Verwelkom alle gladiatoren in de politieke arena

This time it is different, luidt de slogan voor de Europese verkiezingen. Over een paar weken kunnen 400 miljoen mensen gaan stemmen op hun favoriete kandidaat voor het Europees Parlement. Precies vijfendertig jaar geleden, toen de meeste lezers hier nog geboren moesten worden, was het ook al mogelijk om rechtstreeks te stemmen op je favoriete Europarlementariër. Dus waarom zijn de Europese verkiezingen deze keer echt anders?

Het standaard antwoord luidt dat dit jaar bij het samenstellen van de Europese Commissie voor het eerst rekening moet worden gehouden met de uitslag van de verkiezingen voor het Europees Parlement. Dit geeft burgers voor de eerste keer in de geschiedenis van de Europese Unie meer invloed op de samenstelling van de Commissie, die het exclusief ‘initiatiefrecht’ heeft op het maken van nieuwe wetsvoorstellen. Maar dit is niet het enige dat anders zal zijn de komende verkiezingen.

De Europese verkiezingen in 2014 kunnen ook zorgen voor het sterkste anti-Europa blok in de geschiedenis van het Europees Parlement. In veel Europese lidstaten staan anti-Europa partijen al tijden hoog in de peilingen.[i] Daarnaast begint het paradoxale besef door te dringen bij anti-Europa partijen dat ‘minder Europa’ alleen verwezenlijkt kan worden door meer Europese samenwerking. Tijdens het nu aflopende mandaat bestond er naast de enige eurosceptische fractie, Europa van Vrijheid en Democratie (EVD), alleen een Europees samenwerkingsverband tussen het Franse Front National, de Oostenrijkse FPÖ, het Belgische Vlaams Belang en de Zweedse-Democraten. Maar een samenwerkingsverband kan geen deuk in een pakje boter slaan in het Europees Parlement. Alleen door deel uit te maken van een fractie kunnen amendementen worden ingediend of een voorzitter van een parlementaire commissie geleverd. Bovendien zorgt een fractie voor meer aandacht, geld en spreektijd.

Een flirt tussen Le Pen en Wilders is echter niet genoeg voor het tot stand brengen van een Europese fractie. Hiervoor zijn minstens zevenentwintig zetels nodig uit minimaal zeven verschillende lidstaten. Aansluiten bij de huidige eurosceptische fractie is geen optie: UKIP, de grootste partij binnen de EVD, wil niet met de Fransen in zee vanwege hun ‘antisemitische achtergrond’ en wantrouwt de PVV vanwege diens islamstandpunt. Farage zei onlangs in Nieuwsuur dat hij het ‘ingewikkeld’ vindt dat Wilders vrijheid van meningsuiting predikt, en tegelijkertijd de koran wil verbieden in Nederland. Le Pen en Wilders hebben daarom hun eigen fractie opgericht door samenwerking te zoeken met vijf andere partijen in de Europese Alliantie voor de Vrijheid.[ii] Deze fractie wordt door Votewatch nu al geschat op achtendertig zetels. Daarnaast krijgen de Europese Conservatieven en Reformisten, die nu slechts in zes lidstaten op winst staan, waarschijnlijk bijval van de Belgische ‘N-VA’ of de ‘Ware Finnen’.[iii] Dit zou kunnen betekenen dat er na de Europese verkiezingen niet een maar drie eurosceptische fracties plaatsnemen in het Europees Parlement.

Ondanks de winst voor deze anti-Europese fracties, gaat het merendeel van de stemmen op 25 mei nog steeds naar de christen-democraten en de sociaal-democraten in het Europees Parlement. Het vermoeden dat de christen-democraten behoorlijk moeten inleveren op de sociaal-democraten is duidelijk te zien in onderstaande afbeelding. Op basis van peilingen in verschillende Europese lidstaten, kunnen de christen-democraten (donkerblauw gekleurde lidstaten) rekenen op een daling van 275 naar 216 zetels. De sociaal-democraten (rood gekleurde lidstaten) lijken juist te groeien van 194 naar 205 zetels.

 

EP20092014-2

 

 

 

 

 

De nek-aan-nek race tussen de christen-democraten en sociaal-democraten is echter niet het gesprek van de dag onder politici en commentatoren in Nederland. Het debat over Europa wordt veelal bepaald door nationale perikelen of waarschuwingen over het machtbeluste Brussel of het rijzende anti-Europa sentiment.

Veel debatten vervallen daarom in een tegenstelling van meer versus minder Europa. Hierdoor vervagen de verschillende politieke standpunten en lopen we een écht inhoudelijk debat over de toekomst van Europa mis. We horen te vaak van politici wat ze niet willen; minder Europa of minder eurosceptische partijen. Zo kopte het ANP na het presidentiële debat in Maastricht dat de ‘EU-kopstukken waarschuwen voor euroscepsis’. Wat precies het verschil is tussen een stem op Juncker, Verhofstadt of Schultz is onduidelijk voor de kiezer. De belangrijkste vraag blijft zo in de lucht hangen; hoe zou de toekomst van Europa er wél moeten uitzien? Bij het antwoord op deze vraag lijkt de ratio het steeds vaker te verliezen van het sentiment, stelde de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev onlangs in een interview in NRC Handelsblad. ‘Politici steken steeds minder energie in het ontwikkelen van een inhoudelijke visie, en steeds méér energie in pogingen om dat wantrouwen binnen de perken te houden’, aldus Krastev. Wanneer we kiezen voor een brede verdedigingslinie tegen de euroscepsis, mijden we een goed gesprek. Wat voor alternatief hebben de eurosceptische partijen te bieden? Wat doen we zonder de EU? Hoe gaan we onze problemen te lijf, die steeds meer grensoverschrijdend zijn? En wie sturen we om bij de G20 te onderhandelen?

Door de politieke arena binnen te treden kunnen de eurosceptische fracties niet alleen beter worden aangesproken op deze vragen, maar ze mogen ook na vijf jaar verantwoording afleggen over hun verkiezingsbeloftes en uiteindelijke beleid. Door deel uit te maken van een fractie in het Europees Parlement, kunnen de eurosceptische partijen zich niet langer buiten het politiek speelveld plaatsen. Ook zij zullen vergaderingen moeten bijwonen om met andere partijen in gesprek te gaan en compromissen te sluiten. Zo werkt een democratie. Dat de anti-Europese fracties op ongeveer een derde van de stemmen kunnen rekenen deze verkiezingen, moeten we dus niet zien als een gevaar waar als één pro-Europees blok tegen opgetreden moet worden. Het zou juist als kans moeten worden gezien, om eurosceptici een stem te geven in het Europees Parlement. Alleen zo kunnen we met elkaar in gesprek gaan en elkaar verantwoordelijk houden voor de verkiezingsbeloftes die we hebben gemaakt.

 

Zie voor de peilingen:

 

http://news.electio2014.eu/category/nl/

http://www.electio2014.eu/nl/pollsandscenarios/polls/

 

Noten

[i] In Nederland zal de PVV waarschijnlijk de grootste partij worden met 16,5% van de stemmen, dat goed is voor vijf zetels in het Europees Parlement. Beoogd fractiegenoot van Wilders, Marine Le Pen, staat ook op flinke winst in Frankrijk. Het lijkt erop dat haar rechtse Front National ongeveer 23,5%van de stemmen gaat halen, waardoor ze mogelijk groeit van drie naar tweeëntwintig zetels in Brussel. In Groot-Brittannië staat de Labour Party aan kop met vierentwintig zetels, maar de felle anti-Europa campagne van Nigel Farage geeft de United Kingdom Independence Party (UKIP) een goede tweede plek met naar verwachting drieëntwintig zetels. Daarnaast wordt de anti-Europa vleugel in de christen-democratische fractie versterkt door Berlusconi met zijn nieuwe partij Forza Italia. De slogan 'Meer Italië, minder Duitsland' leidde tot veel ophef in de partij, maar zal naar verwachting 19,2% van stemmen trekken in Italië – oftewel zestien extra zetels waarmee de christen-democraten misschien net de sociaal-democraten kunnen voorblijven als grootste partij in het Europees Parlement. Dit zijn slechts enkele voorbeelden die laten zien dat het anti-Europa geluid steeds meer voeten aan de grond krijgt in Brussel.

[ii] De Europese Alliantie voor de Vrijheid bestaat uit de FN uit Frankrijk, de PVV uit Nederland, LN uit Italie, FPÖ uit Oostenrijk, Vlaams Belang uit België, SD uit Zweden, en SNS uit Slowakije.

[iii] Bovendien is het ook nog onduidelijk waar Beppe Grillo’s ‘Vijf sterren beweging’ zich bij zal aansluiten, die nu op eenentwintig zetels staan in de peilingen.