Maak ook regels voor cyberspace

Enkele jaren geleden kwam Facebook met een ambitieus plan. Zij ging in ontwikkelingslanden gratis internet aanbieden. In landen als Ghana, Kenia en Pakistan kregen mensen massaal toegang tot de digitale wereld. Boeren kunnen nu eindelijk live weersvoorspellingen zien en jongeren hebben toegang gekregen tot de schat van kennis van Wikipedia.

Er zit wel een addertje onder het gras: gebruikers kunnen niet op het gehele internet. Slechts een selectie van websites is beschikbaar. Gebruikers kunnen niet op Twitter maar uiteraard wel op Facebook. Met deze dienst heeft facebook voor haar honderd miljoen gebruikers een volledige monopoliepositie weten te bemachtigen. Meer dan 60% van de Nigerianen en Indonesiërs is het eens met de stelling ‘Facebook is het internet.’

In Nederland werd enkele jaren terug het Microsoftaccount van een man uit Lelystad geblokkeerd. Hij zou de voorwaarden ernstig hebben overtreden en verdere correspondentie was niet mogelijk. De man kwam er bij zijn kort geding pas achter wat er was gebeurd. Hij had een foto van naakte kinderen ontvangen op zijn telefoon en die was automatisch opgeslagen in de Cloud. Het zou geen foto met een erotisch karakter zijn geweest, maar slechts een smakeloze grap. Vooralsnog had Microsoft deze foto als kinderporno aangemerkt en zijn account direct gesloten. De man voerde aan dat hij die foto helemaal niet had willen ontvangen en dat hij er niks aan kon doen dat hij die opgestuurd kreeg. De rechter gaf Microsoft gelijk: de algemene voorwaarden waren duidelijk. Het bezitten van dergelijke foto’s mocht niet. De man was al zijn foto’s kwijt en kon niet meer bij de Microsoft diensten. Hij kreeg geen toegang meer tot Xbox, Skype of Teams, maar ook Word, PowerPoint en Excel waren niet langer meer toegankelijk. „Ik ben naar een digitaal Siberië verbannen”, vertelde de man aan NRC. „Microsoft is ver doorgedrongen in het digitale leven. Het zou een minder grote impact op mijn dagelijkse leven hebben als mij de toegang tot alle stadsparken in Limburg zou worden ontzegd.”

Deze twee casussen tonen aan hoe scheef de machtsverhouding tussen gebruiker en techbedrijf is geworden. Techbedrijven dicteren de regels en hun algemene voorwaarden zijn leidend. Als je het daar niet mee eens bent, is het idee, dan ga je toch naar de concurrent? Alleen is dat niet langer reëel. Voor de Nigerianen al helemaal niet, want die hebben anders überhaupt geen toegang tot het internet, maar ook voor een Nederlander is het haast onmogelijk om Microsoft en Google in het dagelijks leven te vermijden.

In de fysieke wereld is er openbare ruimte, die van ons allemaal is en waar democratisch opgestelde regels geleden, en zijn er ruimtes die privébezit zijn – bijvoorbeeld winkels en huizen – waar je je aan de regels van de eigenaar moet houden. Op het internet – of om een retro woord te gebruiken: in cyberspace – is die openbare ruimte er niet, zo schrijft Arnoud Engelfriet. Iedere website is in iemands bezit, en dus heb je je aan de regels van de eigenaar te houden. Het gevolg is dat bijvoorbeeld de vrijheid van meningsuiting nergens gegarandeerd is. De gemeente mag niet zomaar een protest verbieden op straat, want dan handelt zij in strijd met de wet en de mensenrechten. Facebook mag wel Donald Trump van zijn platform trappen omdat hun algemene voorwaarden dat toestaan. Facebook is niet op dezelfde manier gebonden aan de mensenrechten zoals de overheid dat is.

Die situatie is onwenselijk, en het wordt tijd dat de overheid hier haar regelgevende taak oppakt en de rechtspositie van burgers ten opzichte van techbedrijven versterkt. Dat zou kunnen met een uitgebreider digitaal consumentenrecht, waarin er beperkingen worden gesteld aan wat techbedrijven allemaal in hun gebruikersvoorwaarden kunnen opnemen. Het ligt het meest voor de hand om dit op Europees niveau te doen. De AVG was hierin een grote vooruitgang, en ook zet de EU momenteel belangrijke stappen in het beknotten van de macht van techbedrijven. Toch zou ook de Nederlandse wetgever vooruitlopend op verdere wetgeving zelf aan de slag kunnen gaan.

Het Nederlandse consumentenrecht kent een ‘zwarte lijst’ waarin zaken staan opgenomen die een bedrijf niet in een contract met een consument mag opnemen of – in het geval van de ‘grijze lijst’ - alleen bij hoge uitzondering. Op de zwarte lijst staat bijvoorbeeld de mogelijkheid om de prijs van een abonnement eenzijdig te verhogen, zonder dat de consument het contract daarna mag opzeggen. Dat mag niet in de algemene voorwaarden worden opgenomen.

In Nederland zouden soortgelijke regels ook van kracht moeten zijn voor het digitale verkeer. Laat ik vast één voorbeeld noemen: een gebruiker mag bij het overtreden van de gebruikersvoorwaarden niet direct toegang tot alle diensten worden ontzegd, of alleen bij hoge uitzondering. Het is immers onwenselijk dat het schenden van gebruiksvoorwaarde van foto-opslag er toe leidt dat men niet meer kan gamen of een PowerPointpresentatie geven.