De Griekse strijd is onze strijd

Alleen structurele hervormingen kunnen Griekenland redden. Niet de bezuinigingen en de schuldenberg hebben de huidige ellende veroorzaakt, maar de zwakke economie zelf, een falend belastingsysteem en corruptie, zo betoogde Sebastiaan van der Vliet op deze site. Dat er veel te verbeteren valt aan de Griekse economie en belastinginstituties, staat buiten kijf. Maar Van der Vliet legt de schuld wel erg eenzijdig neer bij de Griekse regering, en komt met enkele stuitende generalisaties (‘belastingontduiking is een nationale sport’). Het ergste: zijn manier van denken is door en door neoliberaal. Zonder dat hij het door heeft, zo lijkt het – wat je noemt een ideologisch bord voor je kop.

bron afbeelding: flickr.com /Murplejane

Geschokt constateert Van der Vliet dat Griekenland enkele jaren geleden een begrotingstekort had van ‘maar liefst 6% en 6,7%!’. Dat benauwde blindstaren op een begrotingstekort in één jaar als het Grote Kwaad slaat nergens op. Als een economische recessie de belastinginkomsten terugbrengt, als er bijzondere uitgaven gedaan moeten worden zoals voor het redden van banken, dan kan dat voorkomen. In Nederland hebben we ook zulke tekorten gehad. Het zou kunnen dat concrete tekorten problematisch zijn, maar dan moet je dat nauwkeuriger beargumenteren – algemeenheden zijn zinloos. De tekorten zijn overigens in no time teruggebracht. Bas Jacobs daarover: ‘zo’n fenomenale tekortreductie heb ik zelden gezien’.

Van der Vliet noemt de welvaart die Griekenland ontwikkelde na de invoering van de euro ‘schijn’. Ik weet ook wel dat economische groei gebaseerd op goedkope kredieten niet duurzaam is, maar wat was er schijn aan het geld dat verdiend werd? Investeerders en bedrijven staken geld in de Griekse economie, echt geld dat echte mensen als echte lonen en winsten verdienden en vervolgens echt uitgaven. In Nederland hebben we in de loop van de jaren negentig en nul enorme private hypotheekschulden opgebouwd. Was dat geen echt geld dat er aan huizen uitgegeven werd? Was dat ‘verspilzucht’ (sic)?

Toen de crisis in Griekenland toesloeg, stegen de rentes en was lenen niet meer goedkoop. De stroom aan investeringen en consumptie droogde op. Is het dan verstandig als de overheid ook zijn uitgaven terugschroeft? In tegendeel, de overheid zou zijn uitgaven juist moeten verhogen. Ook als dat betekent dat de schulden een paar jaar oplopen. Als de economische groei weer op gang komt, daalt die automatisch weer. Als gewone mensen en bedrijven geen echt geld meer kunnen uitgeven, of dat nou uit leningen voortkomt of niet (leningen waar je overigens voor betaalt, een gewone financiële transactie), als de export ook niet over houdt, is het aan de overheid. In Griekenland kon dat niet, want de overheid was met handen en voeten gebonden aan de bezuinigingsmaatregelen uit het door een vorige regering getekende ‘Memorandum of Understanding’ met de Trojka van Europese Commissie, ECB en IMF. Bezuinigingen die echt geld aan de economie onthielden.

Wie zich in de plannen en ideeën van de huidige Syriza-regering verdiept heeft, weet dat het onzin is dat de Grieken alleen maar tegen bezuinigingen zijn (en waren). Net als Dijsselbloem en Rutte de hele tijd doen stelt Van der Vliet het voor alsof de Griekse regering ‘moeilijke maatregelen’ niet wil. Dat is niet zo. In hun eigen tegenvoorstellen en andere plannen accepteren ze volledig dat er bezuinigd moet worden. Ook dat ze nieuwe bubbels op basis van schuldgedreven groei moeten voorkomen. (Zie bijvoorbeeld dit stuk van Yanis Varoufakis.)
Ze willen ten minste twee dingen die op een heel ander vlak liggen dan minder bezuinigingen en schuldverlichting. Die je volledig mist als je met neoliberale bril alleen maar naar de cijfers kijkt.

Ten eerste heeft de regering-Tsipras gehamerd op democratie tegenover de technocratie van de Trojka. Dat is meer dan een frame van de kant van de Griekse regering. Toen de Syriza-regering van start ging, eisten de Europese instituties simpelweg voortzetting van de met eerdere regeringen overeengekomen programma’s. Griekenland stond onder curatele, de Trojka bepaalde het beleid. De Syriza-regering zei: we committeren ons aan de algemene, financiële doelstellingen, maar laat ons zelf bepalen hoe, met welk economisch beleid, we die doelen bereiken. Over de legitimiteit van instituties als de Eurogroep, de ECB en het IMF valt van alles te zeggen, maar de Grieken zeiden simpelweg: beleid dat beïnvloedt hoe onze economie in elkaar zit, daar vorm aan geeft, moet gedragen worden door de mensen en bedrijven die die economie ‘maken’. Van bovenaf of van buitenaf beleid opleggen, ontbeert legitimiteit. En niet onbelangrijk: het werkt ook niet. Omdat er geen ‘ownership’ is. Niet bij de Griekse regering, en niet bij de Griekse bevolking. Als de huidige institutionele inrichting van de Europese Unie dit onmogelijk maakt, ligt daar onze opgave!

Ten tweede wilden Varoufakis en de zijnen ‘structurele hervormingen’ van een heel andere aard. De austerity van de Trojka was in de geest van supply side economics gericht op het verlagen van de uitgaven van de staat, het privatiseren van publieke instellingen en een economie waarin vooral de winsten van bedrijven centraal staan. Daartegenover bepleitte de Syriza-regering, naar Keynesiaans welvaartsstaat-model, juist het vergroten van de inkomsten van de staat en het verhogen van de koopkracht van burgers, het centraal stellen van consumenten. Het conflict tussen Europese instituties en Griekenland draait dus lang niet alleen om bedragen. Er is ook een fundamentele politiek-economische kwestie. Die sowieso door een land zelf beslist zou moeten worden, niet door Europese technocratische instellingen, zou je zeggen. Als de Europese vrije markt voor kapitaal dat in de weg staat, omdat een land als Nederland brievenbus-bv-constructies uitlokt met gunstige belastingtarieven, dan moeten we daar iets aan doen, in plaats van te zeggen dat alleen de Griekse overheid problemen moet oplossen.

Je zou verwachten dat sociaal-democraten volgens het beginsel van (internationale) solidariteit bereid zijn om anderen te helpen als ze in moeilijkheden zijn, ongeacht of ze die zelf veroorzaakt hebben. De moraal van schuld en zelf de consequenties dragen zit kennelijk diep. Daarnaast legt deze Europese crisis rond Griekenlands schuldenprobleem voluit problemen met democratie en politieke economie bloot. Deze overstijgen Griekenland. Daar zou Dijsselbloem aan moeten werken – dan zou hij onze steun verdienen.

 


Ik volg grotendeels maar niet alleen de analyse van de Vlaamse sociale wetenschapper Jan Blommaert (Universiteit van Tilburg). Al op 2 maart dit jaar (!) geschreven.