Verstandigemensensyndroom

Overal in Nederland worden nu de messen geslepen voor de aankomende gemeenteraadsverkiezingen. Alle partijen denken vooruit: wat zijn de thema’s? Wat gaat de rest doen? De echte vraag van de verkiezingen is echter: zal de PvdA zijn positie verder laten afkalven? Het gaat dan niet om hier of daar een raadszetel of een wethouder meer of minder, maar om de inhoudelijke positie. Die wordt met iedere verkiezing zwakker. Iedereen ziet gebeuren dat ondanks alle goede wil de partij steeds meer op de golven drijft. Ze wordt bewogen in plaats van dat ze beweegt. De grip op waar Nederland heen gaat is verdwenen.

Hoe komt dat? Een deel van de reden is dat de PvdA last heeft van wat ik het verstandigemensensyndroom noem. Kenmerk van dit syndroom is het idee dat de PvdA door de verstandige, verantwoordelijke mensen gerund wordt, en alles goed komt als je die maar aan de knoppen van de samenleving laat draaien.

Je zou kunnen denken dat het verstandigemensensyndroom een soort pragmatisme is, maar het is meer dan dat: het produceert hele specifieke valkuilen, waar we telkens weer intrappen. Vanwege het verstandigemensensyndroom heeft de PvdA last van een volstrekt misplaatst gevoel van universalisme. Het idee heerst dat de idealen van de PvdA de idealen van alle weldenkende mensen zijn, en dat het daarom niet nodig is om ze uit te spreken. PvdA-ers denken: zolang er maar verstandige mensen aan het roer zitten, komt alles goed.

Niets is minder waar: Nederland wordt steeds rechtser. Niet in de verdeling rondom het midden: de getalsmatige verhoudingen tussen links en rechts zijn in Nederland al sinds de oorlog hetzelfde. Links haalt ongeveer 45% van de stemmen, rechts 55%. Wat er verandert is waar links en rechts voor staan: in de jaren tachtig vond de VVD het nog nodig om het basisinkomen serieus te onderzoeken, nu zit dat idee ergens aan de linkse fringe.

Kortom: het is het midden dat verschoven is, niet de verdeling rondom het midden. Omdat wij onszelf als verstandige mensen zien, die onze positie definiëren ten opzichte van andere verstandige mensen, gaan we daarin mee. Als we daarmee doorgaan is er straks helemaal geen ruimte voor sociaal-democratische politiek.

Wat betekent dit nou allemaal voor de verkiezingen? Het is te makkelijk om te pleiten voor herideologisering. Dat is een hol woord als je niet aangeeft wat voor ideologie je wilt, en wat je er in de praktijk mee doet. In het raamwerk van ons wereldbeeld is al veel stuk, maar we kunnen eens beginnen met het beschermen van die paar stukjes die nog overeind staan. Door het verstandigemensensyndroom zijn we blind voor structurele ontwikkelingen. Goede bedoelingen helpen niks als door EU-beleid de speelruimte voor sociaal beleid langzaam naar nul gaat. Als onze eigen Klijnsma ons verplicht om een legertje dwangarbeiders in te stellen, helpt het niet om over maatwerk in de uitvoering te praten.

Het verstandigemensensyndroom is een vorm van kortzichtigheid. Wij zien vertegenwoordigende politiek – polderen in een gemeenteraad of Tweede Kamer – als de enige valide manier van de maatschappij veranderen. Dat is niet zo. Politiek heeft vele andere functies: beïnvloeding van het maatschappelijk debat bijvoorbeeld. En er zijn ook andere manieren om je zin te krijgen, zoals buitenparlementaire actie.

We moeten veel meer oog hebben voor het feit dat politiek een actief iets is: wij moeten de maatschappij vormen, in plaats van andersom. We moeten veel meer dan dat we dat normaal doen onze waarden uitspreken. Als de PvdA de macht zou hebben, hoe zou de wereld er dan uit zien? Laat de beleidsdetails maar even achterwege. En het verstandigemensensyndroom moet zo snel mogelijk de deur uit.