Ik wil stil zijn

Het eerste wat in mij op kwam na het nieuws uit Parijs was: stilte. Het instinct zegt om nu je mond te houden, en zwijgend de ellende van de wereld te overdenken. Niemand zit te wachten op de zoveelste roeptoeter. Bovendien: de usual suspects hadden hun loopgraven op Twitter al snel betrokken, waar de volstrekt voorspelbare verwijten over en weer vlogen: Islamofoob! Vijfde colonne! Racist! Afstand nemen! Moraalpolitie! Linksmens!

Wat mij uit mijn stilte schudde, was de oorlogsretoriek. Deze aanslag was de reden voor het extreemrechtse deel der natie om voor de zoveelste keer de moslims de oorlog te verklaren. En dat ging niet subtiel: er werd opgeroepen tot het opruimen van de collaborateurs in eigen gelederen: “wie wil onderhandelen, is de vijand“. Het onderscheid tussen moslims en islam – altijd al een wonderlijke kunstgreep – werd aan de kant gezet. De goeden moeten lijden met de kwaden. Kortom: oorlog, tegen de Muzelman. En wel allemaal. Wie niet voor ons is, is tegen ons. Dat soort werk.

Ik vraag mij dan af: waarom? Wie wordt hier beter van? Wie is er werkelijk in oorlog, en met wie? Het antwoord is dat de islamisten en de moslimbestrijders elkaar nodig hebben. Ze zijn als een junk en zijn dealer: samen delen ze een gif dat hen van elkaar afhankelijk maakt. Aanslagen leiden tot bombardementen leiden tot dode kinderen leiden tot ISIS-propaganda leiden tot aanslagen. Het is de wederzijdse vijandschap die zowel de oorlogskas van terroristen als het Amerikaanse defensiebudget gespekt houdt. Die keten van geweld is vandaag – helaas – weer een stapje verder gevorderd.

Het is de perverse logica van geweld dat je altijd een tegenstander nodig hebt, liefst eentje die zo anders mogelijk is als jij. Die is immers het makkelijkst te haten. Het wonderlijke is daarom dat de twee kanten op veel manieren naar elkaar toe gegroeid zijn: ze geloven allebei dat de islam een en ondeelbaar is. Ze geloven allebei dat de islam een wereldomvattend systeem is. Ze geloven allebei dat moslims voor de harde keuze staan: of ons systeem, of het hunne. Beide zijden zijn doodsbang voor een bevrijde moslim: volgens Wilders is dat een soort sleeper agent, die alleen maar op zijn takiyya-codewoord wacht om zijn sabotageplannen in werking te stellen.

Iedereen claimt dat de aanslag van vandaag een aanval op de vrijheid van meningsuiting is. Dat is onzin. Het is een aanval op de emancipatie. Het is een aanval op het idee dat je zowel moslim als Fransman kunt zijn, dat je denkkaders groot genoeg kunnen zijn om zowel een religie als grappen over die religie in te passen. Het is een aanval op precies al die dingen die nodig zijn om moslims succesvol in de westerse maatschappij te laten integreren. Het is een aanval op ruimdenkendheid. Juist daarom gaat de bunkermentaliteit van de moslimbashers ons niet verder helpen. Als we hen de kans geven zullen zij het alleen maar erger maken. De emancipatie is niet veilig in hun handen, sterker nog: zij haten haar, precies zoals de islamisten dat doen.

Wie gelooft in de bevrijding van de mens uit zijn omstandigheden moet nu spreken. Als wij onze mond niet open trekken, blijven alleen de fundamentalisten over, aan beide zijden. En dan hebben we sowieso verloren.