Het gelijk van Dijsselbloem

Ik vind het over het algemeen erg plezierig als er een linkse regering aan de macht komt. Ik was dan ook hoopvol gestemd over de nieuwe Griekse regering onder leiding van Syriza, die aan het begin van het jaar aantrad. Ik had verwacht dat ze op een fatsoenlijke manier orde op zaken zou stellen in Griekenland. Zo had ik gedacht dat ze de massale belastingontduiking zouden aanpakken, zouden bezuinigen op het extreem dure leger, extra belasting zouden heffen op grote bedrijven die geen belasting hoeven te betalen en de lasten eerlijk zouden verdelen in Griekenland.

bron afbeelding: flickr.com / partij van de arbeid

De deceptie was na een half jaar nog nooit zo groot. Syriza heeft niets, maar dan ook helemaal niets van links beleid uitgevoerd. In plaats daarvan heeft men als een Calimero de EU aangevallen. De crisis zou allemaal de schuld zijn van de hoge schuldenberg en de extreme bezuinigingen. Het zou daarom vooral aan de EU liggen dat het zo slecht gaat met Griekenland. Ik geloof dat niet en denk dat de Grieken zelf ook nog een behoorlijke invloed hebben op hun eigen beleid.

Voor een beter begrip van de Griekse situatie is het goed eerst terug te kijken hoe de problemen zijn ontstaan.

Terug naar het ontstaan van de crisis

Griekenland kende sinds de jaren zeventig een redelijk gestage economische groei. Die was niet uitbundig, maar wist het land toch van een staat van armoede in een staat van relatieve welvaart te brengen. Iedere burger kon een redelijk, zij het sober, bestaan hebben. Toen de euro werd ingevoerd veranderde alles. Lenen werd zeer goedkoop waardoor zowel de staat als huishoudens tegen extreem lage rentes veel konden lenen. Hier heeft men in overvloedige mate gebruik van gemaakt. De economische groei van het  land schoot omhoog, waardoor Griekenland tot de rijke landen in de wereld ging behoren.

De welvaart was alleen schijn. Het geleende geld werd niet besteed aan het ontwikkelen van een sterke economie, maar voornamelijk aan consumptieve uitgaven zoals pensioenen, en prestigeprojecten zoals de Olympische Spelen van 2004 en autosnelwegen in gebieden waar haast niemand woont. De achterliggende economie bleef buitengewoon zwak: de export stelde zeer weinig voor. Tekenend voor deze verspilzucht waren de jaren voor de economische crisis van 2009. In 2006 en 2007 bedroeg de economische groei respectievelijk 5,2% en 4,3%. Dit zijn extreme groeicijfers waarbij je je kan inbeelden dat bij de staat het geld tegen de plinten op moet klotsen. Niets is echter minder waar; het begrotingstekort in die jaren was maar liefst 6% en 6,7%! Op het hoogtepunt van de economie weet de Griekse staat dus een gigantisch tekort te creëren.

Zoals gezegd was de economie in Griekenland door de leningen niet erg versterkt. Daar komt nog bij dat in Griekenland een heel andere cultuur bestaat dan wij in West Europa gewend zijn. Belastingontduiking is een nationale sport, mede door de zeer gebrekkige Griekse belastinginning. Naar schatting haalt de staat maar de helft van de belastingen binnen die ze op grond van de belastingtarieven zou moeten ophalen. Ook is het betalen van smeergeld om zaken sneller te regelen aan onder andere ambtenaren en artsen de normaalste zaak van de wereld.

Het tekort en het gebrek aan belastinginkomsten beloofde niet veel goeds voor tijden met tegenslag. Dat bleek uit te komen. De crisis van 2009 kwam in Griekenland extreem hard aan, extra aangewakkerd door het feit dat de staat Griekenland jarenlang gefraudeerd had met de cijfers van de begroting en de staatsschuld. Het vertrouwen van geldschieters in Griekenland was daarom extra laag.

Gedurende de crisis is de economie van Griekeland aanzienlijk gekrompen. Als je de economische groei van voor de euro ongewijzigd doortrekt naar 2014, kom je op een punt uit waar de economie nu ook zit. Het is dus niet Europa die de Griekse economie heeft doen krimpen, het is hun eigen zeepbel die is leeggelopen. Griekenland is slachtoffer geworden van een combinatie van extreem kapitalisme, in combinatie met zeer discutabele politici.

Als gevolg van de ineenstorting is sprake van een enorme tragedie in Griekenland. Heel veel mensen zijn werkloos – vooral de jeugd – en mensen die pensioen hebben moeten het met fors minder doen dan wat ze gewend waren. Dit heeft impact op heel veel levens. Dat mensen wanhopig worden kan ik me goed voorstellen. Dat zie je ook terug in de uitslag van het Griekse referendum: jongeren hebben massaal nee gestemd, ouderen in meerderheid ja. Zij die niets hebben, hebben toch niets meer te verliezen, dus stem je nee tegen de bezuinigingen. Dat begrijp ik heel goed. Maar zijn minder bezuinigingen de oplossing?

Schulden kwijtschelden helpt niet

Schuldkwijtschelding is een optie waar veel linkse mensen voor pleiten. De rentebetalingen en aflossingen zijn inmiddels zo laag geworden doordat de schulden over een extreem lange termijn kunnen worden afgelost, tegen een erg lage rente, dat de staatsschuld – ondanks zijn grote omvang – niet het grote probleem is. De onderliggende totaal zwakke economie verandert met een lagere staatsschuld niet. De corruptie wordt niet uitgebannen en de neiging om fors te lenen zal er niet mee worden onderdrukt.

Wat de Grieken moeten beseffen is dat hun welvaartsniveau van de afgelopen jaren veel te hoog is geweest in verhouding tot de economische prestaties van het land. Dat is buitengewoon zuur, maar een onontkoombaar feit. Het opbouwen van een sterke economie kost jaren. Een alternatief hiervoor is weer veel lenen, of een structurele waardeoverdracht van rijke Europese lidstaten naar Griekenland. Beide opties zijn politiek totaal onhaalbaar.

Dat betekent niet dat in Griekenland veel arme mensen moeten leven die nauwelijks te eten hebben. Dat is namelijk een politieke keus. Heel erg slecht is het met de totale nationale welvaart van Griekenland namelijk niet gesteld. De Grieken zitten momenteel op ongeveer het niveau van begin jaren 2000. Toen hoorde je ook weinig mensen klagen dat er zoveel armoede was in Griekenland. Een Griek moet tegenwoordig gemiddeld rondkomen van ongeveer € 800 per maand  netto, terwijl iemand in buurland Macedonië het moet doen met minder dan € 300 per maand. Er zijn bovendien diverse eurolanden die het met een veel lager gemiddeld inkomen moeten doen dan de Grieken. Qua gemiddeld inkomen hoeven we dus niet per se medelijden te hebben met de Grieken.

Hoe de welvaart van een land wordt verdeeld is aan de regering van een land. Zij kan bijvoorbeeld hogere belasting heffen op bedrijven en vermogens, bezuinigen op het leger, uitkeringen voor mensen die het moeilijk hebben verlichten en arbeid proberen eerlijker te verdelen door arbeidstijdverkorting in te stellen. Daarvoor kiest Syriza op dit moment alleen niet. Dat is ook wat me zo tegen valt aan die zogenaamde linkse regering. Ze lijken een spelletje te spelen ten koste van de burgers. Ze bedotten de eigen bevolking met een worst dat de bezuinigingen niet nodig zijn en dat dit aan Europa ligt. De situatie die nu is ontstaan laat zien hoe gevaarlijk het spel is. Als Griekenland de eurozone verlaat kan de economie nog veel verder terugvallen.

Dijsselbloem heeft gelijk

Ik geloof dat alleen een structurele hervorming van de Griekse economie kan helpen om de Grieken er weer bovenop te helpen. Daarin heeft Dijsselbloem volkomen gelijk, en daarin steun ik hem dan ook van harte. Dit moet dan wel gebeuren in combinatie met een forse welvaartsherverdeling in het land zelf. Daarvoor zou Europa ruimte moeten bieden. Ik heb niet het idee dat de Europese regels en de Eurogroep  dat onmogelijk maken. Ik ben alleen weinig hoopvol gestemd dat de Griekse regering hierop in zal zetten. De laatste maanden bieden weinig hoop.