Waarom de Franse verkiezingen wel of niet op de Nederlandse lijken

Waarom de Franse verkiezingen wel/niet op de Nederlandse lijken Wordt het de liberale Emannuel Macron of de extreem-rechtse Marine Le Pen? Zondag gaan de Fransen naar de stembus voor de tweede ronde van de presidentsverkiezingen.

bron afbeelding: Bron: Wikimedia Commons

Het is begrijpelijk om de neiging te hebben om de Franse situatie te vergelijken met de Nederlandse: zijn Front National en de PVV één pot nat? Is het verlies van de Parti Socialiste (PS) dezelfde als die van de PvdA? Twee weken geleden was ik als WEurope reporter in Toulouse en Parijs om verslag te doen van de eerste ronde van de verkiezingen. Daar vielen mij een aantal overeenkomsten én verschillen op.

In vergelijking met Front National staat de PVV nog in de kinderschoenen

Front National (FN), opgericht in 1972 door Jean-Manie Le Pen, gaat overduidelijk al wat langer mee dan de PVV. Dat is echter niet de belangrijkste reden dat ze in vergelijking met de PVV een volwassen partij zijn, en dat het FN daardoor een potentie laat zien die in Nederland nog niet is aangeraakt.

Met hun keuze voor een meer traditionele partijstructuur, in tegenstelling tot de PVV die welbekend één lid heeft, steunt de partij minder op Marine Le Pen. Het districtenstelsel vraagt van parlementskandidaten om zichtbaar te zijn in de regio, zorgt ervoor dat het FN beter lokaal is geaard. Ook nemen ze lokaal bestuursverantwoordelijkheid op zich: de Correspondent schreef eerder over het Noord-Franse stadje Hénin-Beaumont waar het FN met de scepter zwaait, met ijzingwekkende gevolgen.

Dat is niet het enige: het FN weet ook opvallend veel jongeren aan zich te binden. In de eerste ronde was Le Pen onder 18 tot 24 jarigen na de linkse Mélenchon met 21% van de stemmen de tweede favoriet. In Nederland stemde maar 8% van de jongeren op de PVV. Ook de geijkte partijstructuur draagt hier wellicht aan bij: FN-jongeren organiseren debatavonden met bier en chips en voeren campagne op universiteiten, waardoor betrokkenheid bij en stemmen op het FN wordt genormaliseerd. In Nederland probeert Forum voor Democratie met de oprichting van een jongerentak nu in dit gat te springen dat de PVV achterlaat.

Het verlies van de socialisten en links

PS presidentskandidaat Benoît Hamon kwam in de eerste ronde niet verder van 6,4%, een percentage dat in de buurt komt van de 5,7% die de PvdA in maart behaalde. Net als in Nederland is het een verlies van heel links: de extreem-linkse Mélenchon en Hamon wisten samen even veel stemmen te halen als huidig PS president Hollande alleen deed in 2012.

Toch is de context anders: Fransen zijn ontevreden over het beleid van president Hollande en premier Valls. Vooral de plannen om de nationaliteit af te nemen van criminelen en de versoepeling van het ontslagrecht (waaruit de Nuit Debout beweging voortkwam) zorgden voor veel weerstand binnen en buiten de partij. Het verwijt van te rechts beleid dus: tot zover de parallellen met de PvdA. Met het verschil dat de PS niet hoefde samen te werken, maar door de oude tweepartijenstructuur wél meerdere politieke stromingen in huis probeert te houden.

Waar de wegen scheiden is dat Hamon, onderdeel van de frondeurs, de linkse ‘rebellen’ binnen de PS, gekozen werd als kandidaat, met gedurfde programmapunten waaronder de invoering van het basisinkomen. Hem werd het vervolgens weer verweten dat hij het beleid van Hollande meer had moeten verdedigen. Wat wel weer bekend klinkt in onze Nederlandse oren is dat de drie maanden tussen de voorverkiezingen en verkiezingen te kort was voor Hamon om zich te profileren als kandidaat.

Een andere interessante ontwikkeling is dat de open voorverkiezingen voor de presidentskandidaat bij zowel bij de PS als Les Républicains door de uitslag op de tocht staan: bij de PS stemden 2 miljoen Fransen mee tussen Hamon en Valls, terwijl de partij 43.000 leden heeft: een succes waar bij de PvdA vooralsnog van dromen. Toch wordt het nut van open voorverkiezingen nu sterk in twijfel getrokken, aangezien zowel Hamon als Fillon (van Les Républicains) de tweede ronde niet haalden.

Na zondag is het nog lang niet voorbij

11 en 18 juni gaat Frankrijk opnieuw naar de stembus, voor de verkiezing van de Assemblée Nationale. Via 577 districten worden de vertegenwoordigers in twee rondes in het parlement gekozen. Dit zorgt meteen voor een interessante testcase: mocht Macron zondag president worden, dan heeft hij met zijn half jaar jonge beweging En Marche! geen hele structuur klaarstaan met lokale kandidaten en lokale campagnes. De hoop van gevestigde partijen als de PS en Les Républicains is dan ook dat de Fransen toch voor het vertrouwde, in de regio bekende gezicht gaan, in plaats van voor een kandidaat die de komende maand een campagne uit de grond moet stampen.

Het gevolg is dat Macron op zoek zal moeten naar nieuwe meerderheden in het parlement, waarschijnlijk op de rechterflank van de PS en de linkerflank van Les Républicains: beide partijen houden hun hart vast voor overlopers. Daarnaast heeft Macron al aangekondigd liever geen huidige ministers mee te nemen naar zijn eventuele kabinet: wie zal hij wel kiezen? Ongeacht de uitslag zondag zal het politieke stof in Frankrijk dus nog lang niet neerdalen.

2017 is een belangrijk Europees politiek verkiezingsjaar. Daarom stuurt WEurope er reporters op uit om de verkiezingen in Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland te verslaan. Wordt jij de volgende reporter? Je kunt je tot 14 mei aanmelden om mee te gaan naar het Verenigd Koninkrijk!