Klijnsma, doe het niet

Door het plan van staatssecretaris Klijnsma om nog meer voorwaarden te verbinden aan het ontvangen van een bijstandsuitkering zullen duizenden werkende Nederlanders slechter af zijn. Bovendien is het in feite een subsidie aan de grote bedrijven.

Veel Nederlanders hebben een baan waarbij ze zwak staan tegenover hun werkgever. In de schoonmaak of de thuiszorg bijvoorbeeld heerst de mentaliteit ‘het is crisis, voor jou tien anderen’. Heb je wat te zeuren, dan hoepel je maar op. Het absolute minimum voor die mensen – die meestal werken op het moment dat de gemiddelde kantoorslaaf nog in zijn bed ligt – is de bijstand. Hoe sterker die is, hoe sterker de werknemers staan in de onderhandelingen met hun baas. Als je die bijstand verslechtert door er allerlei voorwaarden aan te verbinden, pak je geld af van de Nederlandse schoonmakers, thuiszorgers en bouwvakkers.

Bovendien: als je bijstand en werk door elkaar laat lopen, maak je van bijstand een subsidie aan grote bedrijven. Zij kunnen dan namelijk onder het minimumloon mensen in dienst nemen, want de overheid betaalt het verschil. In Amerika heeft de arbeidsmarkt zich inmiddels aan de werkende arme aangepast. Walmart, de grote supermarktketen, betaalt zijn werknemers bijvoorbeeld systematisch zo weinig dat de overheid moet bijspringen om deze mensen niet te laten verhongeren. Het is moeilijk te zeggen hoe groot de subsidie precies is, maar als we uitgaan van de gegevens van Ohio, waar er geschat wordt dat het 67 miljoen dollar is, dan zou het voor het hele land over een subsidie van meer dan een miljard dollar gaan.

Natuurlijk zal dit in Nederland zo’n vaart niet lopen; wij hebben nog een greintje fatsoen in onze donder. Toch zijn ook hier de wetten van de economie niet tegen te houden: denk aan de Haagse straatveger die werd ontslagen, en vervolgens na drie jaar weer aan het werk gezet werd als straatveger, maar dan wel tegen een bijstandsuitkering. Vanuit de straatveger gezien is dit natuurlijk verschrikkelijk, maar voor de calculerende manager is het gewoon een bezuiniging van 400 euro per maand. Als de bodem uit de arbeidsmarkt valt doordat we bijstandsontvangers laten werken, dan zijn niet de mensen die in de bijstand zitten daar de dupe van, maar iedereen die een baan heeft die ook door een ander gedaan kan worden.

Het idee dat het sociale vangnet de omstandigheden voor arbeid bepaalt is geen obscure linkse theorie. Het zit verwerkt in het hart van de economische modellen van het CPB. In de beschrijving van hun model van de Nederlandse economie vinden we het volgende terug:

De terugvalpositie van werknemers bij ontslag bepaalt de relatieve onderhandelingspositie van werkgevers en werknemers (…) Hoe beter de terugvalpositie van werknemers, hoe groter hun onderhandelingsmacht, hoe hoger de loonvoet”

Met andere woorden: hoe slechter je de bijstand maakt, hoe goedkoper werk wordt voor de werkgever. De redenering is vervolgens dat dat banen zou moeten opleveren, maar de vraag is natuurlijk: wat voor banen? De VVD presenteert zich graag als banenkampioen, maar dat is vooral omdat ze inzetten op het uithollen van de arbeidsvoorwaarden. De banen die erbij zullen komen zijn geen banen waar Nederland beter van wordt. Ze zullen veel meer lijken op de baan van het mannetje dat betaald wordt om “Welcome to Walmart” te zeggen als jij de winkel in loopt. Wat schiet onze economie daarmee op?

Het is niet zo dat ik bijstandsontvangers nou per se zo knuffelbaar vind. Sterker nog, in een ideale wereld waarin de wetten van de economie niet gelden, zou ik het prima en eerlijk vinden dat er – naar vermogen – door iedereen gewerkt moet worden. Helaas leven we niet in zo’n wereld. Het kleine beetje gerechtigheid dat je krijgt doordat je mensen in de bijstand laat werken weegt absoluut niet op tegen het ondermijnen van de arbeidsvoorwaarden van honderdduizenden Nederlanders.


Jelmer Renema avatar

Deel Dit ARtikel

Verder Lezen?