Tobins taks: een tactisch tegengif

We zijn decennia verblind door neoliberale dogma’s. Onbegrensde liberalisering en privatisering waren de kiemen van een crisis die nog altijd zijn sporen nalaat in recessie, armoede en (jeugd)werkloosheid. Door de bank genomen is iedereen door het bancaire systeem genomen. Het is daarom hoog tijd dat de EU het oude idee van Nobelprijswinnaar James Tobin in praktijk gaat brengen.Zijn voorstel om een kleine taks te heffen op flitskapitaal, is een tactisch middel voor politici die pogen het financiële systeem te beteugelen en tegelijkertijd om geld te verdienen voor de grootste slachtoffers van de crisis.

Het monopolie van het neoliberalisme

Stijgende ongelijkheid in Europa heeft alles te maken met de mondiale verspreiding van het neoliberalisme. Dat vond zijn doorgang in de jaren ’80 door het beleid van Ronald Reagan en Margaret Thatcher. In die jaren was vrijhandel de heilige graal en werden veel overheidstaken afgestoten naar private partijen. Vooral Thatcher bezigde vaak de beruchte uitspraak: “There is no alternative” wanneer zij liberaliseringen doorvoerde die velen hun baan zouden kosten. Niet alleen in de politiek, ook daarbuiten werd de triomf van het kapitalisme en het faillissement van het communisme gevierd. Mensen als Francis Fukuyama waren er immers van overtuigd dat alle redelijke alternatieven voor het liberalisme hadden gefaald.

Het fundamentele geloof in de inherente krachten van het economisch liberalisme wordt inmiddels lang niet meer door iedereen onderschreven. Terwijl de economische (neo)liberalisering van de wereld is gaan rollen als een zich versnellende en almaar vergrotende sneeuwbal, nemen immers ook de protesten daartegen toe. In academische kringen groeit de kritiek op de onderliggende assumpties van de economische wetenschap, waarbinnen het neoliberale denken een monopolistische positie schijnt te hebben. Filosofen als Hans Achterhuis wijzen er op dat het liberalisme wordt gezien als de enige weg voor economische voorspoed. Maar het liberalisme berust in wezen – net zoals het communisme – op een ideaalbeeld. Door het geloof in het economisch liberalisme leven we nu een ongelijke wereld waarin banken dikwijls meer de dienst uitmaken dan de politiek.

De radicaal-liberale doorvoering van een dogmatisch geloof in de vrije markt werkt evenmin als de desastreuze communistische variant. Qua fundamentalisme zijn zij elkaars evenknie. Zoals bewezen, kunnen beiden uiteindelijk – in onze geglobaliseerde wereld en indien doorgevoerd op een grote schaal - desastreuze gevolgen hebben.

Carpe momentum!

Ik verwerp de gedachte dat een bepaalde utopie de wereld in de beste richting kan duwen. Ik geloof in een gulden middenweg als alternatief. Daarmee kan gemanoeuvreerd worden tussen de radicale uitersten van het totale communisme aan de ene kant en het neoliberale kapitalisme aan de andere kant. Deze ‘derde weg’ biedt zo eigenlijk een uitweg uit het meestal vrij dogmatische debat over kapitalisme versus communisme. Het werd eind jaren negentig gretig omarmd door sociaaldemocratische partijen die een geschikte manier zochten om hun electoraat te benaderen in de hoogtijdagen van het neoliberalisme. Tony Blairs British Labour Party in Engeland en de PvdA ten tijden van Wim Kok omarmden Anthony Giddens Third Way vooral in hun retoriek. Een serieuze poging om de derde weg te bewandelen, is nooit gedaan.

Gelukkig is er nu een uitgelezen kans om met een praktische, tastbare maatregel gestalte te geven aan het idee van een beteugelde vrijmarkt. Na een trend van (neo)liberalisering en opeenvolgende financieel-economische crises groeit het draagvlak onder politici, beleidsmakers en (vooral) burgers voor structurele veranderingen. De bankensector werd grotendeels kunstmatig overeind gehouden, tot woede van burgers die hun positie zien verslechteren.

Hoewel ze in wezen op oude voet doorgaan, zijn de banken zelf stiekem ook best geschrokken. Initiatieven als de ‘Eerlijke Bankwijzer’, dat een ranking bijhoudt over hoe duurzaam banken investeren, sorteren wel degelijk effect. Ze lijken de transparantie te vergroten en de dialoog met de bancaire sector aan te wakkeren. Dat gebeurt niet zozeer doordat consumenten nou zo makkelijk overspringen van bank; de vrijemarktwerking in de bankensector kan zeker beter. Wel is het zo dat banken bang zijn voor slechte publiciteit via de ‘Eerlijke Bankwijzer’ en daardoor duurzamer gaan investeren om beter te scoren op de indicatoren.

Toch hebben dit soort initiatieven enkel structureel effect wanneer zij grensoverschrijdend en op grotere schaal worden toegepast. Moet de EU, ook een belangrijke normerende macht, niet meer regulering afdwingen die het bancaire systeem beteugelt en ongelijkheid tegengaat?

Van theorie naar praktijk

Het antwoord is natuurlijk ja. Als ’s werelds grootste interne mark heeft de EU mijns inziens een verantwoordelijkheid om, naast het hameren op verantwoordelijkheden van nationale overheden, nog sterker in te zetten op sanctioneringsmechanismen voor de gehele bancaire sector. Een kleine taks - ergens tussen 0.1 procent en 0.01 procent - op financiële transacties binnen de EU zou een prachtige verwezenlijking zijn van het idee van James Tobin.

Met een pragmatisch voorstel als een belasting op flitskapitaal, kan de EU appelleren aan de ideeën van een grote Europese onder- en middenklasse die zich in toenemende mate zorgen maakt over de groeiende ongelijkheid en de macht van financiële instellingen. Op deze manier dragen banken in ieder geval gedeeltelijk bij aan het onheil waarvoor zij verantwoordelijk zijn, maar tot nog toe geen verantwoordelijkheid voor namen.

De taxatie is bovendien lucratief. Hoewel het percentage te verwaarlozen is, zullen de totale opbrengsten niet gering zijn. Die gelden kunnen vervolgens worden gebruikt om de groeiende kloof tussen arm en rijk binnen de EU te dichten. Ook brengt een dergelijke belasting uiteindelijk meer stabiliteit in het bancaire systeem. Doordat het iets minder aantrekkelijk is om met flitskapitaal kleine winsten te behalen, haalt het iets van de volatiliteit uit het financiële systeem. Dit verkleint de kans op schommelingen in het systeem.

Conceptueel gezien is de Tobin taks een erg verleidelijk idee dat het verdient om in praktijk te worden uitgevoerd. Bovendien is de EU eigenlijk de enige die kan starten met het doorvoeren van een belasting op flitskapitaal omdat dit zou betekenen dat genoeg landen zich tegelijkertijd aan de taxatie committeren.

Wonderwel is de Europese Commissie dan ook redelijk voortvarend aan de slag gegaan om zo’n plan uit te werken. Daar stuitte het natuurlijk op een aanzienlijk dilemma van collectieve actie. Terwijl een groep landen, waaronder Duitsland en Frankrijk, zich bereid heeft getoond om in 2016 met taxatie te experimenteren, stappen landen met een grote financiële sector niet aan boord. De Britten zullen waarschijnlijk niet meedoen aan het revolutionaire plan, maar ik doe bij deze graag een oproep aan de, nog altijd twijfelende Dijsselbloem, om dit revolutionaire plan in praktijk te brengen. Het zou een mooie spaarpot opleveren om ongelijkheid en armoede te bestrijden en biedt een geweldige kans om te laten zien dat de EU er is voor het helpen van burgers, niet banken.