Shinzo Abe 3.0

Op 14 december 2014 won de coalitie van zittend premier Shinzo Abe overtuigend de door hem haastig uitgeschreven tussentijdse verkiezingen. Hoewel de Liberaal Democratische Partij (de partij van Abe) vier zetels verloor, won de coalitiepartner Komeito er vier en kon de zittende regering onder Abe verder met de ingezette koers. Zowel om binnenlands als buitenlands vlak staat de regering voor grote uitdagingen. Dit artikel probeert schetsmatig een aantal van de grote internationale kwesties waar premier Abe voor staat in kaart te brengen, met aandacht voor de veranderende rol van het Japanse defensiebeleid. [1]

bron afbeelding: flickr.com user: European Council President

Abe heeft zich in zijn tweede (en nu derde) termijn als premier ontpopt als pragmaticus. Hij deed zich binnenlands als nationalist voorkomen. Op het wereldtoneel was hij de internationale diplomaat,  meer dan enig voorganger.

De grootste binnenlandse uitdaging voor Abe ligt in het succesvol uitrollen van de naar hem vernoemde bundel van beleidsvoorstellen. De zogenoemde Abenomics. Abenomics is de combinatie van een belastinghervorming en bezuiniging, kwantitatieve verruiming door de Bank van Japan, en een cluster van arbeidsmarkthervormingen. De eerste twee zogenaamde 'pijlen' van Abenomics zijn al met wisselend succes in gang gezet. De derde 'pijl' moet zich het in het afgelopen jaar bewijzen en resulteren in onder andere een grotere arbeidsparticipatie van vrouwen en migranten. Het beleid lijkt tot nu toe nog maar matig succes te hebben.

Hoewel het stimuleren van de Japanse economie een zeer verwikkelde toestand is, liggen de nieuwe regering onder Abe nog een tweetal samenhangende vraagstukken voor die zowel binnenlandse als buitenlandse componenten hebben. Ten eerste het oorlogsverleden van Japan en ten tweede de Japanse veiligheidssituatie met betrekking tot het herinterpreteren van de 'pacifistische' grondwet.

Abe als nationalistisch leider

Sinds zijn aantreden bezoekt hij bijna maandelijks de slachtoffers in de gebieden die door de tsunami in 2011 getroffen zijn. Ook bezocht hij echter het Yasukuni Schrijn en stond een harde lijn voor waar het aankwam op onenigheden met China en Zuid Korea. Abe staat geen andere geschiedslezing voor dan de gangbare. Juist hier knelt de schoen in de twee buurlanden omdat sommige slachtoffers van de Japanse overheersing niet erkend of financieel gecompenseerd zijn zoals de Koreaanse troostmeisjes.

Het Yasukuni Schrijn is een tempel in Tokyo waar een lijst van oorlogsslachtoffers wordt vereerd. Sinds 1979 zijn aan deze lijst 14 klasse A veroordeelde oorlogsmisdadigers aan toegevoegd. Sinds die tijd zijn de bezoeken van Japanse premiers (in het bijzonder op 15 augustus, de dag dat het einde van de Tweede Wereldoorlog wordt herdacht) aan dit schrijn zeer controversieel. In het bijzonder Zuid Korea en China maken bezwaar tegen deze bezoeken omdat deze zouden impliceren dat het gewelddadige oorlogsverleden van Japan wordt ontkend of vergoelijkt.

Juist de kwestie van deze troostmeisjes (voornamelijk in Korea, maar ook in andere Aziatische landen) is tot politiek vuurwerk geworden. Zowel in de Koreaanse als de Japanse kant wordt het debat gekaapt door nationalistische lobbygroepen die nauwe banden met de politiek onderhouden. In Japan heeft dit zelfs geleid tot een hardop uitgesproken twijfel aan de Kono Declaratie (een verontschuldiging, uitgesproken door minister Kono in 1993, aan de troostmeisjes die door het Japanse leger tot prostitutie zijn gedwongen in de periode 1937 -1945). [2]

Premier Abe is een groot voorstander van het Japan-VS Veiligheidsverdrag, en staat zodoende open voor de grote diplomatieke druk vanuit de VS, dat zich zorgen maakt over de goede betrekkingen met zowel Japan als Zuid Korea, om achter de Kono Declaratie te blijven staan.

De oplossing van de regering van Abe was het stukje bij beetje in twijfel trekken van de Declaratie door middel van een onderzoekscommissie. Deze commissie werd aangesteld met maar een geschiedkundige er in, die al eerder publiekelijk had aangedrongen op het herschrijven van de Kono Declaratie. De andere leden waren allen overheidsfunctionarissen.

De onderzoekscommissie kwam tot de volgende conclusies: De tekst van minister Kono kwam tot stand als een compromis tussen Japanse en Koreaanse diplomaten, en is dus niet 'oprecht Japans'.

Ten tweede werd het woord 'dwang' uit de Kono Declaratie op een zodanige manier gedefinieerd dat het alleen zou kunnen gelden voor troostmeisjes die bijna letterlijk aan de haren het huis uit getrokken zijn. Dit leidde de commissie te stellen dat “het niet met zekerheid vast te stellen is dat de Koreaanse troostmeisjes in de prostitutie gedwongen werden” De derde conclusie was dat de slachtoffers zelf hun herinneringen 'niet meer helemaal helder' voor de geest konden halen, en dat de Japanse overheid ten tijde van de Declaratie geen eigen onderzoek had gedaan naar de waarheid van de verhalen van de slachtoffers.[3]

Dit alles zou volgens de commissie hebben geleid tot een onzorgvuldige weergave van de goede bedoelingen van de Japanse overheid. Hiermee is de weg vrij voor de Japanse overheid om zich formeel achter de Kono Declaratie te kunnen blijven staan terwijl de geloofwaardigheid ervan effectief teniet gedaan is. Abe lijkt hiermee zijn nationalistische achterban tevreden te willen stellen, ook al leidt dit tot grote internationale spanningen.

Abe als internationalist

In zijn rol van internationale diplomaat ontmoette Abe 120 staatshoofden en bezocht 50 landen binnen zeer korte termijn. Vaak gingen deze bezoeken gepaard met afspraken voor economische samenwerkingsinitiatieven of investeringstoezeggingen. Het Japan-Australië Economisch Partnerschap Akkoord dat dit jaar in werking is getreden is een goed voorbeeld van het soort verdragen dan Abe probeert aan te gaan. Als de uitwerking van dit verdrag in goede aarde valt zal dit Abe steunen in zijn pogingen de onderhandelingen omtrent het Trans-Pacifisch Partnerschap (een investerings- en handelsverdrag tussen twaalf landen rondom de Stille Oceaan waarvan Abe een begeesterd pleitbezorger is) te concluderen binnen deze termijn. Dit staat echter op losse schroeven omdat de VS onder president Trump niet meer meewerken aan dit verdrag. Japan probeert nu met de overgebleven landen alsnog dit verdrag af te ronden.

Aan daadkracht en ambitie lijkt Abe geen gebrek te hebben. In een toespraak bij het aantreden van zijn kabinet was Abe gaf hij aan dat het zijn missie was om “Japan weer te laten stralen in het midden van het wereldtoneel”. [4] Om dit te verwezenlijken zou Japan zich als tegenwicht vis-à-vis China moeten kunnen profileren in de regio. Hoewel dit gedeeltelijk een economisch en institutioneel vraagstuk is, speelt de militaire kant hier ook een rol. Juist op dit gebied lijkt Abe stappen te willen zetten.

De Strategie van Nationale Veiligheid

Op 17 december 2013 presenteerde premier Shinzo Abe de eerste Japanse Nationale Veiligheid Strategie (NVS). Hierin staat onder ander dat Japan een meer proactieve bijdrage aan de vrede wil gaan leveren op basis van internationale samenwerking.

De drie basisdoelen die hiermee gediend moeten worden zijn de Japanse territoriale soevereiniteit, het bevorderen van de Aziatisch-Pacifische regio door met regionale partners, en de Verenigde Staten in het bijzonder samen te werken, en het actief bijdragen en meedoen aan mondiale (lees: Verenigde Naties) initiatieven om de orde en vrede te bewaken.

De NVS heeft tot nu toe op twee manieren handen en voeten gekregen. De eerste manier is het herinterpreteren van grondwetsartikel 9. In dit artikel wordt de oorlog als manier op problemen op te lossen afgezworen, en krijgt Japan de beschikking over een zeer kleine zelfverdedigingsmacht. De herinterpretatie gaat in dit geval over het lezen van het begrip zelfverdediging als collectieve zelfverdediging. Hiermee zou het dus mogelijk zijn om ook de naaste partners van Japan militair bij te staan als deze aangevallen zouden worden. In dat geval moet het wel te verantwoorden zijn dat de Japanse deelname aan een mogelijke militaire actie bijdraagt aan het beschermen tegen bedreiging van het “(voort) bestaan van het volk of het fundamenteel verstoren van de levens, vrijheden en het recht op een gelukkig leven van de Japanse burger”.[5] Hoe deze bedreigingen in de praktijk handen en voeten krijgen is vooralsnog onduidelijk, voornamelijk omdat de nieuwe herinterpretatie in de meeste beleidsterreinen nog doorgevoerd moet worden.

India

De tweede manier is het aangaan van partnerschappen in de regio mede door het opheffen van het exportverbod voor de defensie-industrie. In 2014 werd de Eurosatory voor het eerst bezocht door 13 Japanse bedrijven die hun militaire waren aanboden. Premier Abe zelf doet ook aan de verkoopbevordering van de nationale defensie industrie. Al in zijn eerste termijn in 2007 heeft Abe India bezocht met het pleidooi voor nauwere samenwerking. Dit heeft geleid tot het ondertekenen Japan-India Economisch Partnerschap in 2011. In 2013 zijn heeft het keizerlijk echtpaar bij wijze van staatsbezoek India aangedaan, met een bezoek van premier Abe kort daarna. Van die gelegenheid maakte premiers Abe en Modi gebruik om het Japan-India Strategisch – Mondiaal Partnerschap te ondertekenen.

India en Japan hebben elkaar economisch veel te bieden, en door het aanhalen van de banden zijn er al meerdere investeringen en handelsovereenkomsten gesloten. Op het terrein van defensie is het hier echter interessant om op te merken dat de eerste verkoop van Japans militair materieel sinds 1967 ook onder deze afspraken valt. De marine van India laat 15 Japanse amfibische vliegtuigen produceren.[2] De ambitie van Abe om niet alleen op economisch maar ook op veiligheidsgebied samen te werken met India lijkt in ieder geval verder te gaan dan woorden alleen.

Australië

Ook met Australië worden de banden verder aangehaald. Naast het feit dat de relaties al goed waren probeerde Abe al in 2007 specifiek de betrekkingen op defensiegebied te verdiepen met het ondertekenen van het bilaterale Veiligheids- en Samenwerkingsakkoord tussen Japan en Australië.

Met de 'Twee-plus-Twee' overleggen in 2012 tussen de ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken van respectievelijk Japan en Australië heeft de relatie weer een nieuw niveau van integratie bereikt. Abe's bezoek aan Australië in juli 2014 lijkt dit te onderstrepen.

Net als in India wordt ook aan dit bezoek van Abe gevolg gegeven door een grote militaire deal. Japan probeert een aantal onderzeeërs van de Soryu klasse aan Australië te verkopen. Deze zullen met Amerikaanse operating systems worden uitgerust. Iets waar de Verenigde Staten achter staan, omdat gezamenlijke missies hiermee soepeler kunnen worden gecoördineerd. Hoewel deze verkoop nog niet rond is geeft het een inkijkje in de ambities van Abe op defensiegebied. Een partnerschap van samenwerkende landen met technologisch hoogontwikkeld interoperable defensiematerieel zou een regionaal tegenwicht kunnen bieden aan de groeiende militaire capaciteiten van China, zelfs zonder de inmenging van de VS.

Zuidoost Azië

Hier liggen ook de grote uitdagingen voor een Abe om zijn NVS verder vorm te geven. Met India en Australië zijn al langere tijd neutrale tot warme diplomatische contacten onderhouden. Met de buurlanden China en Zuid Korea zijn de relaties behoorlijk bekoeld. In de eerste plaats door oplaaiende territoriale conflicten betreffende een aantal eilandjes. In de tweede plaats door het oorlogsverleden van Japan en hoe daar door de betrokken spelers mee omgegaan wordt.

Zowel de opkomst van China als regionale grootmacht als het Japanse oorlogsverleden spelen ook een rol in de Japanse betrekkingen met Zuid-Oost Azië. Hoewel Abe de eerste Japanse premier is die alle tien ASEAN lidstaten heeft bezocht, is zijn pleidooi voor meer samenwerking op defensiegebied voornamelijk toegespitst op een drietal, namelijk Vietnam, Myanmar en de Filippijnen. Juist deze drie landen nemen een vergelijkbaar standpunt in omtrent de zorgen over de steeds feller wordende houding van China waar het op territoriale onenigheden aankomt.

In zijn bezoeken aan de ASEAN lidstaten loopt Abe op eierschalen. Elke kans die hij krijgt om publiekelijk te spreken pleit hij voor maritieme vrijheid van navigatie, open zeeën en het in stand houden van internationale normen omtrent deze zaken. Kortom, kwesties waar de meeste lidstaten zich in kunnen vinden.

Europa

Met verschillende Europese landen heeft Abe ook al afspraken gemaakt. In ieder geval is er onder toeziend oog van premier Cameron van het Verenigd Koninkrijk al een deal gesloten om gezamenlijk wapensystemen te gaan ontwikkelen. Ook zijn er gesprekken tussen Japan en Frankrijk gaande. In Brussel heeft Abe zijn goedkeuring gegeven aan een nauwere samenwerking met de NAVO door het Individueel Samenwerkings- en Partnerschapverdrag te ondertekenen.

De grootste stap die Abe heeft gezet is het sluiten van een Japan-EU Handelsovereenkomst. [7] Dit heeft een grote economische handelszone geschapen die de Japanse auto-industrie goed uit kan komen. Ook kan er door de dreiging van goedkopere import vanuit de Europese landen vernieuwing van de Japanse agrarische sector worden afgedwongen.

Concluderend

Waar Abe in zijn buitenlandreizen mee bezig lijkt te zijn is het kweken van politiek draagvlak voor een Japan dat zich zowel economisch als militair een robuuste en betrouwbare houding aan wil meten. Dit valt vooralsnog goed bij de bestaande partners zoals de VS, het VK en Australië, maar ook nieuwe partners zoals India.

De verziekte relatie met Zuid Korea blijft Japan echter wel parten spelen, ook waar het aankomt op verdieping van samenwerking met andere VS-partners (waaronder Zuid Korea). Zo lang als Tokio en Seoel het niet eens kunnen worden over hun gedeelde verleden en er daardoor een politieke dimensie van vijandigheid blijft bestaan, zal dat voor Japan blijvend een rem zetten op de ambitie om een rol van betekenis te kunnen spelen op het gebied van regionale en mondiale veiligheid.

Daarentegen maant de proactieve houding van Japan tot voorzichtigheid in veel andere zuidelijke landen in de regio, die zich geen duidelijke keuze tussen de twee regionale machten China en Japan kunnen permitteren. Ook hier speelt het oorlogsverleden van Japan een rol, zij het in mindere mate. Toch blijft er achterdocht bestaan zo lang als Japan niet haar eigen verleden onder ogen wil zien.

Met de groeiende nucleaire dreiging vanuit Noord Korea is het belangrijk voor Abe om komaf te maken met het verleden en bondgenootschappen in de regio niet langer uit te stellen.

Noten: