Jemen: de ellende die ons niets interesseert

De aandachtsspanne van de wereldgemeenschap en de politiek is weerzinwekkend kort. Toen Vladimir Poetin in het voorjaar van 2014 een schiereiland van één van zijn buurlanden bezette, annexeerde en daarmee de internationale rechtsorde openlijk aan zijn laars lapte, stonden Oekraïne en de Krim wereldwijd in het middelpunt van de belangstelling. Niemand bekommerde zich nog om het lot van miljoenen Syriërs, die nog steeds te lijden hadden onder een allesvernietigende burgeroorlog. Anderhalf jaar later kijkt diezelfde wereldgemeenschap, maar eigenlijk Europa in het bijzonder, nu weer opnieuw naar Syrië. De separatisten met baarden, BUK-raketten en gebroken vredesakkoorden in Oekraïne gingen vervelen. Jihadisten met nog veel indrukwekkendere baarden, onthoofdingen en gifgasaanvallen in het Midden-Oosten waren ineens weer interessant.

bron afbeelding: Wikimedia Commons: © Ibrahem Qasim

Terwijl politici, bekende Nederlanders en het grote publiek weer krokodillentranen huilen om Syrië, voltrekt zich een nog veel grotere ramp een paar grensposten verder. De mate van apocalyptische vernietiging waar Syrië nu in verkeert is tot stand gekomen in een allesverwoestend conflict dat zich nu al bijna vijf jaar voortsleept. In Jemen is hetzelfde niveau van verwoesting bereikt in slechts  vijf maanden. Het zich helse vormen aannemende krijgsgeweld in het land, de honger,  de massaslachtingen, de verkrachtingen en de onvoorstelbaar diepe armoede van de Jemenitische bevolking laten ons Siberisch koud. Zolang de ellende niet in ontzielde menselijke vorm aanspoelt op de stranden van onze vakantieresorts, lijken onze politici zich niet van de ernst van de zaak doordrongen. Waarom staan onze volksvertegenwoordigers genadeloos het droevige lot van een aangespoelde Syrische kleuter op een Turks strand uit te buiten, terwijl zij oorverdovend stil zijn over de op schrikbarende wijze stijgende aantallen Jemenitische kinderen die het leven gelaten hebben?

De afgelopen maanden is ons continent volledig in de ban geweest van de exponentieel gegroeide migratiestromen in onze richting. In eerste instantie richtte de Europese aandacht zich voornamelijk op de grote groepen mensen die al in Europa waren en via Servië en Hongarije trachtten Duitsland te bereiken. Angela Merkel gaf toen het totaal ondoordachte signaal af dat de Duitsers die nieuwe stroom mensen wel aan konden. Die boodschap, bedoeld voor binnenlandse consumptie, werd echter in grote delen van de wereld opgevat als een open uitnodiging. Gigantische hoeveelheden mensen hebben zich in beweging gezet, duizenden dollars per persoon betaald aan mensensmokkelaars en een levensgevaarlijke reis afgelegd. Ook veel mensen zonder enig uitzicht op een verblijfsstatus in Europa hebben lijf en leden gewaagd naar aanleiding van deze uiterst stompzinnige opmerking van de Duitse bondskanselier.

Na wat inter-Europees geharrewar over de broodnodige verdeling van vluchtelingen over het continent, richtte de aandacht van ons continent zich echter al gauw op de plek waar veel van deze mensen vandaan kwamen: Syrië. Het CDA was ineens voor regelrecht ingrijpen in de brandhaard. Cameron was al voornemens zijn parlement wéér te overtuigen van de noodzaak van een Brits militair ingrijpen in het land. Overigens heeft hij die ambitie weer laten varen. De geoefende cynicus Poetin grijpt ondertussen wél in. Ten eerste wil hij met zijn acties de gematigde oppositie uitschakelen, om zo de wereldgemeenschap uiteindelijk een uiterst onsmakelijke keuze te kunnen presenteren tussen IS en zijn vriend Assad. Het omvormen van dit conflict tot een strijd tussen regeringstroepen en jihadisten is het uiteindelijke doel van de Russische machtsstructuren, zeer zeker niet het meteen uitschakelen van de fundamentalistische dreigingen. Ten tweede wil Poetin hiermee de vluchtelingenstroom, die zo een enorme verdeeldheid zaaide tussen Oost- en West-Europa, nog eens wat extra aanwakkeren. Ten derde komt het Poetin ook wel verdraaid goed uit dat we ons weer op Syrië moeten concentreren, zodat niemand zijn landjepik in Oost-Oekraïne meer opmerkt.

Kortom: wij Europeanen hielden ons ineens weer bezig met Syrië. Het conflict wat niemand op ons continent ook nog maar enigszins kon interesseren werd ineens weer relevant door de onophoudelijke stroom mensen die deze burgeroorlog onze kant uit doet komen. Ineens was het weer interessant om ons bezig te gaan houden met vredesonderhandelingen, mogelijke militaire operaties of andere mogelijke consequenties. Terwijl de wereldgemeenschap zich al lang weer met andere zaken bezig hield en Syrië grotendeels vergeten was, ontwikkelde zich een nieuwe fase van dit conflict. Het conflict negeren en wegwensen heeft niet geholpen. Ineens dient het onderwerp zich weer aan.

Van het verwaarlozen en negeren van Syrië heeft de wereld echter niet veel geleerd. De les was dat we wel kunnen proberen een brandhaard te negeren, maar dat deze zich net zo lang blijft uitbreiden en intensiveren tot we hem niet meer kúnnen negeren. Het is dus een bittere ironie dat we geleerd hebben Syrië niet meer te negeren, maar tegelijkertijd een gelijksoortig afschuwelijke burgeroorlog in Jemen totaal niet willen zien.

Het droevige van Jemen is dat dit conflict heeft kunnen ontstaan door de eerzucht van twee meedogenloze individuen in de Jemenitische machtselite. Tegen het einde van het presidentschap van Ali Abdullah Saleh speelde er al een geruime tijd een vete tussen hem en generaal Ali Mohsen al-Ahmar. Saleh zou graag zijn zoon opperbevelhebber van de Jemenitische strijdkrachten zien worden, ten koste van Al-Ahmar. Saleh en Al-Ahmar waren al een geruime tijd bezig succesvol facties te vormen in het Jemenitische staatsbestel en binnen de strijdkrachten. Toen in 2011 de Arabische opstanden ook in Jemen uitbraken, probeerden beide heren deze nieuwe politieke krachten in hun voordeel om te zetten. In plaats van dat een van de twee daar succesvoller in was, ontwikkelde zich een gewapende strijd tussen delen van het Jemenitische leger die loyaal waren aan Saleh en de delen die Al-Ahmar steunden.

Terwijl de Jemenitische strijdkrachten dus bezig waren elkaar te confronteren, ontwikkelde de Sjiitische Houthi-beweging zich tot een machtsfactor van belang. Onder leiding van Mohammed Ali al-Houthi mengde deze beweging, met wortels die teruggaan tot in de jaren negentig, zich in de strijd. Handig gebruik makend van het machtsvacuüm dat ontstond door alle verdeeldheid en de onvrede onder de vele Sjiitische Jemenieten, rukte de Houthi-rebellen steeds verder op richting de hoofdstad Sanaa. Op dat moment ontwikkelde zich in Jemen eenzelfde scenario als zich ondertussen in vele islamitische landen heeft afgespeeld: Iran zag haar kans schoon om de succesvolle Sjiitische opstandelingen te bewapenen en van inlichtingen en advies te voorzien. Een gunstig gezind regime op het Arabisch Schiereiland en in een land met een bijna 2000 kilometer lange grens met aartsvijand Saoedi-Arabië was een te aanlokkelijke gedachte voor Teheran om er geen gebruik van te maken. De machtselite in Riyad reageerde vervolgens door eigenhandig rechtstreeks de Houthi-rebellen te bombarderen. De bloedige rivaliteit tussen Iran en Saoedi-Arabië kreeg er weer een nieuw slagveld bij: Jemen.

Ondertussen vonden Saleh en Al-Ahmar deze situatie wel best. Zij maakten zich nog steeds drukker om elkaar dan om alle externe gevaren voor hun land. De Saoedi’s kregen het steeds benauwder van de opkomst van de Houthi’s en probeerden meerdere keren tevergeefs de twee kampen bij elkaar te brengen om een gezamenlijk Jemenitisch front tegen de Houthi’s te kunnen vormen. Toen president Saleh een aanslag op zijn leven ternauwernood overleefde, nam vicepresident Abd Rabbuh Mansur Hadi het roer over. Hadi bleek lang niet zo een machtswellusteling als zijn voorganger en was oprecht bezorgd om de toestand waarin hij zijn land aantrof. Hij begon meteen de bestuurlijke en militaire hiërarchie te hervormen en zag direct het potentiële gevaar van de inmiddels steeds significanter geworden Houthi-dreiging.

Gebruikmakend van deze absolute chaos, ontwikkelde zich een gewapende tak van Al-Qaeda in Jemen. Terwijl Jemenitische generaals elkaar bestreden en de Houthi-rebellen een onstuitbare opmars beleefden, ontwikkelde de jihadistische dreiging zich exponentieel. Toen de Houthi-beweging de hoofdstad Sanaa toch wel gevaarlijk dicht benaderde, wendde Hadi zijn beperkte militaire slagkracht aan om de stad te verdedigen. Met deze zet lag ineens de volledige zuidflank open en kon Al-Qaeda zonder moeite gigantische delen van het land veroveren. Na meermaals geflopte verzoeningspogingen met de Houthi-rebellen trad president Hadi terug. Na de bestorming van het presidentiële paleis door de troepen van Al-Houthi, was dit de nieuwe macht in de hoofdstad van Jemen.

Ondertussen neemt het conflict steeds absurdere vormen aan. De overgebleven troepen die nog steeds loyaal zijn aan ex-president Saleh vechten momenteel zij aan zij met de Houthi’s. De regeringstroepen proberen de opmars van de dit verbond te stoppen, tegelijkertijd Al-Qaeda te bestrijden en de landsgrenzen te bewaken. Alsof die opgave nog niet onmogelijk genoeg was, zijn diezelfde regeringstroepen nog steeds het grootste deel van hun tijd kwijt aan het beslechten van dispuutjes tussen haar generaals. Jihadisten hebben ondertussen een stevige voet aan de grond in Yemen en voeren de frequentie en intensiteit van hun aanslagen op, terwijl Saoedi-Arabië ondertussen steun krijgt van andere golfstaten en de luchtaanvallen op Jemen tot schrikbarende proporties heeft opgevoerd. Te midden van dit alles is nu ook IS actief in Jemen en lijkt zij ook daar vruchtbare bodem te hebben gevonden voor haar helse activiteiten.

Is het dan zo gek dat verschillende internationale organisaties al meermaals de noodklok hebben geluid? Bijna anderhalf miljoen kinderen hebben te maken met ondervoeding. Meer dan een half miljoen kinderen zijn ernstig ondervoed , het drievoudige van maart dit jaar. De humanitaire crisis in Yemen is hartverscheurend. Van de 26 miljoen inwoners, hebben momenteel zeker 21 miljoen directe humanitaire hulp nodig. Bijna de helft van de bevolking weet niet wat zij de volgende ochtend moet eten en minstens driekwart van de Jemenieten heeft momenteel geen toegang tot schoon drinkwater. Er is geen plek in de wereld waar zoveel mensen tegelijk  acute noodhulp nodig hebben. Terwijl de Saoedi’s ziekenhuizen en scholen bombarderen, islamitische fundamentalisten hoofden afsnijden en de Houthi-rebellen complete gebieden in totale verwoesting achterlaten, let niemand op.

Geregeld wordt de onophoudelijke reeks verwoestingen en gruwelijkheden in Jemen omschreven als ‘de vergeten oorlog’. Dat is de zaken eigenlijk mooier voorstellen dan ze zijn. Om vergeten te kunnen worden, moeten we ons namelijk ooit van de crisis aldaar bewust zijn geweest. De diepdroevige spiraal van ellende waar Jemen nu steeds verder in gezogen wordt is nooit een belangrijk onderwerp geweest in de wereldgemeenschap. Net als met het Syrische conflict echter, geldt ook hier dat we deze situatie niet eeuwig kunnen blijven negeren. Zodra dit conflict echter onvermijdbaar wordt, zal het een nog grotere regionale Apocalyps zijn dan de Syrische. Het enige wat we kunnen hopen, is dat de wereldgemeenschap op tijd wakker wordt, zodat deze zich niet achteraf hoeft af te vragen waarom ze niet eerder aandacht had voor dit probleem.