De EU is niet ons speelveld

In de tijd van Napoleon wist iedere generaal dat je moest proberen de veldslagen te laten plaatsvinden op die plek die voor jouw troepen het meest gunstig was. Had je veel cavalerie, dan was een moeras misschien niet zo handig,  je kon dan beter een stevig stuk grasland uitzoeken, waar de paarden goed konden draven. Had de tegenstander meer kanonnen, dan probeerde je hem heuvelachtig gebied in te lokken, waar genoeg plekken waren om dekking te zoeken.

Wat voor Napoleon gold, geldt ook voor de PvdA: ook in de ideeënstrijd die we politiek noemen bepaalt de plek waar de strijd uitgevochten wordt in hoge mate de kans van slagen. Het is daarom zeer zorgwekkend dat we zonder strategische analyse een flink deel van onze macht aan het verleggen zijn naar een plek waar de ruimte voor links beleid veel te klein is: de Europese Unie.

De EU functioneert als een federatie, waarbij een deel van de macht bij de staten ligt, en een deel bij het centraal gezag – maar niemand weet precies welk deel bij wie. Deze decentralisatie is dodelijk voor de sociaaldemocratie: het geeft bedrijven eindeloze mogelijkheden om de verschillende leden tegen elkaar uit te spelen. Krijg ik mijn zin niet in Nederland? Dan bouw ik die fabriek toch in Litouwen of in Ierland?

De EU zet arbeid onder druk
Het probleem is niet dat de structuur van de EU de arbeidsvoorwaarden in Nederland onder druk zet: het probleem is de structuur van de EU het voeren van sociaal beleid überhaupt onmogelijk maakt. Ieder overheidsprogramma dat werknemers beschermt en daarmee de kosten van arbeid hoger maakt wordt op termijn overhoop geconcurreerd. Het gaat dus niet alleen om de vraag of Roemeense bouwvakkers in Nederland een Nederlands pensioen op moeten bouwen of niet. De banden tussen de verschillende landen zitten veel dieper dan dat: ook als een Roemeen in Roemenië blijft en daar gaat werken, dan drukt hij door het feit dat de arbeid daar goedkoper is nog steeds de Nederlandse arbeidsvoorwaarden.

Sceptici zouden kunnen zeggen dat ik nu de Roemeense arbeiders hun werk misgun. Wie dat zegt, begrijpt niet hoe concurrentie werkt. Concurrentie is een schuurmachine, die eerste de hoogst uitstekende delen plat maakt en dan pas aan de rest begint. Iemand die nu in Roemenië begint met werken, die gun je dat zijn omstandigheden beter worden, zijn loon hoger en zijn werkdagen korter. Dat is allemaal niet haalbaar als hij in een unie zit waarin het versterken van sociaal beleid onmogelijk is.

Eurobonds, de Euro uit, of Europese verzorgingsstaat
Het uitspelen van lidstaten onderling heeft flink bijgedragen aan de afbraak van de vakbeweging in de VS. De extra belastinginkomsten die een grote fabriek oplevert, zeker in arme staten, zijn meer dan voldoende reden om anti-vakbondswetgeving weg te geven, of belastingvoordeel, of wat gratis infrastructuur, bijvoorbeeld een extra spoorlijn naar de fabriek. Thomas Frank beschrijft in zijn boek What's the matter with Kansas? hoe de verschillende staten op deze manier machteloos zijn tegen onderlinge concurrentie.

Wat is dan de oplossing? Er zijn drie oplossingen, die alle drie politiek behoorlijk stekelig zijn. Ten eerste: we schaffen de euro af. Dan verbreken we de concurrentiecyclus doordat landen met hogere arbeidskosten kunnen devalueren. De twee optie is om Eurobonds in te voeren. Door gemeenschappelijk te lenen kunnen de arme staten lenen tegen een rente die veel dichter bij die van de rijke ligt. Echter, daarvoor moeten de arme staten wel permanent de positie aannemen van Griekenland onder de Troika: eens in de zoveel tijd zal er een vliegtuig uit Berlijn komen met drie man in pak om de financiën te controleren. Dit betekent het de facto opheffen van de onafhankelijkheid van die landen.

De illusie van een Europese verzorgingsstaat
De optie die sociaal-democraten het meest zal aanspreken is het invoeren van een Europa-brede verzorgingsstaat. Als het onmogelijk is om een bepaalde regel te ontduiken door van het ene naar het andere land te verhuizen, dan moet een bedrijf zich er wel aan houden. Echter, een Europa-brede verzorgingsstaat lijkt politiek gezien niet haalbaar. Zelfs als het ons lukt om een linkse meerderheid te halen bij de komende parlementsverkiezingen, zou dit neerkomen op electorale zelfmoord. Verzorgingsstaten vallen of staan bij onderling vertrouwen tussen de groep die betaalt en de groep die ontvangt, en dat vertrouwen is in Europa nog heel ver te zoeken.

Bovendien gaat het erg lastig worden om tegelijkertijd recht te doen aan de verschillen tussen landen onderling, en binnen ieder land, zeker ook omdat armoede gevoeld wordt ten opzichte van je lokale omgeving en prijsniveau. Iemand die in Duitsland het minimumloon verdient zal niet bereid zijn iemand uit de Griekse middenklasse te steunen, ook al verdient die objectief gezien minder.

Kortom, de Europese verzorgingsstaat is een illusie. Sociaal-democraten zouden zich moeten richten op het afbreken van zoveel mogelijk Europese instituties zodat sociale voorzieningen op nationaal niveau weer houdbaar worden. Daarvoor is het nodig dat sociaal-democraten aanzienlijk strategischer gaan denken dan dat ze tot nu toe gedaan hebben: de strategie van de PvdA lijkt nu te zijn om in te zetten op de luchtspiegeling van een Europese verzorgingsstaat.