Jong WBS schrijft over gemeenteraadsverkiezingen!

Op 19 maart gaan we naar de stembus. Er doen meer dan 800 lokale partijen mee. De opkomst schommelt doorgaans rond de 50%, een lagere opkomst wordt verwacht. De vergrijzing treedt met rasse schreden in onder de raadsleden. Bijna 80 procent van die raadsleden verwacht dat het werk zwaarder wordt als gevolg van de overheveling van Rijkstaken naar de gemeenten. Vooral in de kleinere kernen baart het niveau van de raadsleden zorgen en vinden partijen het moeilijk überhaupt kandidaten voor hun lijsten te ronselen. Niet te vergeten: de PvdA staat in de meeste grote steden op een historisch verlies in de peilingen. Dat belooft wat.

Toch horen we het de hele dag: deze keer valt er iets te kiezen. De komende verkiezingen staan in het teken van de grootste bestuurskundige aardverschuiving sinds de invoering van het dualisme in 2002: de vier grote decentralisaties. De jeugdzorg, begeleiding uit de AWBZ, de Participatiewet en Passend onderwijs vallen binnenkort onder de auspiciën van de  gemeenteraden.

Een gemeente staat dichterbij inwoners en is zo beter in staat om ondersteuning op maat en in samenhang te leveren, zo is het idee. De gemeenten krijgen de taken van het Rijk echter overgeheveld met een koude handdruk: een stevige ‘efficiëntiekorting’. Ofwel, gemeenten krijgen minder geld voor de taken dan het rijk en provincie eraan uitgaven. Men moet alles dus heel efficiënt organiseren en keuzes maken over wat we wel en niet kunnen doen. Een omvangrijke operatie, waarbij veel partijen betrokken zijn.

Jong WBS schrijft deze maand daarom over de gemeenteraadsverkiezingen en lokale politiek. De burger oriënteert zich temidden van de globaliseringsprocessen steeds meer op zijn directe omgeving: hij wordt meer stads- dan staatsburger. Benjamin R. Barber beschreef in zijn recente ‘If Majors Ruled the World’ een beeld waarin een netwerk van burgermeesters het voor het zeggen heeft. Het belang van lokale verbanden wordt onderschreven door bestuurskundigen als SCP directeur Kim Putters en de aan NRC handelsblad verbonden politiek commentator Marc Chavannes. De toekomst is volgens hen lokaal. Governance op regionaal niveau vervangt het klassieke top-down bestuur van het Rijk naar lagere overheden.

Hoe gaat dat er in de praktijk uitzien? Welke beren liggen er op de weg? Dat ‘maatwerk’ en ‘dichter bij de burger’ geen sinecure zal zijn is duidelijk.

Allereerst de financiën. De budgetten van lokale overheden verveelvoudigen de komende periode. Er komen 16 miljard euro aan nieuwe zorgtaken op hun begroting. Een gigantisch bedrag dat in sommige gevallen de totale omvang van het gemeentebudget verdubbelt. Gemeenten zijn dan ook bezig zichzelf en hun ambtenarenapparaat om te scholen en klaar te maken voor 2015. In  het veld regent het cursussen en trainingen – de adviesbureaus lijken op dit moment in ieder geval de eerste winnaar van de systeemverandering. Daarbij kampen veel gemeenten met afschrijvingen op hun grondspeculatie. Veel lokale bestuurders hebben grote percelen aanpalende grond aangekocht om deze met winst door te verkopen aan projectontwikkelaars. Met de intrede van de financiële crisis kelderde de verkoop en inmiddels staat er voor vele honderden miljoenen aan afschrijvingen geraamd. Een aantal gemeenten is zelfs al onder druk van de grondafschrijvingen onder curatele gesteld van hun provinciebestuur. Veel krimpregio’s zijn extra hard getroffen.

Dan de schaalgrote. De nieuwe taken zijn voor gemeenten zo duur en ingewikkeld dat ze door kleine gemeenten in geen geval goed kunnen worden uitgevoerd. Schaalvergroting is dus nodig. Dat betekent dat veel cruciale besluiten op regionaal niveau genomen worden, en daarmee buiten de controlerende macht van de gemeenteraden om. Hoewel gemeenten veel meer moeten doen voor haar inwoners, staat de democratische legitimiteit van haar bestuurders onder druk. Chavannes laakt de technocratisering van het lokale bestuur. Krachtige burgermeesters en wethouders zwaaien de scepter. Het zijn fulltime professionals met een groot ambtenarenapparaat tegenover parttime, slecht betaalde semi-amateurs in de raad, met een op zijn best matige dossierkennis en dito ondersteuning.

Ook het gelijkheidsprincipe van ingezetenen van de verschillende Nederlandse gemeenten staat onder druk. Meer nog dan ooit zal er een verschil zijn tussen steden, regio’s en kleine kernen. Nederland verandert in een bestuurlijk horizontale lappendeken van bestuursregio’s, met ieder hun eigen beleidskeuzes en sociaal signatuur. Niet alleen voor ondernemers, ook voor  zorgbehoevenden maakt het in de toekomst uit in welke gemeenten ze ingeschreven staan.

Wat zijn de antidota voor deze dwingende problemen? Hoe borg je kwaliteit van uitvoering van nieuwe taken, wanneer je alles voor het eerst zelf moet doen met minder budget? Hoe versterk je de lokale democratie? Hoe borg je gelijkheid van ingezetenen? Wat te doen met krimp in de periferie? Hoe ver reikt het mandaat van lokale bestuurders?

Jong WBS pakt in deze problemen deze maand bij de kop in een serie verdiepende artikels, columns en beschouwingen.