PvdA, zet de ramen open!

Partijledenbijeenkomsten. U kent ze wel, zo’n donkere zaal met mensen met grijs haar die discussiëren of liever gezegd: hun eigen mening proclameren over onderwerpen als het bestuurlijk stelsel in Amsterdam, iets met stadsdelen. Nee? Dan kunt u rustig gaan slapen, want dan maakt u geen deel uit van een uitstervend ras: partijlid. Ja? Dan zou ik even doorlezen en iets met de aanbevelingen doen.

Op 1 januari 2013 waren er volgens het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP) van de Rijksuniversiteit Groningen 315.109 mensen lid van een politieke partij. De bevolkingsteller van het CBS gaf zojuist (donderdag 20 mei 23:37) 16.787.116 aan. Dat betekent dat net geen 1,9% van alle Nederlanders lid is van een politieke partij. Bijna 2,5% als we het afzetten tegen 12.689.810 stemkiesgerechtigden. Dat is schrikbarend weinig als je bedenkt dat politieke partijen nog steeds de enige instituten zijn die verkiezingsprogramma’s schrijven, regeerakkoorden sluiten en volksvertegenwoordigers en bestuurders leveren. De inhoud voor het Nederlandse beleid en de uitvoerders komen dus uit een bijzonder kleine (troebele) vijver.

De sterke afname van het aantal leden van politieke partijen sinds de jaren zeventig heeft te maken met een achterhaalde organisatiestructuur. Een structuur die is gebaseerd op loyaliteit aan een ideologie en daarbij horende beweging, terwijl die ideologie zelf geen prominente rol meer speelt in de dagelijkse praktijk van de politiek en de partij. De huidige samenleving is niet geordend - als dat al ooit zo was - naar tegengestelde ideologieën of visies op de toekomst van de maatschappij, maar veel meer op tegengestelde persoonlijke en groepsbelangen. De betrokkenheid bij de maatschappij is vanuit deze belangen (bijvoorbeeld het zorgen maken om natuur en milieu in de directe leefomgeving of voedselveiligheid) en loopt via deze belangengroepen (bijvoorbeeld natuurorganisaties of youth food movement). Daarbij komt een andere ontwikkeling van particulier initiatief - de door hoogleraar transitiekunde Jan Rotmans omschreven transitie - buiten bestaande kaders om, waarvoor de zaadjes zijn gepland in de jaren negentig, door de sterke nadruk op individualisering en persoonlijke ontplooiing. De huidige politieke partijen beantwoorden organisatorisch niet aan deze ontwikkelingen door vast te houden aan een gesloten huishouding waarbij alleen leden worden betrokken bij besluitvorming. Daardoor zijn politieke partijen onvoldoende interessant voor mensen om aan deel te nemen. Daarbij komt dat machtsvorming binnen partijen op onduidelijke manier tot stand komt. Verkiezingsprogramma's zijn leidend voor (regeer)akkoorden, maar de input daarvoor wordt door een kleine groep gegeven. Inhoudelijk bijsturing door de leden, zoals recentelijk bleek rondom strafbaarstelling van illegaliteit bij de PvdA, gedurende de looptijd van een kabinet is niet mogelijk.

Het zou weleens zo kunnen zijn dat de onduidelijke ideologische koers van politieke partijen en hun hierdoor inconsequente houding ten aanzien van belangen, zoals natuurbehoud en voedselvoorziening ertoe geleid heeft dat mensen niet partijtrouw zijn en dat mensen ofwel vanwege een gevoel ergens bij te willen horen of juist tegen zijn, of vanwege één of enkele partij-issues een keuze maken. Dat ergens bij horen is dan niet gebaseerd op een ideologie of actieve partijdeelname, maar is sterk afhankelijk van de politieke leider(s) van dat moment en de rol van de media in het beeld dat van de partij geschetst wordt. Daarmee maken partijen zich bijzonder kwetsbaar, omdat zij continu moeten reageren op berichten in de media om geen kiezers te verliezen.

Een alternatief is om als politieke partij inhoudelijke initiatieven te faciliteren -met geld en netwerk - die niet direct gerelateerd zijn aan de partij. Een logo van een partij schrikt af, maar interessante sprekers uit het netwerk van politieke partijen trekt juist aan. Een voorbeeld hiervan is het Duurzaamheidscafé Amsterdam. De partij moet de wens op sturing op deze initiatieven loslaten, maar input bij verkiezingsprogramma’s en potentiële politici uit deze groep toelaten. Alleen dan kan de noodzakelijke vernieuwing van ideeën en mensen optreden en worden partijen weer interessant om lid van te worden. Dat is onwennig en gaat buiten de bestaande kaders van afdelingen, afgevaardigden, algemene ledenvergadering en congressen om, maar het is bijzonder hard nodig. Zolang de PvdA zijn ramen niet wagenwijd openzet zal een geur van ontoegankelijkheid en behoudzucht nieuwe ideeën en mensen ervan weerhouden betrokken te zijn bij de politiek.

---

De auteur van dit stuk is oprichter en hoofdredacteur van het Duurzaamheidscafé en vraagt zich hardop af of hij zich zou moeten kandideren als gemeenteraadslid voor de PvdA in Amsterdam.