Generatie K

Ik ben opgegroeid in een tijd dat het gat in de ozonlaag, het kappen van de oerwouden en de honger in Afrika me de grootste problemen op aarde leken. Kinderen in bonte kleding zongen jaarlijks in perfect Nederlands op TV over het neerknuppelen van zeehondjes, en het zware leven van gastarbeiders en mijnwerkers uit verre landen.

bron afbeelding: Pixabay.com

Het leek me logisch dat de rest van de wereld dit ook schandalig vond, als er maar iemand was die ze uitlegde hoe slecht al die zaken waren. Ik liep rond in Greenpeace T-shirtjes en werd op mijn veertiende vegetariër. Een kennis van mijn ouders typeerde me ooit eens als 'niet helemaal van deze planeet'. Het is me nog steeds niet duidelijk of hij dat als compliment bedoelde.

Vroeger waren de problemen ver weg, op een ander continent dat we ‘de Derde Wereld’ noemden. Tegenwoordig zijn ze angstaanjagend dichtbij: de financiële crisis, brandstoftekort, overbevolking en klimaatverandering met als gevolg overstromingen, wereldwijde hongersnood, massale migratie en uiteindelijk oorlogen. Niets minder dan het einde van de mensheid lijkt te naderen, ook voor de niet-gelovigen onder ons. Van de week hoorde ik de uitbater van een lunchroom zeggen dat hij geen TV meer keek, omdat hij geen pessimist wou worden. Niet alleen hij, maar veel mensen zijn lamgeslagen door de apocalyptische toekomstscenario's die voor onze planeet geschetst worden, terwijl anderen hun kop in het zand steken en denken 'na mij de zondvloed'.

Ook bij mij zijn de idealen ergens in de loop der tijd verwaterd, of versleten. Niet dat ik niet langer geef om de natuur, de aarde en de mensen om me heen, maar met de kennis en de jaren is eveneens het besef gekomen dat de wereld waarin we leven duizelingwekkend complex is. Het ene probleem is niet op te lossen, zonder het andere uit de weg te ruimen. Wat te doen? Toch weiger ik me neer te leggen bij het idee dat alle rampspoed onafwendbaar is. Cynici verzuchten dat de mens niet in staat is zich onbaatzuchtig in te zetten voor een betere wereld, dat het geen zin heeft, want we gaan toch wel naar de haaien. Maar vergt het werkelijk zoveel inspanning om onze aandacht te richten op een duurzame ontwikkeling van onze maatschappij?

Hoe wij de omgeving en onze kansen daarin zien, wordt voornamelijk bepaald door onze conceptie van de wereld in relatie tot onszelf. Als ik me onzeker voel, bang ben om te falen en denk dat iedereen beter is dan ik, dan zal ik nooit een kans benutten en inderdaad niets bereiken. Is het niet zo dat wij voornamelijk problemen zien en weinig oplossingen? Het is tijd voor een mentale omslag die begint bij het besef dat de wereld wel degelijk te veranderen is. Ons handelen bepaalt de toekomst. Een aantal zaken moeten niet uit het oog worden verloren: ieder normaal mens streeft naar een veilige omgeving voor zichzelf en zijn of haar familie, en ieder mens heeft graag het gevoel nuttig bezig te zijn voor een hoger doel dat het individu overstijgt. Wie uitgaat van deze beginselen ziet een wereld gevuld met mensen die streven naar een stabiele en duurzame toekomst.

Ik ben er van overtuigd dat ik wel degelijk van deze planeet kom, samen met nog bijna zeven miljard anderen. De grootste uitdaging waar onze generatie voor staat is niet alleen het vinden van een antwoord op de problematiek die iedere wereldburger bedreigt, maar vooral om de daadkracht te bevorderen. Nederland heeft als innoverende natie alles in zich om hier een voortrekkersrol in te spelen. Dit handelen hoeft niet te bestaan uit grote gebaren en drastische ingrepen, heel veel kleine stapjes kunnen ook tot een transformatie leiden. Wat we wel nodig hebben is de keuzemogelijkheid om een andere weg in te slaan, het is de taak van de overheid om die ruimte te creëren. Dit kan niet zolang de politiek doordrenkt is van cynisme en zich wentelt in partijgekonkel. Wij willen politici met een positieve visie. Dat Jong WBS het initiatief start om tot een constructief debat te komen over de toekomst, kan ik alleen maar toejuichen. Het is tijd dat onze ‘Kinderen-voor-Kinderen’ generatie toont dat we de naïviteit zijn verloren, maar niet onze idealen.