Van jonge mensen, de dingen die voorbij gaan

“Ze zeggen dat de verzorgingsmaatschappij in staat van crisis verkeert. Dat lijkt mij sterk overdreven. Het crisisverhaal wordt al gedurende ettelijke decennia verteld en gaat over de verstikkende werking van allerlei regelingen. Ze verstikken en verlammen. En ze zijn duur [...] De discussie over de verzorgingsstaat, op zichzelf een permanent verschijnsel, is bezig hoog op te laaien. In die discussie loopt de Partij van de Arbeid brandschade op. Men heeft in sociaal-democratische kring het gevoel dat er iets moet veranderen, maar wat? Heel weinig? De sociale zekerheid inkrimpen? Of juist uitbreiden? Allebei tegelijk? Intussen krijgt rechts de overhand.”

Aan het woord is Ferry Mingelen, die de pensioengerechtigde leeftijd bereikt heeft, maar wegens de turbulente toestand waarin het land zich begeeft besloten heeft nog één jaar de Haagse microkosmos van zijn vlijmscherpe commentaar te voorzien. Ferry draait al jaren mee, weet dus van de Paarse hoed en de afraffelrand en constateert hier dat de Nederlandse politiek rondjes draait om haar eigen retorische as. Ondertussen wordt – zoals gewoonlijk – de PvdA ingehaald door rechts, en is als resultaat daarvan straks de ‘gewone man’ – zoals gewoonlijk – de klos.

Of nee, het (Grimmig) sprookje ging toch anders. Bovenstaand citaat dateert uit 1992 (!) en vloeide uit de pen van de dwarse econoom Jan Pen. Pen pleitte voor gelijkheid, en met name voor een eerlijker inkomensverdeling, omdat grote ongelijkheid zich niet alleen slecht verdraagt met sociaal-democratische principes, maar ook nog slecht is voor de economie. Vandaag de dag zijn de rollen omgedraaid. Terwijl de inkomensongelijkheid in Nederland al jarenlang stug toeneemt, wordt een nivelleringsfeestje verpest voordat het begonnen is omdat 3 VVD-wethouders uit het Gooi, correctie: de polder, gaan steigeren. Spekman blijft in zijn eentje achter op het feest waarvoor iedereen was uitgenodigd, maar niemand kwam, en moet voor straf alle dropjes opeten.

Het zijn barre tijden in Nederland. Een ‘uitruilkabinet’ dat de essentie van ‘het compromis’ volstrekt niet heeft begrepen kraamt dag in, dag uit, flagrante broekriemonzin uit tegenover bedrogen kiezers. Aan datzelfde ‘volk’ wordt tegelijkertijd gedicteerd toch vooral niet teveel op de centjes te letten – want als zowel de door de belastingbetaler geredde banken als de belastingbetaler dat doen, blijft alleen de overheid over om de economie te stimuleren met een stevig fiscaal pakket. En dit behoorde nu juist niet tot de slaapkamergeheimen van het kabinet.

Bas Jacobs (één van de meest dwarse economen van onze tijd) snapt er niks van en roept de partij tot de orde: niet bezuinigen, maar het tekort juist laten oplopen! Het resultaat: op partijbijeenkomsten vraagt men na afloop van zijn betoog op welke posten er tóch bezuinigd kan worden. Dus zo diep is de PvdA inmiddels gezonken. Kritisch tegengeluid weerkaatst tegen een weerbarstige vestingwal, de bestuurlijke elite toont zich doof voor alles wat niet om meer bezuinigingen schreeuwt, en rode idealen kleuren bij gebrek aan zuurstof blauw in een verstikkende consensuscultuur.

Ondertussen tikt Henk Hofland nog elke week z’n column voor NRC Handelsblad, waarin hij de stand van het land opmaakt, en windt hij zich op over mijn generatie die van ieder ideaal gespeend zou zijn: “Wat denkt de verloren generatie?” Bij de krant ontvangt men brieven van horige studenten die hem in eloquent ABN van antwoord voorzien: “Niks.” Dus zo diep is de jeugd inmiddels gezonken. Vaarwel linkse toekomst.

Neen! Zover mag het niet komen. Er is tegenwicht nodig, en in de eerste plaats tegen onszelf. Tégen het nihilistische individualisme van de gemiddelde jongmens, dat helaas alleen maar logisch mag heten in het licht van de aanhoudende crisis en een bloedeloze politiek. Vóór het samen vormgeven aan de toekomst van onze democratie. Dat begint bij het formuleren van een andere economische koers. Natuurlijk heeft de zot die beweert dat de onderbouw zonder omhaal de bovenbouw bepaalt weinig kaas gegeten van Marx noch maatschappij. Zie de afgekochte middenklasse, die en masse het befaamde autootje bezit (goed, het werd een Golf in plaats van een Trabant, maar ca va), maar ondertussen de rekening betaalt van over de kop gaande banken en mislukte prestigeprojecten van megalomane bestuurders. Feit is dat de conditie van een samenleving en haar economische fundament met elkaar samenhangen.

Anno 2013 is het economische fundament rot. De problemen zijn bekend: gierende werkloosheidscijfers, vergaande flexibilisering van de arbeidsmarkt, een woningmarkt die op slot zit, mkb’ers die geen leningen kunnen lospeuteren van banken die geketend worden door hoge kapitaalbuffers. Ondertussen tekent de PvdA braaf een petitie van de PVV dat het gebruik van het woord ‘belastingparadijs’ verbiedt, verkoopt het van oudsher sterk geprofileerde ontwikkelingsbeleid haar ziel aan de VNO-NCW-duivel (met verlies van partijcoryfee Jan Pronk tot gevolg – fijn, hij verstoorde toch de consensus) en moeten illegalen opdonderen naar hun eigen land, of de bak in – ze dragen immers niets bij aan de economie der hardwerkende Nederlanders. In het laatste geval gaat de lof overigens niet alleen naar de fractie, maar ook naar de achterban, die zich na een reeks therapeutische sessies met de partijleider ten lange leste liet overtuigen. Een brandje in PvdA-land is zo geblust.

Notice: Trying to access array offset on value of type bool in /www/wp-content/plugins/advanced-custom-fields-pro/includes/api/api-template.php on line 499