Staatsopvoeding

Paternalisme is geen vies woord en is helemaal niet slecht. Vroeger spraken ze over de ’zuigende schoorstenen’, in organisaties en clubs werden mensen met lage opleidingen gestimuleerd en gevoed door mensen met hoge opleidingen. Dit is helaas verdwenen.” Dit zijn de woorden van Jeroen Dijsselbloem in een interview met Trouw uit 2006.In dit interview ging het over een onderwerp dat we normaal gesproken met een Harry Potter-bril en dito kapsel associëren, namelijk normen en waarden in de opvoeding. Ik wil ze graag even in herinnering brengen omdat ze ook bijzonder relevant zijn voor de discussie over Griekeland, de euro en de mogelijke “Grexit”.

bron afbeelding: flickr.com / partij van de arbeid

Sociaaldemocraten hebben altijd een ambivalente houding gehad tegenover paternalisme (of maternalisme, maar dit soort gendergelijkheid accepteerde de spellingscontrole nog niet). Aan de ene kant vraagt ons verheffingsideaal een beetje bevoogding, aan de andere kant bijt het wel heel erg met het “democraat” in “sociaaldemocraat”. Als ik het hierboven aangehaalde zo teruglees is het duidelijk waar hij zich het meest thuis voelt: soms moet je ingrijpen, afdwingen dat iemand betere keuzes maakt, en desnoods die keuze vóór hem maken.

Om weer Minister Dijsselbloem aan te halen: “Staatsopvoeding van gezinnen die totaal niet functioneren is voor mij geen vies woord.” Aan zo’n staaltje staatsopvoeding is Griekenland nu onderworpen, maar net als bij echte opvoeding gaat dat niet zonder weerstand. Met angst en beven keek het Europese establishment naar de Syrizahorde die het begrotingsfeestje zou komen verstieren. Diverse Europese leiders van allerlei politieke gezindten waarschuwden in apocalyptische bewoordingen voor de consequenties van een Griekse middelvinger. Maar helaas, Grieken zijn geen Italianen en accepteerden niet nogmaals een door Brussel geïnstalleerde premier. Logisch, als je ziet welke keuzes Brussel de meeste Grieken zoal heeft opgelegd. Ja, Griekenland heeft nu een begrotingsoverschot, nadat alle publieke diensten voor een habbekrats zijn geprivatiseerd, pensioenen zijn verdampt en de lonen gehalveerd.

Dat heet dan hervormen, maar feitelijk is het newspeak voor rampenkapitalisme waar de oligarchen in Rusland nog een vette punt aan kunnen zuigen. Deze bezuinigingen werden mede uitgevoerd door onze sociaaldemocratische “broeders” van PASOK, die samen met Nieuwe Democratie na decennia handjeklap en wanbestuur door een achterdeurtje zijn vertrokken. Het land is in een onbeschrijfelijke puinzooi achtergebleven. Publieke diensten functioneren nauwelijks meer en van enig sociaal vangnet is geen sprake. Ik ben met volle overtuiging lid van de PvdA, maar bij vergelijkbare omstandigheden in Nederland had ik al lang en breed een tomatenplant op m’n arm getatoeëerd.

Minister Dijsselbloem – of beter, Eurogroepvoorzitter Dijsselbloem – bleef echter onverstoord. Geen nieuwe deal voor Griekenland, geen schuldenverlichting, zelfs geen ander voorstel. Slikken of stikken, in het belang van de collectieve begrotingsfetish. Nog zo’n quote, ditmaal van gisteren: “enige weg die voor hun begaanbaar is, bestaat uit een verzoek om verlenging van het bestaande steunprogramma”. Hier spreekt weer die logica van 2006. Sommige mensen moet je met dwang opvoeden, en vanuit het perspectief van de Eurogroep is Griekenland inmiddels onder curatele geplaatst. Begrotingstechnisch is dit wellicht verstandig. Democratisch is het abject, en bovendien: we schrappen daarmee alvast de mogelijkheid dat er andere wegen zijn te bewandelen dan de bezuinigingsobsessie. Het recept van de Eurogroep, voorgeschreven door een neoliberaal economisch establishment heeft in Griekenland in ieder geval niet gewerkt. Een beetje sociaaldemocraat gaat dan zoeken naar andere manieren die wél werken.

Ik ben geen econoom, bestuurskundige of financieel geograaf. Ik ga hier niet met een columnistenpet op vertellen hoe een nieuwe Griekse deal eruit moet zien, tot zes cijfers achter de komma en geheel op lucht gebouwd. Voor dat soort columns verwijs ik u graag naar het Financieel Dagblad, dat tegenwoordig meer stuurlui aan wal heeft dan de gemiddelde Atheense reder. Wat ik wel zeg is dat de sociaaldemocratie me in de Eurocrisis keer op keer tegenvalt. In 2010 konden we nog beweren dat we niet aan de knopjes zaten, maar dat feest der schone handen is voorbij. Nu moet er gewerkt worden, moeten we ons losscheuren van neoliberale marktloyaliteit en antidemocratisch gekonkel. Het leek even de goede kant op te gaan toen nota bene minister Dijsselbloem de markten hun vet gaf door in de Cypriotische crisis ook de grote spaarders en aandeelhouders te laten bloeden. Van die moedige houding is sindsdien weinig meer vernomen. We leggen ons collectief neer bij een systeem dat zogenaamd financieel verantwoorde keuzes boven democratische controle en legitimiteit stelt, en schrikken vervolgens van de gevolgen – voor ons, en voor Europa.

Wellicht is dit PvdA-eigen, dat we toch maar deemoedig het hoofd buigen wanneer we geconfronteerd worden met de uitwassen van een systeem dat we hebben helpen creëren. Misschien is het de Brusselse ziekte, die besmettelijker is dan Ebola en vooral de ruggengraat schijnt aan te tasten. Het laatste slachtoffer daarvan is Frans Timmermans, bij zijn aantreden nog aan alle kanten toegejuicht als tegenwicht voor de christendemocraat Juncker. Hij lijkt zich nu vooral bezig te houden met “red tape” in plaats van rode politiek, en passant Europese arbeidstijdenwetgeving onderuit trappend. Feit is dat de sociaaldemocraten onherkenbaar zijn. Noem het realisme, noem het verliezerssocialisme, maar bijna 7 jaar na het begin van de crisis draaien Europese sociaaldemocraten braaf mee in het systeem. We laten ons overbluffen door het appèl van de efficiëntie van de markt en het spook van de onverantwoordelijkheid. Het zal ons potdomme niet overkomen dat we geen “verantwoordelijkheid” nemen als we voor een uitdaging staan, al moeten we er de laatste Kamerzetel voor door de gehaktmolen halen.

Weet u wie eerder ook voor onverantwoordelijk werden uitgemaakt? Een zekere heer Samsom, een zekere heer Depla en een zekere heer Dijsselbloem, ooit bekend als de Rode Ingenieurs. “We wilden ons overal mee bemoeien. Alles moest anders!” aldus Dijsselbloem in een interview in 2009 met Vrij Nederland over de campagne van 2002. De PvdA stond er na het debacle met Melkert en Fortuyn hopeloos voor, en men had het in de partij niet zo op drie assertieve mannetjes die het establishment aanvielen met, wel hier en ginder, politieke oplossingen voor concrete problemen. Waar voor mij het wrange in deze quote zit is de verleden tijd in die opmerking. Moest anders? Juist op dit moment moet er heel veel anders, en ik mag hopen dat rode ingenieurs Samsom en Dijsselbloem nog weten hoe ze zo’n verbouwing in gang moeten zetten. We zijn nu vrolijk aan het behangen, maar de fundering van de Europese sociaaldemocratische politiek begint langzaam te rotten.

Ik zie de minister, maar ik mis de rode ingenieur. Ik mis de PvdA’ers die fundamentele vraagtekens zetten bij het functioneren van het systeem, die ouwe vormen en gedachten van euthanasie willen voorzien en niet bang zijn de gevestigde orde uit te dagen. Die best willen opvoeden en verheffen, maar accepteren dat ze niet alles beter weten. Want om de minister tot slot nog één keer aan te halen, uit het eerste stukje in Trouw: “zo hoort het toch?”