Op weg naar het einde

Begin dit jaar bracht de Tibetaanse lama Geshe Pema Dorjee een bezoek aan de Vrije Universiteit. Hij sprak onder andere over de dood. Belangrijk voor de boeddhist was niet de dood zelf of het hiernamaals, maar de weg naar de dood. Enkele spirituele goeroes die hem na stonden hadden deze weg bijna tot kunst verheven: stervenskunst. Wat nu als een boeddhist uitzichtloos en ondraaglijk lijdt? Deze vraag had ik wellicht moeten stellen, want deze vraag staat nu weer centraal in enkele discussies na een evenement van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) voor jongeren. Een disclaimer vooraf: euthanasie is en blijft een gevoelig onderwerp en ik meen zeker niet dé antwoorden te hebben in deze discussie, maar ik wil toch proberen een goed, betrouwbaar en fel licht op deze kwestie te schijnen.

Op dit moment is bij wet geregeld dat iemand die uitzichtloos en ondraaglijk lijdt bij zijn arts kan aankloppen voor een euthanasieverzoek. Dit verzoek wordt pas gehonoreerd na een zorgvuldig proces waarin aan verschillende criteria moet worden voldaan en een onafhankelijke arts zijn oordeel moet geven. De NVVE is van mening dat de wet uitgebreid zou moeten worden: ouderen die vinden dat ze een voltooid leven hebben gehad zouden de keus moeten krijgen ook aan te kloppen bij die arts. Tegenstanders als Kees van der Staaij (SGP) vinden die richting niet progressief, maar eerder regressief en destructief.

De sociaal-democratie vertoont een traditie waarin meer sympathie is voor het standpunt van de NVVE dan voor het standpunt van Van der Staaij. De vraag rest nu of die traditie voldoening biedt. Moeten we klakkeloos weer het standpunt van de NVVE aanhangen of zouden we misschien eens achterom moeten kijken en bezien of de doelen zijn bereikt?

De roep om euthanasie kan begrepen worden als een roep om meer autonomie: baas op de werkvloer, baas in eigen buik en dan ook baas over de eigen sterfelijkheid. Gekant tegen de slavernij bepleiten socialisten de vrijheid van de arbeider om te beslissen over zijn leven en samen met de liberalen staan de sociaal-democraten voor abortus en euthanasie. Ook het pleidooi voor gelijke huwelijksrechten hoort in dit rijtje thuis. Deze zaken hebben gemeen dat het individu de beslissing krijgt over zijn leven en dat religieuze overtuigingen geen rol meer hoeven te spelen in dergelijke beslissingen.

Vandaag, in 2014, kunnen we trots zijn op de overwinningen die op dit vlak zijn behaald: abortus, euthanasie en het homohuwelijk zijn doorgevoerd. De vrijheid van het individu geldt meer dan ooit, sterker nog: dit tijdperk wordt geclassificeerd als het ik-tijdperk. De idealen van de Franse revolutie, waar de wortels liggen van de sociaal-democratische ideologie, klinken bijna allemaal door in deze overwinningen. Bijna allemaal. Vrijheid, gelijkheid, broederschap: voor wie vergeten was welke idealen dat waren.

Vrijheid, gelijkheid én broederschap. De individualisering zorgt voor minder broederschap in onze moderne samenleving en dat is, zo is mijn stelling, ook uiteindelijk waar euthanasie om draait: een gebrek aan broederschap. Een van de aartsvaders van de sociologie, Emile Durkheim, heeft in een van zijn onderzoeken het onderwerp van de zelfmoord aan de kaak gesteld. Centraal stond het gebrek aan sociale connecties bij diegenen die zelfmoord pleegden. Dit was het soort zelfmoord die verbonden was met de moderniteit: een zelfmoord gebaseerd op eenzaamheid. Nu is zelfmoord niet hetzelfde als euthanasie: de euthanasie zoals die bij wet geregeld is, is een daad waar anderen bij betrokken zijn. Het gaat dan echter enkel over de euthanasie waar uitzichtloos en ondraaglijk lijden de boventoon voert. De euthanasie die de NVVE voorstaat is die waarin ouderen de mogelijkheid krijgen om een einde te maken aan hun leven wanneer zij dit als voltooid zien. De motieven voor een dergelijke euthanasie zijn vergelijkbaar met die van de zelfmoord, namelijk: een last zijn voor anderen, de waardigheid die niet meer aanwezig is bij een persoon en natuurlijk het gevoel geen doel meer te hebben in het leven.

Al eeuwenlang wordt in de filosofie gesproken over zin en doel van het leven. Zo stelde Epicurus al het vraagstuk van het lijden aan de kaak. Epicurus zocht in vriendschap het genot en relativeerde al het lijden. De Stoa, vaak gesteld tegenover Epicurus, betogen dat ook het genot gerelativeerd moet worden. Wanneer wij ons niet meer hoeven te verheugen over vriendschap, hoeven wij ons ook niet meer verdrietig te voelen na het verliezen van de vriendschap. Centraal staat daarbij de notie dat jij als persoon genoeg bent voor dit leven. Meer dan je eigen gezelschap is niet nodig. Alles wat daarbij komt is een plus, maar het zijn zaken waar we ons redelijkerwijs niet druk over maken.

Ook in de vorige eeuw heeft de filosofie de vraag naar de zin van het lijden gesteld. Camus, een Franse schrijver, verbond de zin van het leven aan het vraagstuk van het lijden, en vroeg zich af: waarom plegen we niet collectief zelfmoord? De absurde positie waar we in leven moeten we omhelzen. Daarmee worden we absurde helden en overwinnaars. Camus stelde expliciet de vraag naar de zelfmoord. Antieke filosofen deden dat niet. Voor antieke filosofen is zelfmoord een uiting van eer, moed en vrijheid en wordt zelfmoord niet verbonden met het lijden. Durkheim maakte dan ook een onderscheid tussen zelfmoord uit eerbesef en zelfmoord vanwege sociale isolatie. Zoals vermeld wordt de moderne tijd vooral gekenmerkt door de tweede vorm en ook de euthanasie die NVVE voorstaat is een levenseinde in de tweede categorie.

Het doel van euthanasie is vooral om die mensen die getergd worden door ondraaglijk en uitzichtloos lijden uitzicht te geven: de dood. Sociale isolatie duidt niet op uitzichtloosheid en heeft zelfs een uitweg: meer broederschap. Socialisten of sociaal-democraten zouden om die reden moeten opkomen voor meer broederschap.

Centraal voor de sociaal-democratie is de verzorgingsstaat. De verzorgingsstaat is nu te groot geworden, waardoor liberalen terrein winnen om de verzorgingsstaat in te dammen op manieren waar sociaal-democratenniet achter kunnen staan. Door de vraag te stellen of het zinvol is door te gaan met de behandeling wanneer het gewenst is deze te stoppen, zou de verzorgingsstaat ook ingedamd kunnen worden op een sociale manier. Socialisten en liberalen zouden weer op de barricaden moeten gaan staan om te pleiten voor een goed einde. Een vrij, maar vooral sociaal einde.