VVD: Big Spenders

‘Niet doorschuiven maar aanpakken’ is de titel van het verkiezingsprogramma Tweede Kamer 2012-2017 van de VVD. In dit verkiezingsprogramma worden ferme uitspraken gedaan, zoals “een kleinere overheid is hard nodig” of “daarom wil de VVD de overheidsuitgaven fors verlagen”. De werkelijkheid is anders: een verhaal over hoe de VVD haar eigen zaak bederft.

bron afbeelding: Wikipedia Commons: Ziko

In mijn masterscriptie heb ik onderzoek gedaan naar de invloed van politiek-economische factoren op de omvang van de Nederlandse overheid tussen 1950-2008. De directe aanleiding voor dit onderzoek is het gebrek aan empirische studie naar de groei van de overheid. Anders dan het geringe aantal empirische studies is er een veelheid aan theorieën die de groei van de overheid beschrijven, verklaren en voorspellen. Het doel van mijn onderzoek is dan ook om politiek-economische wetmatigheden te kunnen traceren in de groei van de Nederlandse overheid tussen 1950-2008. Het onderzoek betreft een uitgebreid kwantitatieve data-analyse in de vorm van meervoudige regressie-analyse. De omvang van de overheid heb ik meetbaar gemaakt door de overheidsuitgaven uit te drukken als percentage van de waarde van het bruto binnenlands product (bbp). Eén van de uitkomsten was opmerkelijk.

Uit mijn onderzoek blijkt namelijk dat als de VVD in het coalitiekabinet zit, en de PvdA niet, de overheid dan groeit. Dit staat lijnrecht tegenover de verwachtingen die zelf door de VVD worden geschept en de mythes die heersen over links en rechts. Rechtse partijen hebben een voorkeur voor lage inflatie en een kleinere overheid(sbegroting). Linkse partijen zijn daarentegen voorstander voor een relatief grote overheid(sbegroting) en lage werkloosheid. Uit kwantitatief onderzoek blijkt echter dat de clichés over rechts niet gelden voor de VVD.

Een korte teruggreep naar de literatuur[1] wijst inderdaad uit dat de overheidsuitgaven kunnen stijgen als de republikeinen regeren. Dit komt doordat zij relatief meer uitgeven aan defensie. Dit zou ook voor de VVD kunnen gelden, die zich graag profileert als de law & orderpartij.
Een andere mogelijke verklaring voor het positief verband tussen het (mee)regeren van de VVD en de groei van de overheid is het wegwerken van de overheidsschulden. De gedachte van de VVD is dat als de overheid haar schuld wegwerkt, zij minder geld uit hoeft te geven aan rente. Dan blijft er dus meer geld over voor het uitoefenen van de primaire overheidstaken.
Uit datzelfde onderzoek blijkt dat er geen significant verband is tussen het (mee)regeren van de PvdA en de groei van de overheid. Omdat de omvang van de overheid in het onderzoek niet absoluut maar ten opzichte van het bbp wordt bepaald, geeft dat extra stof tot nadenken: wellicht betaalt investeren in de samenleving zich uit in het toenemen van het bbp en is er daarom geen groei van de overheid waarneembaar als de PvdA (mee)regeert. Te bedenken valt dat het gedachtegoed van de sociaaldemocratie juist een goede stimulans is voor het bbp oftewel de economie van het land. Scandinavische landen doen het immers in economisch opzicht vaak goed.

Het blijft gissen naar verklaringen voor dit verrassende onderzoeksresultaat. Maar het verwijt dat PvdA’ers potverteerders zijn en dat de VVD’ers zorgen voor een kleinere overheid(sbegroting) is op grond van geverifieerde wetenschappelijke methoden onjuist.

 

[1] Budge, I. & Hofferbert, R. (1990). Party Platforms, Mandates, and Government Spending. American Political Science Review, 87(3), p.744-755.