Sociaal ondernemerschap II

Sociaal ondernemerschap: waarom het onderwijs in ondernemerschap anders moet!  

bron afbeelding: bron: wikimedia commons

Laatst had ik een discussie met een huisgenoot die op dit moment Marketing Management studeert. Hij is daardoor dagelijks omringd door ambitieuze studenten op het gebied van Marketing, Finance en ondernemerschap. Ik vroeg hem naar de rol van ethiek en maatschappelijke verantwoordelijkheid in het huidige onderwijs aan de economische faculteit. ‘Bijna niets’ was zijn antwoord. Dit verbaasde me. Waarom wordt een econoom of bedrijfskundige niet, net zoals bijna alle andere studenten, opgeleid tot een persoon die graag iets voor de samenleving zou willen betekenen na zijn studie? Ikzelf heb rechten mogen studeren en daar wordt je op ieder willekeurig (en onwillekeurig) moment doodgegooid met het belang van eerlijke procedures, het belang van de rechtsstaat en rechtvaardigheid. Deze sociale insteek had duidelijk de economische faculteit overgeslagen.

Dit is natuurlijk niet vreemd. Onderwijs wordt gemaakt door mensen die al jaren in het vak zitten en wordt zo ingericht dat studenten snel kunnen integreren in het toekomstig werkveld. Kort door de bocht: voor economie- en bedrijfskundestudenten geldt dat er na je studie geld verdiend moet worden. Dat het onderwijs dan minder gericht is op sociale doelen, zou een logisch uitvloeisel kunnen zijn van het verlies van ethiek in de wereld van business. Dat is echter niet de bedoeling van de academie, waar ‘Bildung’ voorop zou moeten staan. Dat betekent kortgezegd dat een universiteit jongeren juist zou moeten helpen een beter mens te worden  en niet tot mensen die zich slechts bezig houden met winstmaximalisatie, zonder enig omkijken naar de impact van hun werk op mensen en de maatschappij.

Toch is er ook hoop.

In mijn vorige artikel1 legde ik in het kort uit wat sociaal ondernemerschap is en wat de meerwaarde voor onze maatschappij is. Op het moment van schrijven is dit zelfs door het kabinet, bij monde van minister Asscher, erkent.2 Dat gegeven, maar ook de enorme groei die deze sector doormaakt, rechtvaardigen derhalve ook een switch in het huidige onderwijscurriculum rondom de bedrijfskundige en economische wetenschap.

De roep om meer academische input rondom sociaal ondernemerschap groeit en het afgelopen jaar is de eerste leerstoel sociaal ondernemerschap ingesteld aan de Universiteit van Utrecht.3 Dat zijn stappen in de goede richting, maar het moet beter. Er moet op veel breder niveau binnen het onderwijs aan zowel universiteiten als HBO’s/MBO’s aandacht komen voor het voorop stellen van de goede zaak. Door het aanbieden van leergangen, minors en zelfs complete masteropleidingen in sociaal ondernemerschap kan een nieuwe generatie ondernemers goed geschoold de markt opkomen, vol met idealen en goede ideeën. Om deze beweging te bevorderen zal ik een aantal punten opsommen die naar mijn mening goed zouden passen binnen het economieonderwijs van de toekomst:

  • Beperk de scholing in sociaal ondernemerschap niet tot ‘slechts’ de universiteit, maar bouw voort op de huidige ontwikkelingen binnen het HBO. Het is natuurlijk goed dat op academisch niveau wordt nagedacht over betere systemen, toegang tot financiering en de waarde van het alles. Er moet natuurlijk veel breder binnen het onderwijssysteem aandacht komen voor sociaal ondernemen. Zeker studenten aan het HBO, die vaak praktischer opgeleid worden in vergelijking met de universiteitsstudent, hebben een goede basis om uit te groeien tot succesvolle sociaal ondernemers. Dat aan deze suggestie in de praktijk al veel navolging gegeven wordt, stemt positief (meer hogescholen bieden op dit moment minors aan in sociaal ondernemerschap). Toch moet er binnen het complete hoger onderwijs veel meer aandacht komen voor deze tak van ondernemen.

  • Een tweede suggestie is om meer ruimte te bieden aan studenten om in het curriculum reeds een onderneming op te starten. Geef studiepunten aan studenten die een geweldig idee hebben en dit gedurende het jaar willen laten uitgroeien tot een mooie startende onderneming. Dit geeft hen de gelegenheid om te experimenteren met het opzetten van een onderneming en de kans op een arbeidsplaats na afloop. Zorg er ook voor dat dergelijke studenten begeleid worden door mensen ‘uit het veld’. Dit kunnen ondernemers of hoogleraren zijn, maar deze mensen zijn natuurlijk essentieel voor het laten slagen van een onderneming.

Onderwijs in sociaal ondernemerschap moet derhalve een reflectie zijn van de sector zelf. Het moet inclusief, innovatief en ruimte voor experimenten bevatten. Aan de ideale faculteit van de toekomst wordt daarom niet alleen onderwijs gegeven, maar zullen ook meerdere bedrijfjes gestart worden die in de studentenstad zelf hun impact gaan bereiken. Dit maakt het onderwijs aan de economische faculteit niet alleen klaar voor de toekomst, het zorgt er daarnaast ook nog eens voor dat de economische en bedrijfskundige studies interessant blijven voor een breed palet aan studenten.

Deel twee van een drieluik over sociaal ondernemerschap in Nederland en wat de politiek hier mee zou moeten doen.

Martin Slaats is betrokken bij de beweging Positief Links. Positief Links lanceert positieve progressieve ideeën in opiniestukken. Deze ideeën worden later dit jaar gebundeld in een Toekomstprogramma. Heb je ook een innovatief en positief idee? Neem contact op via contact@postieflinks.nl en doe mee!