Het maakt niet uit of een kat wit, of zwart is, als hij maar muizen vangt

Observaties uit het nieuwe China; vooruitgang zonder democratie  

bron afbeelding: Foto's: eigen werk auteur

In dit artikel lees je niets over een groot militair conflict in een buitenland waar je eigenlijk vanaf zou moeten weten. Dit artikel gaat ook niet over een land dat dreigt te vervallen in een cryptodemocratie en dat zich democratisch beter voordoet dan het is. Dit artikel gaat juist over een land met een extreem grote vooruitgang. Een vooruitgang die op deze schaal en met deze snelheid nog geen enkel ander land in de wereld ooit heeft meegemaakt en dat bij mij bewondering oproept, maar de manier waarop die vooruitgang wordt ingevuld leidt bij mij ook tot droefheid. Een land dat bovendien geen mooi weer speelt met een zogenaamd democratisch systeem, maar er ronduit voor uitkomt dat het een dictatuur is en dat ook wil blijven.

Dit verhaal gaat over China, het land waar ik in oktober een rondreis door maakte. Het is een land dat nu nog vol zit met contrasten omdat het zich midden in een transitieperiode bevindt van het oude arme, naar het nieuwe welvarende China. Het land lijkt zich echter te ontwikkelen naar te veel eenvormigheid, gericht op alleen maar efficiency. Dat is iets waar China voor moet oppassen.

Wat in China in de afgelopen decennia is gebeurd is nog nooit vertoond in de wereld: de Chinese staat heeft er in slechts één generatie voor gezorgd dat het land van een derdewereldland met armoede en honger voor bijna iedereen, naar een land van relatieve welvaart voor een groot deel van de bevolking is gegroeid. Een groot deel van de mensen in de wereld die in de afgelopen dertig jaar uit de armoede zijn gehaald, wonen in China. Illustratief hiervoor is het verhaal van een gids die ik tijdens een deel van mijn reis had en ergens in de dertig was. Hij vertelde dat hij toen hij klein was elke ochtend een aantal keer moest lopen om water te halen uit de dichtstbijzijnde waterpomp, die tien minuten lopen was van zijn huis. Tegenwoordig is de vraag welke auto wordt gekocht. Een wereld van verschil, en dat in slechts één generatie tijd.

Afscheid van Mao

Met name het beleid van Deng Xiaoping heeft na de dood van Grote Roerganger Mao Zedong ervoor gezorgd dat het land afstand deed van het dogmatische Maoïsme, waarbij welke vorm van eigen initiatief dan ook niet mogelijk was. Mao’s beleid heeft op China een verwoestende uitwerking gehad, waarbij tientallen miljoenen Chinezen de hongerdood zijn gestorven door zijn Grote Sprong Voorwaarts1,  zijn geïnterneerd of geëxecuteerd. Zijn Culturele Revolutie leidde daarbij ook nog eens tot de verwoesting van veel cultureel erfgoed.

Eén van de bekendste uitspraken van Deng Xiaoping is: “het maakt niet uit of een kat wit, of zwart is, als hij maar muizen vangt”. Hij bedoelde hiermee dat het niet nodig is om als overheid vast te houden aan ideologische dogma’s, maar dat het vooral resultaten zijn die tellen bij het voeren van beleid. Het land opende zich onder zijn leiding voor de wereld. Het werd mogelijk door buitenlandse bedrijven onder voorwaarden te investeren, en de staat beheerste niet meer het gehele economische leven en hierbij getransformeerd naar een hybride model wat ergens tussen communisme en kapitalisme in zit.

De economie is door dit beleid zeer stek gegroeid. Waar de gemiddelde Chinees het begin jaren tachtig met minder dan omgerekend $300,- per jaar moest doen, kan hij nu rekenen op $8.000,- per jaar2. Een ding heeft de overheid niet veranderd: China is natuurlijk nog steeds een totalitaire staat waar de burger niets te zeggen heeft over beslissingen van de overheid.

Als gevolg van de sterke economische ontwikkeling van China zijn honderden miljoenen Chinezen niet meer nodig op het platteland en kunnen verhuizen naar de stad waar veel nieuwe banen voor ze zijn. Dit betekent wel dat al die honderden miljoenen mensen gehuisvest moeten worden in de steden. Door de toegenomen welvaart is ook veel meer ruimte per Chinees nodig om te wonen. Dit heeft een gigantische impact op de inrichting van het land met zijn 1,34 miljard inwoners .

img_0601

Verwoesting van het oude China

Reizend door het land vallen daarmee de enorme verschillen op tussen het land zoals dat er voor de grote economische groei uitzag en het moderne China. Ik noem dit voor het gemak het oude en het nieuwe China. Het oude China bestaat in de steden uit wijken met nauwe straatjes, laagbouw met woningen aan hofjes, kleine winkeltjes en chaotisch verkeer. Op het platteland zijn in het oude China nog ouderwetse landbouwmethodes in zwang, waarbij het paard nog het meest vooruitstrevende hulpmiddel is. Het nieuwe China bestaat daarentegen uit niet zomaar grote, maar enorme hoeveelheden hoogbouw, uitgestrekte nieuwe miljoenensteden, glimmende winkelcentra met ketens die je overal in de wereld ziet en een dicht net van snelwegen, hogesnelheids- en metrolijnen. Tekenend hiervoor – en zeker niet uniek tijdens mijn reis – was mijn aankomst per hogesnelheidstrein in Xi’an, een voor Chinese begrippen provinciestad met 9 miljoen inwoners. Hier is in twee jaar een heel nieuw station buiten de stad gebouwd, alleen voor hogesnelheidslijnen, waarvan er in een paar jaar tijd in drie windrichtingen lijnen zijn aangelegd. Het station is een keer of vier groter dan het nieuwe Rotterdam Centraal en heeft 34 sporen. Om het station schieten de nieuwe torenflats uit de grond. Het is echt bijzonder indrukwekkend om te zien.

 

img_0766De overheid lijkt in zijn vernieuwingsdrang bijna geheel afscheid te willen nemen van het oude China. Op wat belangrijke oude gebouwen uit het verleden na – zoals de Chinese muur, wat tempels en een enkel oud gebouw of oud wijkje per stad – wordt bijna alles gesloopt wat de vooruitgang en efficiency in de weg staat. In flatgebouwen kun je immers veel efficiënter mensen kwijt dan in een oude volkswijk. Als er iets ouds blijft staan wordt dat ook nog eens omgevormd tot een soort Disneypark met sfeerverlichting en een batterij toeristische winkeltjes in een nagemaakt-oude Chinese stijl ervoor. Op de een of andere manier houden Chinezen dan wel weer enorm van verkitching, ondanks dat ze grof omgaan met hun verleden. Hierdoor wordt het oorspronkelijk karakter van wat overblijft ook fors aangetast.

In de stad Suzhou liep ik door een oud wijkje vol met grachtjes, bruggen, oude smalle straatjes en kleine winkeltjes. Enorm sfeervol. Ik kon het niet geloven, maar volgens de gids werd de wijk binnenkort gesloopt. Nieuwbouw is goedkoper en je kunt er meer mensen op dezelfde oppervlakte kwijt. En die grachten werden toch niet meer gebruikt door de binnenvaart.

Het is natuurlijk goed dat mensen uit hun primitieve omstandigheden worden gehaald en zich niet meer druk hoeven te maken of ze wel voldoende te eten hebben. En natuurlijk is het niet verkeerd om de landbouw veel efficiënter in te richten waardoor niet meer 80% van de bevolking op het platteland zwoegt voor iets dat ook met machines kan worden gedaan. De Chinese staat lijkt echter de fout te maken door alles uit het verleden te willen opruimen. Wij hebben in het westen in de jaren vijftig en zestig ongeveer hetzelfde beleid gevoerd waarbij een groot deel van onze binnensteden en vooroorlogse wijken moest worden gesaneerd en grachten moesten worden gedempt, om te worden vervangen door smakeloze nieuwbouw en ‘ruimte voor de auto’. Gelukkig zijn lang niet alle dromen uit die tijd in ons land verwezenlijkt, anders zag ons land er nu veel minder mooi uit. Van de plannen die helaas wel zijn gerealiseerd is Hoog Catharijne in Utrecht hierbij wel het meest opvallende voorbeeld hoe een centrum kan worden verkracht door doorgeschoten vernieuwingsdrang.

 

 

 

img_0824

Als je denkt dat Hoog Catharijne smakeloos is dan moet je eens kijken naar nieuwbouwprojecten in China in een gemiddelde provinciestad
onder de tien miljoen inwoners. Hoog Catharijne en zelfs de Bijlmermeer verbleken qua schaal hierbij geheel. Allemaal dezelfde torenflats tot wel veertig etages hoog worden in series van tientallen tegelijk uit de grond gestampt.

Kritiek van Chinezen zelf

De Chinezen die ik sprak zijn over het algemeen niet erg enthousiast over deze vooruitgang. Mensen worden gedwongen om te verhuizen van hun oude wijk naar zo’n anonieme betonflat aan de rand van de stad. De hechte gemeenschap die bestond wordt uiteen gerukt. De gezellige straatjes die overal anders zijn, met kleine lokale winkeltjes, wordt vervangen door een anoniem winkelcentrum met ketens. Het leven verplaatst zich van straat naar binnen en contact wordt veel moeilijker. Natuurlijk, de leefomstandigheden in de oude wijken zijn vaak niet geweldig: panden zijn klein en niet goed onderhouden, de winkeltjes zijn veredelde holen met weinig licht. De vraag is echter of de hang om alles te vervangen tot nieuwbouw de beste kwaliteit van leven oplevert voor de mensen. Opknappen van bestaande wijken zou al heel goed kunnen werken en gelukkigere mensen opleveren.

Het is moeilijk om een objectief beeld te schetsen wat mensen in China echt vinden, dus mijn observaties zijn zeker niet geheel wetenschappelijk verantwoord. In het land spreken maar weinig mensen Engels en je weet dat China nog steeds een totalitaire staat is waar kritiek op de staat niet wordt gewaardeerd. Dat desondanks de mensen met wie ik kon spreken zo kritisch zijn geeft voor mij aan dat er heel wat kritiek moet zijn onder de gewone Chinees.

Inwoners van Chinese steden hebben op dit moment een welvaartsniveau dat wij kenden in de jaren vijftig en zestig. Ik heb er een hard hoofd in dat mensen in de toekomst deze gebouwen mooi gaan vinden als hun welvaartsniveau gaat stijgen naar ons niveau, zeker niet als ze dat nu al niet prettig vinden. De problemen met achterstandswijken zoals wij die op beperkte schaal kennen en bijvoorbeeld in Frankrijk, zouden peanuts kunnen zijn vergeleken met de schaal van problemen waar China in de toekomst mee te maken gaat krijgen in haar nieuwbouwwijken. Het voordeel van de Chinese overheid is dan wel weer dat ze die flatwijken nog sneller kan laten slopen dan ze zijn gebouwd.

China’s ontwikkeling is enorm. China lijkt echter dezelfde fouten te maken als wij in het westen en dat is jammer. Het ontwikkelingstempo van de economie en voorzieningen van het land wordt mede bepaald door de autocratische communistische overheid, die het land zonder tegenspraak regeert. Dictaturen zijn op deze manier heel effectief en ook heel snel verwoestend als het ze uitkomt. Het gebrek aan inspraak levert een saai land op zonder ziel. De enige sfeer die in China dadelijk nog bestaat zijn een paar Chinese lampionnen die schijnen in een winkelcentrum in kitscherige oud-Chinese stijl. Misschien moet de Chinese kat niet alleen muizen gaan vangen, maar zich ook gaan richten op het vangen van kapitalistische draken. Die draken willen alles verslinden dat niet efficiënt is, terwijl er in het leven zoveel meer is dan efficiency.

1 Bron: P. Leschot, (2000): Het Rode Rijk, uit het Frans vert., De Geus, Breda.

2 Bron: http://www.stats.gov.cn/tjsj/ndsj/2014/indexeh.htm