#UBERbaan!

Nog niet zo lang geleden kwam naar buiten dat Neelie Kroes (oud-Eurocommissaris voor concurrentie en telecommunicatie) en José Barroso (oud voorzitter van de Europese Commissie) bij respectievelijk Uber en Goldman Sachs werden aangenomen als lobbyist. Het lijkt natuurlijk normaal dat politici weer aan het werk gaan na hun politieke verkiezing.

bron afbeelding: Flickr.com user: re:publica (text added:"@uber")

Toch zijn deze twee aanstellingen bijzonder, en kunnen ze niet gezien worden als de gewoonlijke uitzondering op de regel. Ze zijn eerder exemplarisch voor de gedragswijze binnen de Europese instellingen en in de lidstaten, die zich al sinds de jaren 90 heeft ontwikkeld. Deze twee mensen doen in dienst van de private sector precies het tegenovergestelde van wat ze deden in hun publieke functies. Ze zoeken in hun huidige functies naar uitzonderingen en andere interpretaties van de Europese regels om alles wat ze daarvoor hebben opgericht teniet te doen: het goed functioneren van de de gemeenschappelijke markt en het bestrijden van oneerlijke concurrentie. Het lijkt behoorlijk veel op draaideurpolitiek. Die term komt uit Frankrijk, porte tambour, waar oud-politici vaak in de industriële, financiële en semipublieke sector als bestuurder werden aangesteld om hiermee het functioneren van de Franse staat en economie te ondersteunen.

Publiek - Privaat: gescheiden?

In de EU werkt het anders. De Europese instellingen hebben nooit een staat gevormd (het budget is nauwelijks 1% van het Europese BNP). De EU is een entiteit die zich over de jaren heen heeft ontwikkeld tot een intsituut met staatstrekjes, dat zich inzet voor een liberaal marktmechanisme van onverstoorbare concurrentie en andere economische regelgeving.

De EU is kort gezegd een manager en toezichthouder van private marktcreatie. Deze vorm van marktcreatie heeft zich ook de nationale politiek van de lidstaten eigen gemaakt, en vice versa. Steeds minder zijn lidstaten erin geïnteresseerd om samen met bedrijven regels en richtlijnen te creëren. Steeds meer zijn ze enkel gericht op het opstellen van - vrij ruime - randvoorwaarden en het zorgen door de naleving ervan door het hervormen van het ambtelijk apparaat, zodat het aantal toezichthouders gestaag groeit. In plaats van het bewerkstelligen van industriepolitiek of alternatieve economische ruimte richt men zich op sancties voor "spelovertreders", het instellen van "behoorlijk bankieren" en het toekennen van aanbestedingen. Kortom, (ruime) regels worden opgelegd en gecontroleerd: het toezien op het functioneren van een "vrije markt" wordt georganiseerd.

Dit neoliberale hervormen van de (lid)staat heeft niet alleen binnen het staatsapparaat plaatsgehad, ook de grote bedrijven begrepen snel dat hun marktmacht niet alleen lag in het creëren van commerciële en industriële innovatie, maar ook in het mitigeren van overheidsparticipatie in de private sector. Een van de kerntaken is dus de toegang tot en het beïnvloeden van al deze toezichthouders, of dit nu het parlement is, de ambtelijke top of een zelfstandig bestuursorgaan.

Omdat de kennis nodig is om met de overheid om te gaan, is er een hele sector van experts, lobbyisten én recruiters ontstaan die zich specialiseren op toegang tot (oud)bestuurders. Als we een definitie willen van de neoliberale staat, dan is dit een hoofdonderdeel. Om publiek en privaat te scheiden, is er dus een kluwen van toezicht en reglementering opgericht. Maar juist die sector is het doelwit van professionele “influencers" (de lobbyisten en corporate recruiters) om nieuw talent uit te halen. Het gevolg van deze neoliberale omwenteling is dus niet zozeer een “kleinere overheid”, als wel het vervagen van de grenzen tussen publiek en privaat, juist in de sector die deze scheiding moet waarborgen.

Het eerste gevolg van deze ontwikkeling is de effectiviteit van openbaar bestuur. De effecten van overheidsinitiatieven worden steeds sneller tenietgedaan door diegenen die (al dan niet voorheen in overheidsdienst) hebben geleerd hiermee om te gaan en de reikweidte ervan te beperken. Kroes en Barroso zijn hiervan waarschijnlijk de meest pregnante voorbeelden. Zo kwam naar buiten dat Barroso lang voor het einde van zijn termijn al in overleg was met Goldman Sachs over een baan na zijn publieke betrekking.

Transparantie

Als wapen in de strijd hiertegen wordt al snel transparantie genoemd. Maar hoewel Neelie Kroes prat ging op haar transparantie, kon ze niet uitleggen dat ze ondanks de belofte dat ze niet bij het bedrijfsleven zou gaan werken na haar Commissariaat dit toch deed.

Ook integriteitscommissies in Brussel die de porte tambour moesten tegengaan, brengen op dit moment nog steeds enkel intern verslag uit. De onderzoekensresultaten zijn geheim en worden slechts adviserend bij de Commissie neergelegd. Transparantie blijkt dus nauwelijks een bescherming te bieden tegen deze kromme vorm van belangenverstrengeling.

Ook nationaal hebben we een voorbeeld, het oud VVD-Tweede Kamerlid De Liefde ging net als zijn voorbeeld Kroes bij Uber aan de slag als lobbyist. Net als Kroes liet hij zich in publieke dienst ook al positief uit over zijn toekomstige werkgever.

Het is tot nu toe nog niet gelukt om deze belangenverstrengeling met beleid te beperken. Er is een gebrek aan politieke wil en/of macht om dit een halt toe te roepen. De politiek moet het voortouw nemen en de eigen collega's niet laten wegkomen met “sorry, ik heb het druk en wil je vraag niet beantwoorden” zoals Kroes zei in het interview met VRT.

Als we deze inbreuk op de publieke sector willen stoppen en een balk in de draaideur willen steken, moet er ten eerste een (gelukkig nog functionerende) journalistiek zijn die dit op de voorpagina's plaatst. Ten tweede is een signaal vanuit de publieke opinie hard nodig, dat aangeeft dat deze praktijk niet in orde is. Dit is niet makkelijk omdat er tegen twee decennia neoliberale praktijk moet worden gevochten, maar het is hard nodig. Juist nu de verkiezingen dichtbij zijn is een scherpe controle nodig. Waar werken de huidige kamerleden zometeen? Wie gaat er bijklussen als lobbyist op zijn of haar portefeuillegebied?