Wie schudt Halbe Zijlstra wakker uit zijn liberale natte droom?

In het NRC van woensdag 15 mei schrijft fractievoorzitter van de VVD Halbe Zijlstra dat de “bolle” overheid een flinke ons minder kan. In de Buitenhof-aflevering van 19 mei zet hij zijn betoog nog eens kracht bij. Kennelijk leest de heer Zijlstra het NRC zelf niet - dan had hij namelijk niet zo’n naïef en anachronistisch appel gedaan op de spontane solidariteit van de zelfredzame burger.

Allereerst verkoopt Zijlstra historische leugens: de bewering dat armoede, arbeidsongeschiktheid, kinderarbeid en slechte huisvesting slechts bestreden werden uit nobele motieven - ze “stonden immers de vrijheid en zelfontplooiing in de weg” - is natuurlijk baarlijke nonsens. Tenzij Zijlstra de vrijheid en zelfontplooiing van de elite bedoelt; in overvolle steden vol zieke en ondervoede arbeiders die ondanks alles ook nog eens af en toe een staking op poten weten te zetten ontplooit het namelijk niet zo lekker.

Daarnaast heeft hij ook geen enkel gevoel voor de huidige tijdgeest, laat staan voor de reële situatie waarin veel burgers verkeren. Zijlstra claimt dat door toedoen van de “alom aanwezige overheid” het “eigen initiatief” van burgers in de kiem wordt gesmoord. Dat is niet alleen slecht voor de economische groei, het schept ook de illusie dat de overheid alle brandjes wel even blust wanneer het misgaat. Bovendien worden in deze maalstroom van afgedwongen solidariteit de mensen voor wie al die geldverslindende bureaucratische regelingen bedoeld zijn verdrukt. Daarom pleit Zijlstra voor een terugkeer naar de oorspronkelijke “kerntaken” van de overheid, en meer ruimte voor de initiatieven van individuele burgers. Want: “Alleen zo ontstaat een werkelijk sociale en rechtvaardige samenleving waarin mensen gelijkwaardig kunnen zijn, kunnen opkomen voor elkaar en zich volledig kunnen ontplooien”, aldus Zijlstra.

Deze liberale fantasieën zijn leuk en aardig voor de borreltafel, maar getuigen van een nijpend gebrek aan kennis van de leefwereld van grote bevolkingsgroepen en de verkeerde oplossing voor het “probleem” van een “doorgeslagen” overheid. In het NRC van zaterdag 11 en zondag 12 mei tonen Evelien Tonkens en Jan Willem Duyvendak overtuigend aan dat een gelijksoortig beroep op “affectief burgerschap” van staatssecretaris van Volksgezondheid Van Rijn zeer problematisch is: niemand wil zich laten douchen door de buurman, en een overheid die haar burgers dwingt om gemeenschappen te vormen waarin dat wel gebeurt, valt veel meer aan te rekenen dan een overheid die professionele hulp faciliteert waar dat nodig is.

Zijlstra trapt met zijn betoog tegen de huidige verzorgingsstaat in dezelfde val. Voor het ontstaan van sociale initiatieven is bereidwilligheid nodig. Soms blijft deze bereidwilligheid uit. Dat komt niet omdat de overheid de burger al het werk uit handen neemt, maar omdat de burger dergelijk werk niet wil doen wanneer het moet. Er is geen enkele reden om te geloven dat die wil plotseling zou ontstaan wanneer de overheid zich terugtrekt. In tegendeel: juist dan worden burgers gedwongen om voor elkaar te gaan zorgen. Bovendien valt er wat te zeggen voor een overheid, groot of klein, die het goede voorbeeld geeft. Als Zijlstra daar niet an gelooft, moet hij maar eens aankloppen bij de buurvrouw voor een douchebeurt.

Zijlstra haalt in zijn betoog twee fundamenteel verschillende dingen door elkaar: hij verwart zijn Aberglaube in het vrije markt mechanisme (“zonder overheid kunnen mensen namelijk zelf bepalen welke diensten ze aanbieden, wat de beste allocatie van middelen is en waar ze zich tegen verzekeren”) met het feit dat veel mensen momenteel noodgedwongen allerlei varianten van solidariteit op zich te nemen. Hij juicht rücksichtslos het vrijwilligerslegioen dat ons land rijk is toe zonder stil te staan bij het feit dat het aantal vrijwilligers en mantelzorgers in Nederland al jarenlang gestagneerd is, dat steeds meer mantelzorgers overbelast raken én dat één van de belangrijkste motieven om het heft zogezegd in eigen hand te nemen een zeer prozaïsche oorzaak heeft: wake up meneer Zijlstra, het is crisis! Mensen zonder baan (Nederland telt inmiddels 650.000 werklozen) doen vaak verplicht vrijwilligerswerk, en om het spaarvarken niet gelijk te hoeven slachten zorgen kinderen weer meer voor hun ouders en ouders op hun beurt weer meer voor de kleinkinderen. Is dat nu een win-win situatie die ontstaan is door de beste mogelijke der best mogelijke allocatie van goederen? Of zou het misschien stiekem te maken hebben met het feit dat massa’s mensen inmiddels jarenlang in financieel zwaar weer verkeren en simpelweg niet anders kunnen?

Zeg nou zelf, meneer Zijlstra: gelooft u er zelf in? Of tovert u een archaïsch liberaal jubelverhaal uit de oude doos om uw liberale natte droom te verwezenlijken in plaats van stil te staan bij wat dit land op dit moment echt nodig heeft en wat de burger daadwerkelijk kan bieden?