Pleidooi voor een Groene Investeringsbank

Diederik Samsom heeft samen met Jesse Klaver een initiatief tot klimaatwetgeving genomen. Dit is een goed signaal voor Nederland waarmee politici laten zien dat ze de klimaatproblematiek serieus nemen. Naast nieuwe wetgeving is het oplappen van het bestaande Energieakkoord op de korte termijn nog steeds belangrijk.

bron afbeelding: Flickr: © Nuon

In het Nationale Energieakkoord sloot de regering samen met grote energiebedrijven en maatschappelijke organisaties een pact. Het hoofddoel is om in 2020 14 procent van de totale energievoorziening uit hernieuwbare, groene bronnen te laten komen. Begin oktober werd al vermeld dat deze doelen niet gehaald worden zonder gewijzigd beleid. Als klap op de vuurpijl kondigde een van de grotere energiebedrijven aan uit het akkoord te stappen. Door de rechter was Eneco gedwongen om te splitsen van zijn netwerkbeheerder Delta. Vanwege deze splitsing durfde Eneco niet meer achter zijn toegezegde investering van 400 miljoen euro in het Energieakkoord te blijven staan.

Voor de uitvoering van het Energieakkoord is een grote speler als Eneco met Delta van groot belang, vooral vanwege diens kapitaalkracht. Om het Energieakkoord niet te laten stranden, met alle gevaren van klimaatverandering van dien, zou het goed zijn een publieke Groene Investeringsbank op te richten. Zo’n GroenBank kan dan als grote investeerder er aan bijdragen dat de lange termijndoelen gewaarborgd blijven, omdat de afhankelijkheid van andere investeerders zoals Eneco verkleind wordt.

Voorbeelden van publiek (en publiek-private) investeringsbanken voor groene energievoorziening zijn er al. In Denemarken heeft dit er toe geleid dat in 2012 al bijna 50 procent van de Deense stroommix uit hernieuwbare bronnen komt. De Denen hebben aan hun Energieakkoord een klimaatdoelstelling gekoppeld die vele male ambitieuzer is dan het Nederlandse versie, namelijk een fossielvrije energievoorziening in 2050. Behalve een ambitieus energieakkoord hebben de Denen twee jaar geleden ook een investeringsfonds in het leven geroepen om de benodigde slagkracht in nieuwe innovaties en onderzoek te stoppen.

De Britten hebben een Green Investment Bank in 2012 opgericht. Het is een bank in publieke handen die opereert zonder financieel winstoogmerk, maar zich richt op groen rendement. Deze heeft met een eigen bijdrage van 2,8 miljard euro al 11 miljard euro aan totale investeringen in vergroening uit de markt losgeweekt. De Britse Green Investment Bank laat dus zien dat dit model heel goed kan werken. Voor Nederland zouden deze voorbeelden tot de verbeelding moeten spreken. Bij het wegvallen van grote investeerders zoals Eneco met Delta zou een GroenBank dus een belangrijke rol kunnen spelen.

In Nederland zijn al wel banken met een groen oogmerk zoals de Triodos Bank, ASN Bank en Rabobank dochter DLL. Het probleem met deze instellingen is dat ze wel de juiste doelen hebben maar te kleine spelers op de totale markt zijn. Op dit moment worden duurzame investeringsprojecten vaak als risicovol gewaardeerd door veel verzekeraars en banken. Daarom wordt er nog teveel geld in kolen en olie gestoken. Een GroenBank kan als initiator andere investeerders aantrekken en zo goed (dus groen) investeringsgedrag uitlokken. Behalve het feit dat een Groenbank een betrouwbare partner in grote investeringen kan zijn, is een ander groot voordeel het ontbreken van een winstoogmerk. De Groenbank moet primair resultaten op milieuwinst laten zien, en niet alleen maar financieel.

Voor de financiering van de bank zou in eerste instantie een kapitaalverstrekking van de rijksoverheid nodig zijn. Dit kan aangevuld worden met bestaande klimaatfondsen van de provincies om vervolgens institutionele beleggers zoals pensioenfondsen en verzekeraars aan te trekken. De klimaatfondsen van de provincies hebben als doel milieuwinst te behalen door de uitstoot van CO2 te beperken of te compenseren.

Kortom, om de gevaren van klimaatverandering tegen te gaan is actie nodig. Als de markt dit niet zelf regelt is een publieke Groenbank dus een goed idee. Als we leren van het buitenland is dit ook zeer goed mogelijk.