Mens, durf te denken

Op www.jongwbs.nl is geen gebrek aan polemiek, debat en commentaar. Er zijn hier meer dan voldoende politiek beladen artikelen te lezen. Vandaar dat een beetje filosofie als afwisseling geen kwaad kan. Hoe weten we wat we weten? Een beschouwing over onze omgang met de dood, halfvolle jeneverflessen en de ontwikkeling van kennis en kunst.

bron afbeelding: Wikipedia Commons: Antonu

Mensen zijn geprogrammeerd te leren. We doen niet anders, van elk dingetje dat we overdag zien, willen we weten waarom het gebeurt. Dat doen we onbewust. We willen graag causaliteit ontdekken (of uitvinden?) zodat we dingen kunnen voorspellen. Écht voorspellen, zeker weten van tevoren. Dat beschrijft de hele exacte wetenschap, het zoeken naar verklaringen voor onbekende fenomenen. En op een steeds microscopischer niveau, steeds maar kijken en testen en theoretiseren waarom het gebeurt. Maar de natuur is niet het enige waar we mee te maken hebben. Wij hebben ook met andere mensen, met elkaar, te maken. En we snappen elkaar helemaal niet. We worden helemaal gestoord: denk je net dat je iemand kent, doet 'ie toch weer iets compleets onverwachts. We zoeken naar wetmatigheden, maar kunnen die in anderen niet vinden. Ook in onszelf niet trouwens, veel minder nog. Waar we allemaal in vredesnaam mee bezig zijn? Niemand weet het, en dat weet iedereen beter van zichzelf dan dat ze dat van anderen weten. Oke, bij sommigen ligt het er wel heel dik bovenop, maar verder? Zelf weten we het zeker ook niet. Weten is voorspellen. Het maakt ons gek als we dingen niet kunnen voorspellen. Die onzekerheid, die angst voor het onbekende. Is dat de overlevingsdrang? Het dwangmatig controleren van onze omgeving, of minstens op de hoogte zijn van de wetmatigheden daarvan, om zo maar een zo klein mogelijke kans te hebben om dood te gaan? Aan jezelf zal het zelden liggen, doodgaan, zo zijn mensen. Daarom vinden we het zo mooi als iemand zijn leven voor een ander 'durft' te geven. Ze lijken zo zeker van hun zaak. We willen het allemaal wel kunnen. Je leven geven voor iemand anders. En dat kan ook, als je zijn of haar leven maar boven het jouwe plaatst. In zekere zin is dat dezelfde onzekerheid, maar in het extreme doorgedreven.

Daarom kan kunst zo mooi zijn. Het pakt je op die onzekerheid. Het zet ons aan het denken, we móeten wel. En het stoort ons als wat we zien niet in ons wereldbeeld past, het zet al onze schijnvastigheid op losse schroeven. ‘’Maar ja,’’ denken we dan, ‘’als andere mensen het doen, zullen zij het toch wel weten?’’ Dat is gewoon iets dat ik niet ken, misschien ligt het wel aan mij. Als je maar zelfverzekerd genoeg iets doet dat mensen nog niet kennen, zullen ze stil blijven staan, aandachtig kijken, nadenken, misschien een mening vormen. We letten er niet op als dingen 'normaal' (en dus goed) gaan. Ik kan lopen, jij kunt lopen. Dat is geen prestatie, dat doen we allemaal. Maar sommigen niet, en zij vinden het niet normaal dat wij wel kunnen lopen. En wij niet als zij weer leren lopen. Maar van dingen die ‘we’ normaal níet doen kijken we op. Het lijkt zo'n statement, iets doen dat we niet doen. De afzonderlijke elementen waren er vaak wel. Het kleurenpallet van de schilder is al eeuwen hetzelfde, en ook doeken en kwasten zijn niet ingrijpend veranderd sinds de Middeleeuwen. Toch hebben we nu een andere notie van (schilder)kunst dan toen. En uiteraard, nog steeds zien we in veel schilderijen een vaardigheid terug die de meesten van ons nooit zullen beheersen. Dat verbaast ons, maar het verrast ons niet écht. Schilders, we kenden ze misschien nog niet, maar we wisten dat ze er zijn. Maar het gaat niet alleen om de grenzen van wat we weten, minstens zo belangrijk zijn de grenzen van ons denken. De Kunstenaar staat op die grens en zet een stap naar buiten. Een stap die eerst ondenkbaar lijkt, maar tegelijkertijd ook te logisch om nog nooit gezet te hebben. Wat kunst is, is dus voor iedereen verschillend. Bij de een zal de grens van de denkbaarheid eerder overschreden worden dan bij de ander. Kunst met een hoofdletter is dan wat tot dan toe buiten het voorstellingsvermogen van de wereld was gevallen en nu, stukje bij beetje, bínnen het denkbeeld van de mensen. Kunstenaars zijn nieuwsgierige mensen, wíllen hun denkbeeld vergroten. Willen hét (maar wat?) weten, maar om het te weten moet je het kunnen denken. Mensen die veel menen te weten, kunnen kennelijk niet genoeg denken. Hun denkvermogen zit bijna vol met hun kennis, maar in een vol borrelglaasje zit nog altijd minder jenever dan in een halfvolle fles. Probeer die kennis maar over zo iemand uit te gieten, daar wordt het glaasje geen druppel voller van. Je borrel wordt niets groter. En het is een illusie te denken dat we mensen in een goeie 20 jaar onderwijs alles aan te leren. Vraag aan elke gepensioneerde of ze na hun schooltijd nog geleerd hebben. Nou, genoeg, zullen ze je zeggen, terwijl ze afvragen of ze eigenlijk ooit écht genoeg wisten. Weten is belangrijk, maar om dingen te weten moet je ze kunnen denken. Je kunt pas niet níet aan een paarse olifant denken als je een idee hebt van de concepten paars en olifant. Je moet leerlingen en studenten leren denken. Ze zich dingen inbeelden, verzinnen. Ze moeten verrassen. Zoals kunst verrast. Ons uitdaagt. En laat zien dat telkens wanneer we de stap in het ongedachte zetten, we niet over de rand van de wereld vallen, maar een nieuw plekje hebben ontdekt, een nieuw uitkijkpunt waarvandaan we ons weten in een ander perspectief kunnen plaatsen.

Maar mensen zijn bang. Zo zijn we dan ook wel weer. Te bang om niet te weten, en te bang om te weten wat we niet weten. En daar zit je dan, met je overlevingsdrang. Angstig te wachten tot het je alsnog besluipt. Maar wat?