Rutger Bregman als afstoffer en oppimper van linkse ideologie

Rutger Bregman heeft weer een nieuw boek geschreven. ‘Gratis geld voor iedereen, en nog vijf grote ideeën die de wereld kunnen veranderen’, heet het. Zoals de titel al aangeeft is het een verzameling utopische ideeën die de maatschappij kunnen veranderen. Het zijn ideeën die Bregman in de loop van de jaren heeft verzameld en waar hij al eerder over heeft gepubliceerd.

Gratis geld voor iedereen

Bregman schrijft onder andere over een werkweek van vijftien uur, een basisinkomen, rechtvaardigere belastingen en radicale open grenzen. Het zijn vaak oude ideeën, die een verrassend actueel antwoord blijken te zijn op de ideeën van deze en de aankomende tijd. Mensen die de artikelen van Bregman kennen via zijn stukken op De Correspondent en zijn columns in de Volkskrant zullen veel herkennen. Het boek is de facto een uitgebreide verzameling van zijn artikelen, waar een geheel van is gesmeed. Een soort aanzet tot een ideologie.

De vraag is wel hoe revolutionair de ideeën van Bregman zijn. Het zijn uiteindelijk allemaal aanpassingen aan ons bestaande kapitalistische systeem. Een hele nieuwe wereld bieden ze niet; wel een perspectief om beter met onze bestaande samenleving om te gaan en er als maatschappij op vooruit te gaan.

Het interessantste hoofdstuk van het boek vind ik het hoofdstuk over de paradigmashifts uit het verleden. Ideeën over een andere maatschappij die radicaal anders is kunnen een marginaal bestaan leiden en als volstrekt utopisch worden gezien. Zaak is om de juiste mensen te vinden die op het juiste moment een nieuwe ideologie aan de maatschappij kunnen opleggen via politici die daar bevattelijk voor zijn. Zo is het gelukt om de sociaaldemocratische consensus van na de Tweede Wereldoorlog te vervangen door een neoliberale consensus. Dit gebeurde door Reagan en Thatcher hiervan te overtuigen in de jaren zeventig tijdens de oliecrisis.

Bregmans boek geeft aan dat een shift naar een linksere wereld mogelijk is, maar dan moet links wel een goed antwoord hebben en dit antwoord laten landen in de maatschappij op het moment van een crisis. De kredietcrisis leek een uitgelezen moment hiervoor, maar helaas had links in 2008 geen goed alternatief klaarstaan. Bregmans ideeën springen wel in het gat dat links op ideologisch gebied heeft en zouden daarmee een bijdrage kunnen leveren aan een toekomstige paradigmashift.

Van heel veel ideeën is het academische bewijs nog mager om te overtuigen of het echt een idee is dat morgen zou kunnen worden ingevoerd en of de maatschappij er daadwerkelijk beter van wordt. Veel ideeën zijn maar op zeer beperkte schaal toegepast en zouden in een groter geheel misschien verkeerd kunnen uitwerken. Het idee van totaal open grenzen kan me nog niet helemaal overtuigen, omdat de potentieel gigantisch destructieve krachten op een nationale verzorgingsstaat zaken zijn waar Bregman geheel aan voorbij gaat. Veel ideeën zouden echter de wereld potentieel zoveel beter kunnen maken dat ten miste verregaande experimenten het meer dan waar zijn om te kijken wat er gebeurt.

Zoals ik hiervoor al aangaf zijn de ideeën in mijn ogen niet  revolutionair. Dat neemt niet weg dat het in de neoliberale consensus waarin we leven een welkom beeld schetst. Een beeld dat laat zien dat er los van de ongeremde markt ook veel andere mogelijkheden zijn die de wereld kunnen verbeteren. Niet nieuw, maar daarom zeker niet minder interessant. Ik zie Rutger Bregman daarom als afstoffer en oppimper van linkse ideologie. Zijn ideeënverzameling is daarnaast toegankelijk en aantrekkelijk geschreven en dat alles maakt het boek zeer de moeite waard om te lezen.

Een week na verschijning van Bregmans boek hield minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een toespraak waarin hij de toenemende robotisering en de uitdagingen die dat met zich meebrengt aan de kaak stelt. Een basisinkomen noemde hij net niet, maar het scheelde niet veel. Zou Asscher Bregmans boek hebben gelezen?