Een Europa om van te houden

Cynisme en moedeloosheid voeren de boventoon in een Europa waarin dagelijks meer mensen het vertrouwen in de politiek verliezen. Illustratief voor dit sentiment is het verwijt dat ik onlangs naar m’n hoofd geslingerd kreeg van mijn Turkse bakker: “Jullie sociaal-democraten verschillen niets van Rutte!”

Natuurlijk had ik hem over het kinderpardon kunnen vertellen of over de afzwakking van de WW-verkorting, maar dat deed ik niet. Ik rekende mijn Turkse pizza af, groette de bakker, en verliet de zaak. Mijn partij was op datzelfde moment namelijk druk aan het onderhandelen over de invulling van het zoveelste bezuinigingspakket, ditmaal ter waarde van zes miljard euro. Wat moet je dan nog zeggen?

Deze bezuinigingen zijn noodzakelijk om te voldoen aan de Europese begrotingsregels die stellen dat een euroland geen hoger begrotingstekort dan 3% van het bruto nationaal product mag hebben. Deze regels, waarvan het economisch nut op z’n zachtst gezegd twijfelachtig is, hebben tot gevolg dat welke partijen ook de regering van een Europees land vormen, er slechts marginale verschillen in beleid mogelijk zijn. Links of rechts, socialistisch of liberaal, de nauwe Brusselse parameters dwingen overheden zich terug te trekken uit het openbare leven en een steeds groter beroep te doen op de zelfredzaamheid van mensen. Het allerschandaligste is dat deze als technocratisch gepresenteerde, zogenaamd boven politiek verheven maatregelen gebaseerd zijn op politieke keuzes en een politiek doel dienen!

Want terwijl werkloosheid en armoede op vele plekken in Europa alarmerende proporties bereiken, belemmert het streven van de EU naar kleine overheden de mogelijkheid van nationale overheden om te zorgen voor haar eigen bevolking. Dit gebeurt op basis van aloude liberale principes: ieder individu is zelf verantwoordelijk voor zijn eigen bestaanszekerheid en het vinden van werk. De staat schept slechts de absoluut minimale voorwaarden voor een menswaardig bestaan en heeft niets van doen met de mogelijkheid tot zelfontwikkeling. Als gevolg zijn er momenteel miljoenen Europeanen totaal afhankelijk van hun naaste familie en van liefdadigheidsinstellingen.

Om te voorkomen dat het klimaat van cynisme en moedeloosheid omslaat in woede en massaal protest, is het cruciaal de Europese politiek wordt gepolitiseerd. Er moeten exit-opties komen voor lidstaten waardoor bevolkingen kunnen kiezen de euro en/of de EU te verlaten. Zonder dergelijke opties wordt hen het recht tot zelfbeschikking ontnomen en verliest het lidmaatschap haar waarde. Immers, hoeveel waarde heeft het lidmaatschap van een club waar je als bevolking nooit voor hebt gekozen en waar de meerderheid mogelijk niet achter staat? Naast een exit moet het mogelijk zijn voor nationale overheden om bepaalde bevoegdheden terug te halen van de Europese instituties naar het nationale niveau.

De hernomen bevoegdheden kunnen per lidstaat verschillen, zolang ze maar de uitkomst zijn van een breed debat over de vragen: wat voor Unie willen wij, en waar liggen de grenzen van deze Unie? Niet langer mogen politici zich verschuilen achter zogenaamd boven politiek verheven technocratische regels. Zij moeten daadwerkelijk kleur bekennen en hun vergezichten schetsen van de in hun ogen ideale verhoudingen tussen burger en staat en tussen nationaal en supranationaal. Op basis van het maatschappelijke debat over deze vergezichten brengen kiezers vervolgens hun stem uit en geven zij zelf vorm aan hún Europa.

Als Europa niet veel ‘politieker’ wordt en er doorgemodderd wordt in de richting van een federaal Europa, verwacht ik vroeg of laat een populistische backlash die het einde van het Europese project zal betekenen. Dit zou eeuwig zonde zijn vanwege het enorme verheffingspotentieel van de Unie. Zo zie ik de mogelijkheid van een Unie die Europa, na eeuwen van onbegrip, angst en oorlog, het instrument biedt dat de lotsbestemmingen van de Europese bevolkingen samenbrengt en verbindt. Een instrument dat de volkeren van Europa de mogelijkheid biedt zich te ontwikkelen en gezamenlijk vorm te geven aan een gedeelde en bloeiende toekomst.

Ik zie een toekomstig Europa waar men zich tegelijkertijd Spanjaard, Griek of Nederlander én Europeaan voelt. Een Europa dat de vrijheid van grensoverschrijdend kapitaal en de macht van multinationals aan banden heeft gelegd. Een Europa waar de toekomst wordt geschreven door waarlijk vrije Europeanen in plaats van door anonieme ambtenaren in bureaucratische instituties. Kortom, ik zie een Europa om van te houden.

---

Kim schreef eerder Beleidsautonomie voor lidstaten EU (S&D november 2012) en Alternatieven voor austerity (wbs.nl januari 2013).