij. Dat werd de KVP. Omdat de PvdA ondanks dat in de persoon van Drees wel de minister-president leverde, is in ons collectief geheugen gekomen dat de PvdA direct een succes was.

Inhoudelijke afvlakking 
Bovendien bestaat het risico dat je met een fusie het kind met het badwater weggooit. GroenLinks, de SP en de PvdA komen voort uit verschillende politieke stromingen, ieder met hun eigen historie en visie op de samenleving. Dat de groene beweging, het socialisme en de sociaaldemocratie momenteel vertegenwoordigd worden door partijen met een laag zetelaantal betekent niet dat deze stromingen onafhankelijk geen bestaansrecht meer hebben. Ze moeten beter worden verkocht, maar dat is een ander verhaal. Door te fuseren vergroot je juist de kans op een afgevlakt compromis tussen deze stromingen. Dit maakt het alleen maar lastiger om de volgende verkiezingscampagne wel scherp en opvallend te zijn.

Duurzaam?
Nog los van de vraag of een fusiepartij inhoudelijk niet aan kracht zal verliezen, is het ook de vraag hoe duurzaam een samenvoeging is.
Mijn vermoeden is dat al vrij snel sommige van de oude stromingen binnen deze nieuwe partij heimwee zullen krijgen naar de periode dat ze nog een autonome partij hadden. Deze gevoelens zouden kunnen leiden tot een langdurige interne koersstrijd, of waarschijnlijker, tot weer een nieuwe afsplitsing/heroprichting van de oude partijen.
Het door Cohen aangehaalde voorbeeld van een brede linkse partij zoals Labour is erg aanlokkelijk, maar past niet in het Nederlandse kiessysteem. Nederland kent geen districtenstelsel met een ´winner takes it all’ systeem. Eerder het tegenovergestelde: één van de laagste kiesdrempels ter wereld. Daarnaast kun je je afvragen of je de continue interne machtsstrijd en conflicten binnen Labour moet willen.

Kansen
Wat dan wel zal je je afvragen? Zolang de verliezende partijen (ditmaal links) ondanks hun verlies wel overtuigd zijn van de kracht van hun eigen verhaal is een fusie niet nodig. Het is dan veel belangrijker dat zij zich in de analyse van het verlies focussen op de communicatiestrategie. Daarin leren van de winnaars of nieuwkomers is een logisch startpunt.
Wanneer het verlangen naar een fusie bij een groot aantal leden van de verliezende partijen desondanks sterk blijft aanhouden, kunnen zij natuurlijk altijd besluiten uit deze partijen te stappen en gezamenlijk alsnog een nieuwe partij op te richten. Hiervoor is geen fusie nodig.
Op deze manier zal vanzelf blijken of een mengeling van de verschillende stromingen in één partij het gewenste succes zal leveren. Mocht het toch tegenvallen dan zijn de achterliggende schepen niet verbrand. Het zou zelfs kunnen dat één van de partijen die zij hebben verlaten het bij de volgende verkiezingen ‘onverwacht’ goed doet.