Waarom de PvdA Jacques Monasch niet kan missen

De Partij van de Arbeid heeft altijd één groot doel gehad: het verbinden van de opvattingen en belangen van de progressieve middenklasse met die van degenen aan de onderkant van de samenleving. Helaas lijkt de partij daar in toenemende mate moeite mee te hebben. Een fors deel van de Tweede Kamerfractie en de overgrote meerderheid van het partijkader zijn nog nauwelijks te onderscheiden van het ledenbestand van GroenLinks of D66. Sociaaldemocraten als het Kamerlid Jacques Monasch zijn dan ook broodnodig om dat groeiende grachtengordelelement binnen de PvdA te herinneren aan de verplichtingen aan onze traditionele achterban en rode wortels.

bron afbeelding: Partij van de Arbeid

Soms kun je je afvragen in hoeverre de Partij van de Arbeid nog in staat is zich te verplaatsen in de mensen die zij zegt te vertegenwoordigen. Terwijl iedereen in Europa gedurende de laatste dagen van 2015 tot de conclusie was gekomen dat een onbeperkte opname van nieuwkomers geen duurzame oplossing voor de reusachtige vluchtelingenstromen kon zijn, stelde de fractieleider van de Partij van de Arbeid dat ons land toch nog wel zeker 200.000 extra vluchtelingen op kon nemen. Terwijl zelfs voor de gezagsgetrouwe Duitsers duidelijk werd hoe onverantwoord en ondoordacht de uitspraken van Angela Merkel waren geweest, dacht de PvdA-partijleider haar te moeten parafraseren in het Nederlands.

Buiten het feit dat dit soort aanmoedigingen ertoe leiden dat nóg meer vluchtelingen zich aan de levensgevaarlijke tocht naar Europa wagen, toont het ook het gapende gat tussen de opvattingen van de traditionele PvdA-achterban en de huidige partij. De komst van 200.000 getraumatiseerde mensen, voornamelijk jonge mannen, met weinig kansen op de arbeidsmarkt zal een enorme extra belasting opleveren voor de oude wijken. De PvdA-kiezers zitten niet te wachten op grootschalige immigratie, maar een fors deel van het PvdA-partijkader wilde dat de partij een immigratievriendelijker gezicht op zou zetten. Samsom kwam begin 2016 met het Plan Samsom. Onder druk van het eigen partijkader kon de PvdA-leider pas met dit plan komen na de aankondiging geen problemen te hebben met een verviervoudiging van het aantal vluchtelingen. Deze manoeuvre is exemplarisch voor de wurggreep waarin betalende en actieve partijleden de sociaaldemocratie momenteel houden.

Het is een zoveelste bedroevende stap in de jarenlange vervreemding tussen de Partij van de Arbeid en haar achterban. De PvdA is de spectaculaire afname van ledenaantallen niet bespaard gebleven. Wat overblijft als actief partijkader bestaat uit hoogopgeleide progressievelingen met interessante principes, maar zonder enig begrip voor wat de inwoners van de achterstandswijken, autochtoon en allochtoon, dagelijks voor hun kiezen krijgen. Het is een partijkader dat hoogst opgewonden discussies voert over moties, punten en komma's, maar tegelijkertijd de zorgen van de arbeidersklasse totaal veronachtzaamt. Het is duidelijk dat bewegingen als GroenLinks en D66 er in de ijdelheid van hun pseudo-kosmopolitische gedachtegoed geen zier om kunnen geven dat de kosten van hun egotrip afgewenteld worden op de zwaksten in de maatschappij. Die richting zou de PvdA niet op moeten willen gaan.

De VVD is sinds 2010 structureel de laatste overblijfselen van onze mooie verzorgingsstaat vakkundig aan het slopen. Sinds 2012 zit de PvdA in de bijrijdersstoel. In plaats van dat de sociaaldemocraten  eens een fikse, linkse ruk aan het stuur geven, wordt de liberale sloopdrift slechts mondjesmaat bijgeremd. Sindsdien is de basisbeurs finaal de nek om gedraaid, stapelt de ellende in de zorgsector zich op en vertoont ons sociale vangnet steeds grotere en ogenschijnlijk onherstelbare gaten.

De allesomvattende vraag is welke kant de Partij van de Arbeid nu uit wil. Slaat de partij definitief de weg in van de NRC-lezer, de weg van het meritocratisch darwinisme? Of gaat de partij de PVV en de SP achterna en wordt het daarmee een late en weinig overtuigde bekeerling tot de leer van het turbopopulisme? Momenteel vindt die strijd in alle hevigheid plaats. De woordenwisseling over de verzorgingsstaat tussen de PvdA-Minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem en Bart van Bruggen van de Jonge Socialisten is daarin exemplarisch.

Geen van beide richtingen zou echter verstandig of juist zijn. Zoals zo vaak gezegd wordt, gaat de kiezer altijd voor het origineel. Daarbij zal er altijd behoefte blijven aan een beweging waar zowel de hoogleraar sociologie als de metselaar terecht kan voor een sociaaldemocratisch geluid. Om die brede volksbeweging te kunnen blijven, moet de Partij van de Arbeid de beweging echter niet cadeau willen doen aan degenen die haar tot een vleugel van GroenLinks of D66 willen degraderen. Onder druk van een arrogant en wereldvreemd partijkader lijkt dit echter wel gaande. De broodnodige balans tussen de vleugels is totaal weg. Het is een droevige ontwikkeling die gelijke tred houdt met de verwijdering tussen de PvdA en haar electoraat.

Eén man lijkt niet toe te willen geven aan die ontwikkeling. Dat is Jacques Monasch. Daar waar ons partijkader onze kiezers nauwelijks aanvoelt, is het Monasch die de PvdA-kiezer vaak veel beter begrijpt. In een fractie en een partij die in toenemende mate gedomineerd worden door kosmopolieten met geen enkel gevoel voor de noden en wensen van hun achterban, voelt hij nog steeds feilloos aan hoe sociaaldemocratische kiezers denken. Als een van de weinigen in de PvdA, voelde hij de nationale stemming tijdens de opkomst van Pim Fortuyn in 2002 goed aan. Het ging toen immers niet zo zeer om het koopkrachtplaatje, als wel om thema’s als veiligheid en immigratie.  Een paar jaar later wist hij als spindoctor op een razend knappe manier Job Cohen uit de wind te houden. Ook voorzag hij, als een van de weinigen in de partij, op tijd de omvang van het electorale bloedbad van de Provinciale Statenverkiezingen van maart 2015. Of het nu gaat over Europa, immigratie, onderwijs of de toekomst van de verzorgingsstaat: Steeds is het Monasch die de PvdA-kiezer beter aanvoelt dan het kader.

Begin dit jaar gaf Jacques Monasch in een nachtelijke uitzending op Radio 1 te kennen dat hij in maart dit jaar zal beslissen of hij bereid is zich beschikbaar te stellen voor de volgende Kamerverkiezingen. Monasch is in de PvdA een lastpak, een dissident, iemand die het debat eens goed opklopt en de partij zo goed scherp houdt. Juist daarom moet hij des te meer gekoesterd worden. De Partij van de Arbeid zou zich eens goed moeten realiseren hoe blij zij kan zijn met dit Kamerlid. Hij is een van de laatste hordes tegen de omvorming van de Partij van de Arbeid tot een elitaire gezelligheidsvereniging. Dit type volksvertegenwoordiger is broodnodig om de PvdA een brede volkspartij te houden die ooit weer zowel de arbeider als de academicus kan aanspreken.

Als tegenwicht tegen de pseudo-kosmopolieten en als spreekbuis voor een groot deel van ons electoraat heeft Jacques Monasch een belangrijke taak. Hij houdt de PvdA scherp, zorgt voor het broodnodige interne debat en is een goede vertegenwoordiger van een significant deel van onze achterban. Het is te hopen voor de Nederlandse sociaaldemocratie dat hij op 15 maart 2017 weer gewoon weer verkiesbaar is voor Lijst 2, de Partij van de Arbeid.