Wat iedereen lijkt te vergeten: Asschers banenplan is helemaal geen banenplan

Afgelopen vrijdag kwam Max van Weezel in Vrij Nederland met een interessante analyse met clickbait-titel: ‘Waarom het PvdA-ministers nooit lukt banen te creëren’. Den Uyl, Vermeend, Melkert, allen konden ze de verwachtingen van hun banenplannen niet waar maken. “Voortaan moet de vicepremier door het leven als de zoveelste PvdA-minister die overspannen verwachtingen wekte met een banenplan”, aldus Van Weezel over Asscher. En zo ontstaat wederom het beeld van een falende Partij van de Arbeid (met de nadruk op Arbeid). Er is echter één punt dat Van Weezel in zijn stuk maar licht aanraakt, maar cruciaal is voor (de vervuiling van) de rest van het debat: Asschers banenplan is helemaal geen banenplan.

bron afbeelding: Facebook Lodewijk Asscher

Laten we ten eerste het beestje weer bij zijn oorspronkelijke naam noemen: de sectorplannen. Bij het ondertekenen van het sociaal akkoord in 2013 bleef Asscher bewust op de vlakte: “Kabinet en sociale partners zijn het eens geworden over een mix van maatregelen om economisch herstel op korte termijn te stimuleren en de arbeidsmarkt aan te passen aan de wensen en eisen van de 21e eeuw.” Geen ronkende beloftes dat er 50.000, 100.000 of 500.000 extra banen bij zouden komen. Omdat dit niet het doel was, omdat iedereen weet dat dit bijna niet kan, laat staan in een waterige-compromissen-kabinet met de VVD.

Wat zijn de sectorplannen dan wel? Er is een grote pot geld beschikbaar. Werkgevers- en werknemersorganisaties in een sector of regio kunnen een plan indienen dat past binnen de in het sociaal akkoord gezette kaders. Het ministerie en initiatiefnemers delen vervolgens de kosten. Wat valt er binnen deze kaders? Een dorre beleidsopsomming. Ten eerste, inzetten op gezondheid van de werknemer door middel van gezondheidschecks: levert geen nieuwe banen op, hooguit dat bestaande werknemers langer gezond kunnen doorwerken. Het in dienst nemen van kwetsbare werknemers door middel van loonkostensubsidie, extra leerwerkplekken voor mbo studenten: zorgt niet direct voor extra banen, er wordt eerder een arbeidsgehandicapte in dienst genomen. Van werk naar werk, zoals arbeidsbemiddeling en sollicitatietrainingen: geen extra banen, zorgt er alleen voor dat mensen hopelijk sneller doorstromen naar een nieuwe (reeds bestaande) baan. Oudere werknemers die jonge werknemers coachen zodat kennis en vakmanschap bewaard blijft: wederom geen nieuwe banen. Om- en bijscholing en loopbaanadvies: geen nieuwe banen, helpt hooguit om makkelijker door te stromen naar bestaande banen.

Hoe ziet zo’n sectorplan er dan uit? Zorgmedewerkers in de Achterhoek kunnen nu gebruik maken van studieadvies en scholingsprogramma’s in de zorg. Het MKB in Limburg heeft 450 medewerkers die dreigden ontslagen te worden omgeschoold en herplaatst. In Amsterdam zijn er 500 leerwerkplekken bijgekomen in de ICT. Het lijken allemaal prima initiatieven, maar afhankelijk van hoe je het bekijkt, is er dus geen baan mee gecreëerd.

Waar komen dan die overspannen verwachtingen vandaan die Van Weezel schetst? Als je uitpluist hoe de sectorplannen in de media onder de aandacht kwamen, dan ontdek je dat Asscher zijn de plannen zelf nooit het predicaat ‘banenplan’ heeft gegeven. Dat deden anderen voor hem: de media omdat ‘sectorplan’ nogal seksloos klinkt, de oppositie omdat falen dan was gegarandeerd. Daar komt bij dat Asscher het waarschijnlijk nooit erg gevonden heeft, omdat er zo een zweem van de daadkracht aan hem bleef kleven. Voor korte duur dus: oppositie, media en samenleving beoordelen nu op niet-geboekte resultaten van niet bestaande banenplannen. En kan Asscher volgens Van Weezel aansluiten in het rijtje van Den Uyl en Melkert.

Er valt vanuit sociaaldemocratisch perspectief genoeg over de sectorplannen te zeggen. Denk bijvoorbeeld aan Rutger Bregmans kritiek op actief arbeidsmarktbeleid: zijn sollicitatiecursussen en loopbaanadviezen überhaupt zinvol? Fijn dat meer mbo’ers een leerwerkplek hebben, maar hebben ze daarna ook uitzicht op een volwaardige baan? Overigens zijn er genoeg positieve kanttekeningen: bijscholing lijkt me altijd goed, net als letten op de gezondheid van je werknemers.

Het is nuttiger om nu, na het neo-liberale geweld van de afgelopen decennia, te herijken achter wat voor arbeidsmarktbeleid we wél staan: investeren in grote infrastructurele projecten en onderwijs bijvoorbeeld. Voor mijn part het terughalen van de maakindustrie. En dat dan in combinatie met elementen uit de sectorplannen. Ik zeg bewust ‘arbeidsmarktbeleid’, want een banenplan zou je het eigenlijk nooit meer mogen noemen. Niemand niet. Dat eindigt vooral in een hoop luchtfietserij, dan heeft men verwachtingen die door de verantwoordelijke minister nooit zijn uitgesproken en eindigt het voor iedereen een teleurstelling. En in stukjes van Max van Weezel die de PvdA nog verder in het verdomhoekje drukt.