Rutger Bregman en het basisinkomen

De Correspondent, groots aangekondigd en vooraf al bijna dood-geanalyseerd, is nu een aantal weken op weg. Wie als abonnee de stukken heeft gelezen zal moeten concluderen: het is een verademing.

De verhalen op de Correspondent zijn fris, origineel, niet te lang en niet te kort en maken nieuws. De onderwerpen zijn gevarieerd en gaan soms inhoudelijk de diepte in, maar worden altijd afgewisseld door prikkelende columns of sfeerreportages. Een mooi voorbeeld is een werk van Arnon Grunberg, die maandag 14 oktober schreef vanuit de Paulaner-tent in Munchen, tijdens het Oktoberfest.

Maar het stuk van de jonge en aanstormende journalist Rutger Bregman, overtrof wat mij betreft al dat tot nu toe. Een vlammend betoog dat begint bij dertien zwervers in Londen en eindigt, na talloze omzwervingen in Afrika, de Verenigde Staten en Canada, bij een pleidooi voor een radicaal andere verzorgingsstaat.

Kort samengevat: niet de uitkering of toeslag, met zijn ambtelijke controleapparaat, niet de blanke SUV bestuurder in Afrika, bepakt met goedbedoelde kennis, is de toekomst van armoedebestrijding of sociale politiek. Nee, deze oude vormen van weldoen zouden moeten worden vervangen door het simpele idee van gratis geld. Gratis geld voor hen die geld het hardste nodig hebben, aldus Bregman. Belangrijkste argument: geld is dat wat armen het hardste nodig hebben en zij weten toch zeker zelf wel waar ze het voor nodig hebben. Een simpel, maar radicaal idee.

Albert_Einstein

Bregman voert experimenten op, waarbij geld als hulpmiddel in plaats van via talloze welzijnswerkers of via hulpinstanties direct wordt verstrekt. 800 euro voor een zwerver in Londen: het leidt er toe dat deze een afkickkliniek betaalt of een opleiding begint. 11 van de 13 zwervers waren uit de nood, a raison de 50.000 euro. 50.000 euro is klein bier wanneer de groep de samenleving, aan politiekosten of opvanghuizen, jaarlijks 2,5 miljoen euro kostte. Of 400 euro in Afrika, direct in handen van de gezinnen. Het wordt besteed aan een brommer om voortaan personen te vervoeren ten einde een beetje geld te verdienen. Er blijft niets aan de strijkstok hangen, want er is geen strijkstok!

Bregman haalt experimenten aan uit de jaren zeventig, toen de VS onder Nixon op het punt stonden om een universeel basisinkomen in te voeren. Het ging niet door, want de Senaat werd misleidt door een foutief cijfer dat zou aantonen dat een basisinkomen zou leiden tot 50 procent meer echtscheidingen – het idee was verloren. Een gemiste kans, want de resultaten doen je versteld staan. Het ingebakken veroordeel dat zwervers van extra geld alleen maar euroshopper bier zouden kopen en Afrikanen zelf niet zouden weten hoe ze een business model moeten verzinnen, wordt keer op keer door onderzoeken naar het rijk der fabelen verwezen.

Naast een nieuwe koers in ontwikkelingshulp stelt Bregman voor om een basisinkomen in Nederland in te voeren. Je kunt het je haast niet voorstellen. Uit het stuk komt helaas niet helder naar voren wat een dergelijke maatregel zou moeten kosten, maar de verwachte resultaten zijn het proberen meer dan waard. Duidelijk lijkt dat zorgkosten omlaag gaan, het percentage studerenden omhoog zou gaan en dat buurten veiliger en samenlevingen gelukkiger zouden worden. In die zin staat Bregman in een lijn die onlangs werd onderstreept door het boek The Spirit Level, een pleidooi voor samenlevingen met een kleinere ongelijkheid. Die samenlevingen doen het op alle gebieden beter dan ongelijkere samenlevingen, niet alleen de mensen aan de onderkant, maar iedereen is beter af.

Vragen zijn er nog genoeg, want wie komt er voor zo een inkomen in aanmerking, moet niet juist om draagvlak te vergroten iedereen een basisinkomen verdienen, en hoe hoog moet zo een inkomen dan zijn? Maar een debat is geopend. Een basisinkomen in Nederland als tegenhanger van een samenleving waar iedereen zijn eigen boontjes dopt, waar geluk een keuze is. Wie ziet het er van komen?