Waarom TTIP een bijzonder slecht idee is

Europa splijt zich. De middenklasse verdampt terwijl een groeiend verschil zich lijkt af te tekenen tussen arm en rijk. De globalisatie haalt steeds harder en meedogenlozer uit. Onze huidige verbonden en geglobaliseerde wereld biedt hoogopgeleiden en kapitaalkrachtigen geweldige kansen tot zelfontplooiing. Tegelijkertijd voelt een groeiende groep mensen zich in toenemende mate bedreigd door deze nieuwe realiteit. Die tweedeling op ons continent lijkt vooralsnog alleen maar toe te nemen. Een ondoordacht vrijhandelsverdrag met de Verenigde Staten zal deze ontwikkeling slechts aanjagen.

bron afbeelding: Flickr/ Number 10: The Prime Minister's Office

Het bleef enorm spannend bij de recente Oostenrijkse presidentsverkiezingen. De traditionele volkspartijen ÖVP en SPÖ bleven in de eerste ronde beide op 11% van de stemmen steken. Zo ontspon zich een gevecht tussen twee uitersten: de tweede ronde was een strijd tussen een linkse, groene professor en een rechtspopulist. Een onwaarschijnlijk klein aantal briefstemmen weerhield Norbert Hofer van het bemachtigen van het ambt van staatshoofd van de Alpenrepubliek. Hofer was de kandidaat van de FPÖ, een partij die ooit was opgericht als politiek toevluchtsoord voor Oostenrijkers met een verleden in de NSDAP en de SS. Hij behoort tot de partijvleugel die historisch gedomineerd werd door oorlogsmisdadigers.

Op zondag 22 mei 2016 koos 49,7% van het Oostenrijkse electoraat voor Nortbert Hofer, een van de minst aansprekende kandidaten van een partij die jarenlang niets anders te bieden had dan politieke poppenkast en provocerende verkiezingsposters. De andere helft van de Oostenrijkers koos voor de winnaar, Alexander van der Bellen, een voormalig partijvoorzitter van de Groenen. Van de Oostenrijkers met universitaire scholing koos maar liefst 80% Van der Bellen, terwijl de bijna 9 van de 10 arbeiders op de FPÖ’er Hofer stemde.

De kloof in Europa

Dit is geen op zichzelf staand resultaat. Ons volledige continent lijkt steeds meer uiteen te vallen in een groep die de globalisering met liefde omarmt en ervan profiteert en een groep voor wie diezelfde globalisering voornamelijk ellende inhoudt. Een reusachtige kloof in onze maatschappij, ontstaan zonder dat we er echt op wilden letten, groeit iedere dag verder. Zo spelen kansarme en kansrijke kinderen niet meer samen, neemt de Nederlandse vermogensongelijkheid Amerikaanse proporties aan en neemt de interactie tussen hoogopgeleiden en laagopgeleiden steeds verder af. Er ontstaan parallelle werelden waarin mensen leven die elkaars opvattingen niet delen, elkaars zienswijzen niet begrijpen en elkaars ervaringen niet snappen. Terwijl hoogopgeleiden zich in hun eigen sociale netwerken totaal afzonderen van laagopgeleiden, zien zij in globale migratiestromen, vrijhandel en het Europese eenwordingsproces vooral kansen. Zij doen laatdunkend en lacherig over de bezwaren van laagopgeleiden. Zij kunnen het zich ook veroorloven de grote problemen van de globaliseringsverliezers weg te wuiven. Het zijn namelijk de hoopopgeleiden die de financiële en politieke macht hebben om zaken echt te beïnvloeden en hun zienswijzen door te zetten.

Hierom blijft er voor de globaliseringsverliezers weinig anders over dan het uiten van hun woede middels een stem op politieke outsiders en extremisten. Op bijna alle thema’s waar hoog- en laagopgeleid zo diametraal tegenover elkaar staan, zijn het de laagopgeleiden die de prijs betalen voor de kosmopolitische kortzichtigheid van de hoogopgeleiden. Die kortzichtigheid manifesteert zich nu opnieuw in een voorgenomen vrijhandelsverdrag tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie. Er is namelijk alle reden om aan te nemen dat TTIP de sociale en economische kloof in de verschillende Europese maatschappijen alleen maar zal verdiepen en verbreden.

De verzorgingsstaat in de uitverkoop

Er zijn goede voorbeelden van wat een vrijhandelsverdrag kan aanrichten op een arbeidsmarkt. NAFTA, het verdrag dat Canada, Mexico en de VS gouden bergen had moeten brengen, heeft geleid tot het verdwijnen van zeker een miljoen Amerikaanse arbeidsplaatsen. Als dit zou betekenen dat er één miljoen arbeidsplaatsen in het veel armere Mexico bijgekomen zouden zijn, was dit uit een oogpunt van de ontwikkelingseconomie nog te verkroppen geweest. Dat is echter niet het geval: NAFTA heeft tot een substantiële verslechtering van arbeidsomstandigheden in Mexico geleid. Een groot deel van de huidige Mexicaanse economische problemen zijn dan ook te herleiden tot de invoering van NAFTA.

Natuurlijk zal onze zorgvuldig opgebouwde verzorgingsstaat het bij een vrijhandelsverdrag met de Amerikanen afleggen tegen deze economische supermacht met een hyperflexibele arbeidsmarkt. De zorg, sociale zekerheid en andere collectieve voorzieningen in Europa zijn de afgelopen decennia al steeds verder versoberd en geprivatiseerd. Ondersteund door de drogredenering dat we onze concurrentiekracht op peil moeten houden, wordt onze verzorgingsstaat, ook door sociaaldemocraten, steeds verder om zeep geholpen. Een vrijhandelsverdrag met een land dat allergisch is voor enig overheidsoptreden zal nog meer argumenten verlenen aan degenen wiens neoliberale sloophonger nog steeds niet gestild is.

Nog meer wantrouwen, nog meer cynisme

De Europese burger voelt dondersgoed aan wat voor mogelijke implicaties dit verdrag zal gaan hebben voor wat over is van onze verzorgingsstaat en voor onze arbeidsmarkt. Maar alle petities, demonstraties, acties, valide tegenargumenten en duidelijke signalen ten spijt, wordt vrolijk verder onderhandeld. Het ratificeren van dit verdrag zou dan ook, democratisch gezien, niet te rechtvaardigen zijn. Nog los van de angstaanjagende gevolgen voor onze economie en sociale cohesie, zal een dermate grove minachting van de burger tot nóg meer publieke ontevredenheid leiden. Daarmee wordt niet alleen alle steun voor extremisten en populisten verankerd en gecementeerd, maar ook meteen een fundament gelegd voor een nog grotere toevoer aan kiezers voor deze bewegingen.

Het Europees project heeft de globalisering al gevaarlijk dichtbij gebracht voor grote delen van de arbeidersklasse in Europa. Uit angst voor deze globaliseringsuitwassen en uit rancune richting de gevestigde orde zijn de arbeiders in Noordwest-Europa naar rechtspopulisten gestroomd en die in de mediterrane landen naar linkspopulisten. Een vrijhandelsverdrag met de Verenigde Staten zal deze ontwikkeling een nog gevaarlijkere wending kunnen geven. De rechtspopulisten aan de Atlantische kust hebben nog steeds een schrikbarend groot groeipotentieel en die aan de Mediterrane kust zouden zomaar eens het stokje over kunnen nemen van hun collega’s ter linkerzijde. Beppe Grillo, de Italiaanse anti-establishmentpoliticus, kan zo maar van de troon worden gestoten door een van de nazaten van Benito Mussolini.

Nog afgezien van alle grote gevaren voor voedselveiligheid, milieu, dierenwelzijn en onze democratie die bij TTIP komen kijken, zouden de sociaaleconomische en sociaal-culturele gevolgen van dit verdrag al genoeg reden moeten zijn om het geen doorgang te laten vinden. Er is momenteel een enorme, kolkende poel van onvrede op ons mooie continent. Die onvrede zal met TTIP in grootte en intensiteit slechts toenemen. Het zal uiteraard meer kansen bieden aan hoopopgeleide globaliseringswinnaars. Tegelijkertijd zal het dat laatste beetje zekerheid van de globaliseringsverliezers onder hun voeten weg slaan. Dit verdrag zal een zoveelste bijdrage zijn aan het verdiepen en verbreden van de overbekende kloof tussen deze twee groepen. Sociale mobiliteit, arbeidszekerheid, de welvaartsstaat en de democratische orde zullen er allemaal verder onder komen te lijden.

Politici en bestuurders die met plechtige gezichten verkondigen dat zij de zorgen van kiezers serieus nemen en hen tegelijkertijd dit waardeloze verdrag in de maag willen splitsen, hebben hiermee hun laatste restje geloofwaardigheid verspeeld. We hebben geen TTIP nodig voor gezonde handelsverhoudingen met de rest van de wereld, integendeel.